Home

Reizen houdt de aarde draaiend, zo blijkt uit de heerlijke reisverhalen van Jan Brokken

Niet zomaar noemt Jan Brokken zijn nieuwe bundel De weemoed van de reiziger. Hier spreekt Jan Brokken de reisschrijver – gelukkig maar, want daar zijn er steeds minder van. En dat terwijl reizen van levensbelang is.

Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver. Eerder was hij chef van de reisredactie.

Een nieuw boek van Jan Brokken is een belevenis, maar niet omdat het spectaculair wil zijn. Secuur en kalm, bijna tegen de tijd in bouwt hij zijn reisverhalen; het spektakel zit in de details, de wendingen en ontmoetingen, op gang gehouden met een schijnbaar bescheiden compositie die vakmanschap verraadt.

In dat universum is reizen geen modieuze, avontuurlijke solovoettocht van maanden door weerbarstig terrein, geteisterd door tegenslag en zwarte gedachten, maar urenlang wachten op een zondoorstoofd kerkhof in het Zuid-Franse dorp Collioure, in de hoop dat het z’n geheim onthult.

Daar opent Brokkens nieuwe bundel reisverhalen mee. Bij een grafsteen met een brievenbus, ‘een echte brievenbus van de Franse posterijen’, en achter die rustige, verwachtingsvolle openingszinnen verschijnt een spectaculair verhaal.

Alleen al de moeite die hij neemt om almaar op dat verlaten kerkhof te blijven staan, verraadt hoe serieus de schrijver het reizen neemt.

De lezer reist mee

Jan Brokken viert zijn 50-jarig schrijverschap; in die tijd bouwde hij een stevige uitkijktoren van (als ik goed tel) 39 boeken. Fictie en non-fictie, vaak over kunst en geschiedenis, maar boven alles blijft hij een reisschrijver. En dat in een tijd die de reisliteratuur een bescheiden en wat schaamtevol leven biedt in de moeilijker te vinden hoekjes van de boekwinkels en bibliotheken, want reizen kreeg de laatste jaren een slechte naam.

Brokkens nieuwe bundel heet De weemoed van de reiziger, ook al is het in essentie geen echt reisboek en kun je het ook een boek over dolende kunstenaars noemen. Maar Brokken reist en de lezer reist mee; die zit plotsklaps in hetzelfde koffiehuis in Boedapest te kijken hoe een kostbaar affiche op tafel komt van het laatste concert dat Béla Bartók in zijn thuisland gaf, bewaard door een vrouw ‘met de zachte stem van iemand die getuige was van een noodlottige gebeurtenis’.

Laatste zin eerste alinea – vakmanschap. Nu wil de lezer alles weten.

De kunstenaars die Brokken koos zijn aan het reizen geslagen, soms gedwongen, soms niet, onderwijl terugverlangend naar thuis. Vandaar de weemoed.

Bekende namen met minder bekende geschiedenissen: Antonín Dvořák, Franz Kafka, Leo Vroman, Henri Matisse, Johann Wolfgang von Goethe.

Dat eerste verhaal, geschreven vanaf het kerkhof, beschrijft het treurige lot van de Spaanse dichter Antonio Machado (1875-1939), die over de grens naar Frankrijk moest vluchten voor het franquisme van dictator Franco. Zijn grafsteen staat in Collioure en heeft een brievenbus, omdat zijn bewonderaars de dode dichter maar bleven schrijven.

Dat zal Jan Brokken zelf ook doen, maar eerst wacht hij in de hitte tot iemand een brief komt posten. Onderwijl vertelt hij het droevige verhaal van de vlucht en de dood van de dichter, en citeert hij een gedicht van Machado dat hem ‘een schok van herkenning bezorgde’, omdat het over reizen gaat:

Reiziger, je sporen
zijn de weg die je aflegt
en zij alleen
Reiziger, er is geen weg,
de weg ontstaat in het gaan.

Reizen is van levensbelang: in een volgend verhaal, vanuit Tsjechië, over de treinverslaafde Antonín Dvořák, verschijnt de volgende zin: ‘Niets roept sterker herinneringen op dan een reis. Maar of ik daarom per se naar Nelahozeves wilde, is gissen.’

En hup, daar gaat de lezer mee naar Nelahozeves, in een ‘fonkelnieuw elektrisch treinstel van Tsjechische makelij’. Om dichter bij het wonderlijke leven van de musicus te komen, want ‘wanneer precies en van welk perron een trein vertrok had zich als een melodische mineurladder in zijn geheugen vastgezogen’, maar natuurlijk ook omdat Nelahozeves voor de lezer eerst waarschijnlijk niet bestond en nu wel (het is een plaats in de Midden-Bohemen, ten noorden van Praag, met een kasteel vol kunst).

Ter plekke kan Brokken vaststellen dat de spoorbaan die destijds in aanbouw was pal langs het huis scheerde waar Dvořák opgroeide.

Conclusie: ‘Als je de dingen met eigen ogen ziet, is alles net even anders.’

Uit de gratie

Hier spreekt Jan Brokken de reisschrijver – gelukkig maar, want daar zijn er steeds minder van. De onstuimige opmars van de Nederlandse reisliteratuur die zo’n beetje begon in de jaren negentig van de vorige eeuw is helaas tot staan gekomen, misschien omdat het reizen uit de gratie is geraakt.

Zelfs de Volkskrant moet het al jaren doen zonder zijn ooit fameuze reiskatern, dat er niet voor terugdeinsde literaire en journalistieke reisverhalen af te drukken – een van de moeilijkste genres in het vak. Want eenmaal op reis lijkt alles belangrijk, terwijl het uiteindelijk alleen maar gaat om die grafsteen-met-brievenbus op een kerkhof in Collioure.

Reizen kreeg een slechte naam; wie reist heeft wat uit te leggen. De aanjager daarvan was de coronacrisis, die in zichzelf een aanval was op het grote belang van jezelf verplaatsen, waardoor mensen er nu aan gewend zijn geraakt elkaar zielloos te ontmoeten in een digitale vergadering. Maar de oorzaak steekt, denk ik, dieper.

Reizen is uiteraard vervuilend, of in elk geval niet duurzaam: de term ‘vliegschaamte’ kwam in zwang, de term ‘footprint’ ging al langer dreigend rond. Thuisblijven is het beste voor de wereld – wat dus niet waar is.

Reizen wordt ook wel elitair genoemd, volgens sommigen is het zelfs koloniaal. Daartegenover staat het massatoerisme, het gedemocratiseerde reizen met ultra-all-inclusives tot gevolg, elke dag aangeprezen in de commercials van de Vakantiediscounter. Dat is een andere vorm van reizen, dat gaat over de ‘beleving’, zoals touroperators het aanprijzen.

Daarom is tegenwoordig ook overal het avontuur te koop: berghutten in de Dolomieten moet je maanden van tevoren boeken bij reisbureaus, anders kom je er niet tussen, en bedrijven bieden geheel verzorgde ‘expedities’ aan naar Groenland of Antarctica, waar je tijdens het driegangendiner op de cruiseboot niks anders te doen hebt dan ‘herinneringen maken’, zoals het in de folders staat.

Dus: wat valt er voor de reiziger nog te ontdekken nu elke verborgen plek niet alleen is ontdekt maar ook te boeken, en eenvoudig te bereiken met satellietnavigatie? Of anders ga je er kijken met een virtualrealitybril, of gewoon op Google Earth. Waarom zou je nog de moeite nemen op reis te gaan naar Boedapest, Praag of New York, plaatsen die als vele door het massatoerisme zijn aangevreten en van hun ziel ontdaan, terwijl andere bestemmingen afgesloten raken. Naar Rusland is vrijwel onmogelijk, naar Amerika kwestieus; zelfs de binnengrenzen van Europa krijgen weer hekken en controles.

Het onverwachte ontmoeten

Ach, reizen. Weinig hoor je meer over het levensbelang ervan. Maar kijk, daar schrijft Brokken ook iets over, zomaar ineens op pagina 208, schijnbaar uit het niets:

‘Ik heb na 2001 vaak overwogen het reizen te staken, om politieke, morele of ecologische redenen. Reizen vervuilt, op alle mogelijke manieren. Wat me weerhield, was de mogelijkheid tot onverwachte ontmoetingen. Zo’n treffen dat je een andere wereld binnentrekt en je van de ene in de andere verbazing doet vallen.’

Dat is een prima definitie: reizen, zelfs naar een ultra-all-inclusive, is het onverwachte ontmoeten. En dat houdt de aarde draaiend.

Brokkens boek is er vol van: de wonderlijke burgemeester van een Dolomietendorp met passie voor een bijna vergeten futuristische schilder, of de ‘burggraaf’ in Mantua met strooien hoed en vlinderstrik die zegt een verloren partituur in bezit te hebben van een opera van Monteverdi. Spectaculaire gebeurtenissen, kalmpjes opgeschreven zodat ze geen ‘beleving’ worden maar een goed verhaal dat vertelt over de wereld en de mensen die daar leven.

Iedereen ontdekkingsreiziger

In de uitkijktoren van boeken die Jan Brokken bij elkaar schreef valt Zeedrift (2009) op, een bundel reisverhalen in soorten en maten uit alle jaren, die laat zien hoe consequent zijn oeuvre is. Steeds weer zijn het de details die de lezer als steenmannetjes door de schijnbaar onspectaculaire gebeurtenissen leiden, door heden en geschiedenis, praktijk en kunst, vaak in een vlaag van opgewekte weemoed.

Zeedrift is rommel die aanspoelt op het strand, in dit geval van een baai op Curaçao, en het verhaal met die titel begint schijnbaar eenvoudig en onwillekeurig met ‘aan de noordkust van Curaçao ligt een baai waar het slecht toeven is’, waarna het zich verlegt naar een wonderlijke geschiedenis van een Russische architect die woonde op het eiland, en wat hij er achterliet.

Het alleringewikkeldste van een reisverhaal blijft het beschrijven van de omgeving: elk landschap is complex en eenvoudig tegelijk, en iedereen heeft wel z’n eigen idee bij een woestijn, een sneeuwberg of het centrum van Praag. Vaak is het meer een gevoel dan een terrein, en ook dat vang je niet met pittoreske zinnen en feeërieke uitweidingen.

Daar vinden de reisverhalen van Jan Brokken elkaar. Hoe beschrijf je een baai? ‘Bol als een Chiantifles’. Dat eilandkerkhof op rotsige grond: een ‘gezellige ladenkast’.

Bovendien kreeg Zeedrift een verhelderend motto mee van Jan Brokken zelf: ‘Iedere reiziger is een ontdekkingsreiziger. Wat hij ontdekt is misschien niet nieuw voor de mensheid, maar wel voor hemzelf.’

Kijk aan, een sluitend alibi voor iedereen die zich ongemakkelijk voelt bij het maken van grootse of kleinere reizen. Iedereen ontdekkingsreiziger: de avonturier, de kerkjesbekijker, de kortebroekentoerist, de stedentripper, de wandelaar. Reizen is het tegenovergestelde van stilstand; het zal dan vervuilend zijn, maar nooit voor de geest. Reizen is leren, en lezen over reizen komt daar dichtbij.

Want eerlijk gezegd had ik nog nooit gehoord van Antonio Machado, geen schande, want daar is het reisverhaal, en nu weet ik waarom hij zo belangrijk was dat hij na zijn dood, tot nu toe, 4.500 brieven kreeg. En hoe de plek eruitziet waar hij stierf.

Ten slotte schrijft ook Jan Brokken hem een boodschap en stopt die in de brievenbus aan de grafsteen op het kerkhof in Collioure. Hij schrijft:

van reiziger tot reiziger,
ondanks de tijd,
de wegen veranderen
jouw bakens niet

Jan Brokken: De weemoed van de reiziger. Atlas Contact; 384 pagina’s; € 24,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next