Home

Marga Minco schreef méér dan ‘Het bittere kruid’, en al dat verbluffende werk is nu verzameld

In het net verschenen verzameld werk van Marga Minco zijn de personages intens eenzaam in een onverschillige, naoorlogse wereld. Die eenzaamheid maakt ze ook vrij: het ergste is toch al gebeurd.

Het is 1958, dertien jaar na de bevrijding, en de 38-jarige Marga Minco krijgt de Vijverbergprijs (nu Bordewijkprijs) voor haar eerste boek, Het bittere kruid. Na afloop van de ceremonie snelt een vrouw op haar af in het gedrang, grijpt haar hand, schuift er een gouden ring met een parel aan en is ogenblikkelijk weer verdwenen. Verbluft blijft Minco achter.

Een fijne anekdote. Het zou een verhaal van Minco zelf kunnen zijn; haar werk is doortrokken van zo’n geheimzinnige sfeer waarin allesbepalende gebeurtenissen plaatsvinden.

Haar verzameld werk is nu prachtig uitgegeven in een cassette, met een schilderij van Minco’s eigen hand op het omslag. Vijf romans, meer dan vijftig verhalen. In het overgrote deel speelt de oorlog een beslissende rol, altijd met distantie weergegeven in die ingehouden, kristalheldere stijl die Minco eigen is.

Autonoom en verloren

Haar personages hebben iets volkomen autonooms en iets totaal verlorens. Vaak zijn het Joden die als enigen van hun familie zijn overgebleven na de oorlog, net als Minco zelf. Het is onbegrijpelijk dat de wereld gewoon doorgaat, en onbegrijpelijker dat dit went.

Dit oeuvre toont hoe iemand probeert te leven ná de bevrijding, als het voorbij is: ‘Maar ik wist dat het niet werkelijk voorbij was. Ik was bang voor wat er komen ging, voor wat ik te horen zou krijgen over de anderen, die waren weggehaald. Al die jaren had ik het voordeel van de twijfel gekend. Nu zou ik zekerheid krijgen en dat gaf me geen bevrijd gevoel.’

Haar mooiste verhaal, ‘Terugkeer’, beschrijft een echtpaar dat samen ondergedoken zit op een zolder op het platteland. Op een dag blijkt de oorlog voorbij, ze lopen knipperend tegen het felle zonlicht door het dorp waar ze blijkbaar al die jaren hebben doorgebracht.

Terug in de stad gaat de man niet meer naar zijn werk, maar zwerft door de lanen en plantsoenen die hem ooit zo vertrouwd waren. Op zijn zwerftochten komt hij voortdurend oude bekenden tegen. ‘Hé, meneer Goldstijn, u weer hier?’

Ze vragen hoe het met zijn vrouw, zijn kinderen, de rest van zijn familie is. Met zijn vrouw is het goed. De gezichten betrekken, niemand weet wat te zeggen. Op een dag ziet hij een vrouw in het park – het is zijn echtgenote. Het blijkt dat zij ook al die tijd niet naar haar werk ging, maar door de stad zwierf. Hun korte gesprek is van een allesdoordringende eenzaamheid en tederheid.

‘‘Ik kijk naar huizen en blijf voor winkels staan.’

‘En je stelt je voor hoe het vroeger was?’

‘Ik probeer het te zien zoals het nu is.’ Ze was verder dan hij, of leek dat maar zo?’

Ze nemen samen de bus terug.

Dit ongerichte dwalen duikt steeds weer op. Iedereen is dood, toch blijven deze personages steeds even achter bekend aandoende silhouetten aanlopen. Het is een afgrond in de wereld die er eenvoudigweg is, te midden van drank, sigaretten, huizen, de liefde en verre reizen.

Alles is mogelijk

Minco’s personages trekken niet het dekbed over zich heen, hun totale eenzaamheid verleent ze óók een zekere vrijheid. Nu het ergste is gebeurd maakt niets meer uit, alles kan. Ze gaan in een opwelling in Zuid-Frankrijk wonen, geven de vergoedingen van de overheid niet uit aan de voorgeschreven degelijke zaken als meubels en keukengerei, maar kopen ‘uitsluitend kleren, boeken en schoenen’ en een prachtige glanzende radio. Uit dit werk spreekt de kolossale opdracht voor de overlevers om de wereld te zien zoals die nu is, om tot zich te laten doordringen dat wat er gebeurd is, gebeurd is.

Niet iedereen lukt het. In de technisch verbluffende roman Een leeg huis, waarin heden en verleden naadloos in elkaar overvloeien, voert Minco een vriendin op, Yona, die niets anders meer kan zien dan het gat dat de oorlog heeft achtergelaten. Yona probeert het, ze schildert, onderhoudt contact, maar laat zich vallen in de gracht om bijna te verdrinken, het is te moeilijk en te vreemd om verder te gaan.

Belangrijk is het om zelf beslissingen te nemen, dat de dingen je niet meer zo overkomen als toen. Minco’s personages worstelen met de allesbepalende rol van het toeval. Het heeft verstrekkende gevolgen welke hoek je omslaat, wie je opbelt, hoe laat je van huis ging.

Roze schuimpjes

In Minco’s vroege verhalen uit de jaren vijftig vindt het absurde gevoel dat de oorlog achterliet een surrealistische uitwerking. In deze verhalen komt de oorlog niet (expliciet) voor, maar toont de auteur ons hoe bedreven ze is in het neerzetten van bevreemdende situaties. Heerlijk levensbevestigend is het verhaal ‘Roze schuimpjes’, waarin een man naar de bakker gaat om streng verboden roze schuimpjes te bemachtigen. Een bloedstollende tocht door de stad volgt, waarbij hij bijna gepakt wordt door de controle. Veilig in de armen van zijn vriendin, die dol is op roze schuimpjes, gaat toch nog de deurbel. Hij wordt afgevoerd, zijn vriendin blijft huilend achter.

Maar dan stuit de politieauto op een menigte die niet wil wijken, de chauffeur wordt overmeesterd, er ontstaat een extatisch feest op straat: ‘Van alle kanten kwamen ze aandragen met dozen vol schuimpjes. Ramen gingen open en hele ladingen van het luchtige spul werden naar buiten gesmeten. Het dwarrelde omlaag als een sneeuwbui van roze vlokken.’

Hier wordt een bevrijding opgevoerd die wél als een bevrijding voelt.

Het werk van Marga Minco is zo bijzonder, zit stilistisch zo goed in elkaar. Die parelring wil ik zélf om haar vinger schuiven.

Het was overigens Ida Simons, een Joodse schrijver en concertpianist, die mij in 1958 voor was. Twee jaar later overleed ze, pas 49 jaar oud. De concentratiekampen hadden haar gezondheid te zeer aangetast. Het meeste werk van Marga Minco heeft ze niet meer kunnen lezen. Maar de parel die ze haar schonk, symbool voor vruchtbaarheid, heeft zijn werk gedaan.

Marga Minco: Verzameld werk. Prometheus; 784 pagina’s; € 54,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next