Home

De veerkracht van de Moeders van Srebrenica

Door Robin de Puy

Video Maarten van Rossem

Amra Hadžiarapović (44)

Communicatieadviseur en heeft haar eigen bedrijf waarbij ze mensen helpt met hun geld en toekomst.

Terwijl ik een met kogels doorzeefd huis fotografeer, hoor ik achter me wat gegiechel. Als ik me omdraai, zie ik twee guitige, oudere dames: sigaret in de hand, hun rokken speels wapperend in de wind, nonchalant leunend tegen het hek. Ze houden nauwlettend in de gaten wat er allemaal op straat gebeurt. En al snel op gebiedende wijs: ‘Kom binnen, drink koffie!’ Twee uur later ga ik weg met een volle buik, een door haar gehaakte deken voor als ik het koud krijg en kleine tomatenplantjes uit haar kas. Ferida is een van de eerste vrouwen die na de oorlog teruggekeerd zijn naar Srebrenica om daar opnieuw hun huizen op te bouwen. De ‘Moeders van Srebrenica’ zijn een begrip.

In Srebrenica zijn de ­sporen van de oorlog dertig jaar later nog altijd te zien.

Ferida is een van de eerste vrouwen die na de oorlog teruggekeerd is naar Srebrenica om daar opnieuw haar huis op te bouwen.

Het gevolg van de tienduizenden vermoorde jongens en mannen was dat veel vrouwen zonder echtgenoot – en vaak ook zonder (tiener)zoons – achterbleven, moeders die klein grut zonder man moesten grootbrengen, moeders die pleisters plakten op veel grotere wonden dan alleen geschaafde knieën en die hun verwoeste huizen van de grond af opnieuw opbouwden of een nieuw thuis creëerden in een land waar ze de taal niet spraken. En dit alles met de zwaarte van rouw en gemis rustend op hun schouders.

Als ik later met de Amsterdamse Amra Hadžiarapović spreek, benoemt zij ook meerdere malen de bewondering die ze voelt voor haar eigen moeder. Amra was slechts 11 jaar toen in april 1992 de oorlog in Bosnië en Herzegovina uitbrak. ‘Ik voelde de spanning toenemen. Elke dag was het de vraag hoeveel kinderen er op school zouden verschijnen.’ Op de laatste dag dat Amra naar school ging, zat ze met nog maar drie andere leerlingen in de klas. ‘Mijn leraar vroeg: ‘Wat doen jullie hier?’’

Srebrenica, Bosnie en Hercegovina

De periode die volgde heeft Amra, haar moeder en broer voor altijd getekend. Het plotselinge vertrek uit Srebrenica, omdat het te onveilig werd. Het snel inpakken van haar zwempakje, want het voelde toch een beetje als een spannende vakantie. De nachtelijke reis naar Montenegro, omdat ze dachten daar veilig te zijn. Het afscheid van haar vader, dat maar voor even zou zijn, want het waait wel weer over. En het telefoongesprek tussen haar ouders, waarbij haar vader heel duidelijk zei: jullie moeten weg uit Joegoslavië.

Terwijl Amra’s moeder zoekt naar veiligheid, en dit uiteindelijk vindt in Nederland, wordt Amra’s vader gevangengenomen en vastgezet in de gymzaal van een schooltje in Bratunac, vlak bij Srebrenica. Uiteindelijk worden daar meer dan zevenhonderd Bosniërs gevangengenomen. Er vinden martelingen en executies plaats. Ongeveer de helft van hen overleeft het niet. Amra’s vader weet te ontsnappen aan de gruwelijkheden, maar zit gevangen in een land waar hij volgens de Bosnisch-Servische autoriteiten geen bestaansrecht heeft. Nog geen jaar later komt hij om door een granaataanval in Srebrenica. Ontkomen aan de dood was vrijwel onmogelijk.

Een boekje met kinderliedjes. Het liedje Medo gaat over een beer die in het bos op zoek is naar honing.

Amra’s grote ogen vullen zich met tranen. Ik zie hoe de liefde voor haar vader zich als een kleine, moedige lach door haar tranen heen wurmt. Dan zegt ze: ‘We noemen hem Medo, zijn volledige naam is Mehmedalija.’ Medo betekent teddybeer.

Miya (links) en Ayumi, de dochters van Amra Hadžiarapovic.

Pas kwamen haar kinderen uit school. ‘Mama!’, zeiden ze. ‘We hebben een nieuw meisje in de klas en ze is uit de oorlog gekomen.’ Voor Amra zijn dit soort momenten een kans om iets uit haar geschiedenis mee te geven. ‘Mama is ook uit de oorlog gekomen als vluchteling. Nu ben ik gewoon mama. Hier. Voor jou.’

Source: Volkskrant

Previous

Next