Een veel geziene reactie op populistische, autocratische en normoverschrijdende politici is morele verontwaardiging. Maar hoe begrijpelijk ook, een moreel oordeel vormt geen goede basis voor een effectief tegengeluid.
Dat het kabinet- Schoof de eindstreep niet zou halen, stond al vast tijdens de formatie. Nu het onder de last van zijn eigen onvermogen is bezweken, is het aan de oppositiepartijen om orde op zaken te stellen. Hierbij dienen zij niet alleen hun eigen doelen voor het land helder te verwoorden, maar zich ook af te vragen wat de aantrekkingskracht verklaart van politici die stelselmatig (fatsoens)normen overtreden en onze democratische instituties ondermijnen – en wat hiertegenover gesteld kan worden.
Inzichten uit wetenschappelijk onderzoek kunnen hierbij helpen.
Over de auteur
Gerben van Kleef is hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Een veel geziene reactie op populistische, autocratische en normoverschrijdende politici is morele verontwaardiging. Hoe begrijpelijk ook, een moreel oordeel vormt geen goede basis voor een effectief tegengeluid.
Om te beginnen is moraliteit niet absoluut; zij is standplaatsgebonden. Basale morele beginselen worden niet door iedereen in gelijke mate gedeeld. Zo zijn voor progressief-liberaal georiënteerde kiezers principes als eerlijkheid en gelijkwaardigheid primair bepalend voor hun wereldbeeld, terwijl conservatieve kiezers relatief meer waarde hechten aan (culturele) ‘puurheid’ en loyaliteit.
Daar komt bij dat voorkeuren voor morele eigenschappen in anderen (bijvoorbeeld politici) opmerkelijk elastisch zijn. Uit psychologisch onderzoek blijkt dat de waardering van eigenschappen als mededogen, eerlijkheid en onbaatzuchtigheid in anderen afhankelijk is van ervaren belangen. Als mensen persoonlijk baat hebben bij een immorele koers, dan verschuiven hun voorkeuren richting genadeloosheid, oneerlijkheid en zelfzuchtigheid.
De aantrekkingskracht van onfatsoenlijke politici past in de romantiek van de ‘sterke leider’. Mensen die normen overtreden stralen dominantie en macht uit, eigenschappen die worden geassocieerd met daadkracht en leiderschap. Een aura van dominantie is met name aantrekkelijk in tijden van conflict, schaarste en dreiging. Mensen denken dan baat te hebben bij een dominante leider die weerstand kan bieden aan de dreiging of de vijand kan uitschakelen.
Het is geen toeval dat autocratische leiders voortdurend wijzen op het gevaar van vijandige elementen (onafhankelijke pers, immigranten, de linkse elite, de EU). Hoe groter de waargenomen dreiging, hoe groter de aantrekkelijkheid van dominante, normovertredende leiders – een voorbeeld van de rekbaarheid van morele voorkeuren.
In dit licht wordt duidelijk waarom het benadrukken van de laakbare opstelling van Wilders cum suis geen succesvolle strategie is om terrein op hen te winnen. Zeker, normeren is belangrijk, maar het helpt niet de aantrekkingskracht van behaagzieke populisten tegen te gaan. Sterker nog, hameren op immorele neigingen kan die aantrekkingskracht voeden, zeker in tijden van dreiging, omdat het hun waargenomen dominantie en daadkracht vergroot.
Anders gezegd, de moral case tegen onfatsoenlijke politici is ineffectief en mogelijk zelfs contraproductief.
Dat brengt mij bij een alternatieve strategie: de business case. Als de aantrekkingskracht van normovertreders staat of valt bij het ogenschijnlijke nut van hun gedrag, dan ligt de remedie voor de hand: het idee ontzenuwen dat regels overtreden de problemen van de samenleving oplost. Wat dat betreft hebben onze stuntelende bewindslieden de oppositie een grote dienst bewezen – de voorbeelden van slecht en ineffectief bestuur liggen voor het oprapen.
Het kabinet bezuinigde op onderwijs terwijl de kwaliteit daarvan al jaren afneemt. Het frustreerde de aanpak van klimaatverandering door toondoof te blijven investeren in fossiele subsidies. Het faalde in de aanpak van het stikstofprobleem en hield boeren in onzekerheid over hun toekomstperspectief. Het bood geen oplossing voor de wachtlijsten in de zorg. Het belemmerde de bouw van meer woningen in plaats van die te faciliteren. Het zette de vooraanstaande positie van de Nederlandse wetenschap op het spel door internationalisering te ondermijnen.
Is dit alles immoreel? Mogelijk. Zeker is dat het de problemen van ons land niet oplost. In tegendeel, de veronachtzaming van het milieu en gebrek aan daadkracht in het stikstofdossier zetten de leefomgeving van toekomstige generaties op het spel. De uitholling van het onderwijs en de tegenwerking van de wetenschap ondermijnen de individuele mogelijkheden van burgers en het innovatief vermogen van de samenleving, uitgerekend in een tijd die vraagt om internationale samenwerking in de zoektocht naar oplossingen voor existentiële problemen.
De symboolpolitiek en schijnbare daadkracht van het gevallen kabinet boden geen oplossingen, maar verergerden bestaande problemen. Met andere woorden: de kosten van dit kabinet overstegen de baten. Aan de oppositie de uitdaging dit zichtbaar te maken voor de kiezer: maak de business case. Laat zien waar het kabinet faalde, stel daar effectief beleid tegenover en blijf niet hangen in de groef van morele superioriteit.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant