In Oekraïne vindt een jacht op mensen plaats. De meeste inwoners van frontstad Cherson zijn gevlucht, de 66 duizend die bleven zijn doelwit van Russische dronejagers. Op elk moment dat zij zich in de open lucht wagen worden ze zichtbaar voor de vijand. ‘Alles wat beweegt, zal worden vernietigd.’
Door Tom Vennink
Fotografie Daniel Rosenthal
Hartchirurg Joeri Spirin weet dat de Russische drones buiten in de lucht hangen, zoekend naar een doelwit. Het is zijn derde oorlogsjaar in het ziekenhuis van Cherson en Spirin begrijpt als geen ander hoe riskant het is om de straat op te gaan van de belegerde stad. Zo meteen, als hij in zijn auto door het lege centrum rijdt, zal hij onmiddellijk opvallen op de luchtbeelden van de Russische dronepiloten.
Op weg naar buiten verruilt Spirin zijn witte doktersjas voor een kogelvrij vest. Hij leest de laatste waarschuwingen over drones die het Oekraïense leger via Telegram heeft verspreid, in Cherson ook wel ‘de weerberichten’ genoemd. In verschillende wijken zijn in de lucht Russische drones met explosieven gesignaleerd, aldus de weerberichten van deze ochtend, maar het is onduidelijk waar ze zijn gebleven.
Joeri Spirin volgt de verkeersregels van de droneoorlog: riemen los, ramen open.
Buiten is het zonnig en kalm, op het gebruikelijke, onregelmatige gedreun van ontploffingen in de verte na. Spirin stapt uit het gehavende ziekenhuis, met zijn gebarricadeerde vensters en operatiekamers achter zandzakken. Hij loopt resoluut naar zijn auto, start de motor en trapt het gaspedaal in.
Als vanzelf neemt Spirin de ongeschreven verkeersregels van Cherson in acht. Ramen open, ongeacht het weer, om het gezoem van een drone op tijd te kunnen horen. Gordels los om uit de auto te kunnen springen wanneer nodig. En, misschien wel de belangrijkste verkeersregel: vol op het gaspedaal trappen, om de drones voor te blijven en zo snel mogelijk weer binnen te zijn.
Nergens is het Russische gevaar uit de lucht zo groot als in Cherson. Hier, in deze stad pal aan het front in het zuiden van Oekraïne, beroemd om zijn sappige watermeloenen die op de velden buiten de bebouwde kom rijpen, is een jacht op mensen aan de gang. De jagers zijn gespecialiseerde militairen van het Russische leger. Ze houden zich schuil aan de oostoever van de rivier de Dnipro, die langs Cherson stroomt, en sturen vanaf daar drones met explosieven naar de stad op de westoever. Hun prooien: de inwoners.
Ruim 200 duizend mensen zijn de stad ontvlucht. Maar 66 duizend anderen zijn gebleven. Ze willen hun vertrouwde omgeving niet verlaten, vrezen een onzeker bestaan als vluchteling, of blijven om voor dierbaren te zorgen.
De blijvers worden voornamelijk buitenshuis onder vuur genomen. Als ze over straat lopen, op weg naar of terug van een winkel, werk, familie. Als ze fietsen, autorijden, in de bus zitten. Of als ze even stilstaan. Kortom, op de momenten waarop ze zichtbaar zijn vanuit de lucht.
Zodra inwoners van Cherson zich in de open lucht wagen worden ze zichtbaar voor Russische dronejagers.
Sinds juli 2024 zijn zeker honderdvijftig burgers in Cherson gedood door Russische drones. Honderden anderen zijn verwond.
De aanvallen staan in schril contrast met de Oekraïense drone-aanvallen op Rusland deze week, die louter op militaire doelen waren gericht. Een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties stelde vorige week dat het Russische leger ‘oorlogsmisdaden’ en ‘misdaden tegen de menselijkheid’ pleegt in Cherson. De aanvallen op burgers in de stad zijn ‘wijdverbreid, systematisch en worden uitgevoerd als onderdeel van een gecoördineerd overheidsbeleid’, aldus de VN-commissie die honderden droneaanvallen in Cherson bestudeerde.
Het Russische leger ontkent de aanvallen niet. Het lijkt juist te willen dat ze worden opgemerkt. Telegramkanalen gelieerd aan de Russische strijdkrachten verspreiden dagelijks video’s van de aanvallen. De beelden zijn afkomstig van de camera’s op de drones. Het zijn de beelden die de piloten gebruiken om hun explosief zo precies mogelijk te mikken.
Te zien is hoe drones recht boven voetgangers hangen en dan een granaat naar beneden laten tuimelen. Vaak proberen de voetgangers in de video’s weg te rennen, maar meestal zijn ze te laat en blijven ze na een inslag spartelend of bewegingsloos liggen. De video’s afkomstig van kamikazedrones, die met explosieven aan boord invliegen op doelwitten, zijn anders. Ze tonen razendsnelle duikvluchten naar mensen die vlak voor de inslag verschrikt in de camera kijken, waarna het beeld zwart wordt.
Tussen de honderden video’s zit een filmpje van een Russische kamikazedrone die explodeert tussen zes bouwvakkers die een dak repareren. Er is een video waarin een drone een granaat laat vallen op twee voetgangers, die gewond op straat blijven liggen. Een andere drone achtervolgt een fietser en blaast hem met een granaat van de fiets. Ook zijn er video’s waarin drones explosieven droppen op stadsbussen, ziekenwagens en een busje van de plantsoendienst.
Uit de video’s valt maar één conclusie te trekken, stellen de onderzoekers van de VN. ‘De geplaatste beelden tonen dat de daders de slachtoffers duidelijk konden zien en laten er geen twijfel over bestaan dat ze de intentie hadden om burgers aan te vallen.’
Die conclusie wordt bevestigd door dreigende onderschriften bij de beelden in de Telegramkanalen gelieerd aan het Russische leger. Ze omschrijven Cherson als ‘rode zone’ en roepen inwoners op om te vertrekken uit de stad, die in september 2022 door president Vladimir Poetin tot Russisch grondgebied is verklaard. ‘Burgers die zich bewegen in de rode zone doen dat op eigen risico’, stelt een kanaal. ‘Alles dat beweegt, zal worden vernietigd.’ Een ander kanaal raadt inwoners aan snel weg te gaan, voordat de bomen geen bescherming meer bieden tegen het zicht van de drones. ‘Verlaat de stad voordat de blaadjes vallen, jij die voorbestemd bent om te sterven.’
Het ziekenhuis van Joeri Spirin staat midden in de stad. Het gebouw is achttien keer aangevallen. Niet alleen door drones. In de zevende verdieping zit een gat door een granaat die is afgeschoten door een tank op de oostoever. De afdeling traumachirurgie is volledig verwoest na een artillerieaanval. Een verpleegkundige kwam daarbij om. De paden rondom het gebouw zitten vol met putten van projectielen.
Het zwaar gehavende ziekenhuis fungeert nu als traumacentrum en noodhospitaal.
Maar het ziekenhuis functioneert nog. Elke dag worden er gemiddeld tien slachtoffers van Russische droneaanvallen binnengebracht, zegt Spirin. Op zijn drukste dag tot dusver viel Rusland tegelijkertijd een supermarkt en een straatmarkt aan, en daarna het ziekenhuis. ‘Ik was in de operatiekamer toen het begon’, zegt Spirin. ‘Er werden binnen een dag 75 gewonden binnengebracht.’
Hij verricht niet alleen meer hartoperaties. Deze tijd vraagt om andere operaties, vooral om spoedoperaties aan verwonde ledematen. ‘Dit ziekenhuis is een traumacentrum geworden’, zegt Spirin. ‘We stabiliseren mensen zodat ze vervolgens naar ziekenhuizen in andere steden kunnen worden gebracht voor vervolgbehandeling, weg van hier.’
Onlangs werd kinderpsycholoog Joelia Sjevtsjenko bloedend binnengedragen. Ze was op haar scooter naar huis gereden na een bezoek aan haar hulpbehoevende moeder van 88 jaar, die zich de bezetting van Cherson door nazi-Duitsland nog herinnert. Sjevtsjenko was bijna thuis, het was nog 5 meter tot de garage, toen ze ineens een kleine helikopterdrone met vier rotoren door de lucht zag scheren. Met een zoemend geluid vloog de drone recht op haar af.
‘Ik had geen tijd om te reageren’, zegt Sjevtsjenko vanuit haar ziekenhuisbed. ‘Hij ontplofte naast mijn voorwiel.’ Ze heeft tal van kleine en enkele diepe vleeswonden in haar linkerbeen, waar artsen metalen pennen in hebben gezet. Ze weet nog niet of ze ooit weer kan lopen.
Overlevenden van een droneaanval verliezen niet zelden een ledemaat. Joelia Sjevtsjenko’s been kon worden gered.
Wat ze wel weet: de Russische dronepiloot moet op zijn scherm gezien hebben dat hij met zijn explosieven invloog op een burger. ‘Ik droeg geen helm’, zegt Sjevtsjenko. ‘Ik had mijn gewone kleding aan, vrouwenkleding.’
De drones dragen steeds zwaardere explosieven en richten daardoor steeds ernstigere verwondingen aan. Net nog, voor Spirin zijn auto instapte, nam hij met collega’s op de intensive care een ingrijpende beslissing over een stadsgenoot, een man tegen de zestig die ernstig verwond is door een drone. Ze besloten het rechterbeen van de bewusteloze man te gaan amputeren, nadat ze eerder al het linkerbeen hadden afgezet. Spirin denkt dat de man anders sterft.
Nu moet de chirurg aan zijn eigen veiligheid denken. Op hoge snelheid rijdt hij door de uitgestorven stad. Door zíjn stad – hij is hier geboren en getogen. Spirin passeert woningen met dichtgetimmerde kozijnen, winkels met gesloten luiken, zandzakken die kelderramen beschermen. Op de stoepen zijn door de gemeente betonnen bunkers neergezet waar voetgangers heen kunnen rennen als ze gezoem van een drone horen, of gefluit van een artilleriegranaat. Maar in het centrum zijn bijna geen mensen meer op straat.
Hartchirurg Joeri Spirin probeert zich staande te houden onder het geweld uit de lucht en het gemis van zijn gezin.
De plekken die Spirin het pijnlijkst vindt om te passeren zijn de plekken waaraan hij dierbare herinneringen heeft. Zoals zijn oude basisschool, die drie weken geleden is gebombardeerd. En zijn oude huis, dat al langer geleden door Rusland in puin werd geschoten.
Voor gemijmer is weinig tijd achter het stuur. Spirin moet zijn aandacht op de weg houden, en op de lucht. Hij stuurt zijn auto zo veel mogelijk door de schaduw van bomen, om even uit het zicht te zijn van de Russische piloten. Hoe verder hij het centrum uit rijdt, weg van de rivier, des te meer andere weggebruikers op straat. Ze zoeven voorbij, met open ramen en losse gordels. Bij een grijze hal parkeert Spirin zijn auto onder een boom met brede takken en veel blad.
Hij is aangekomen op de plek die hij nodig heeft om het vol te houden in Cherson: de sportschool. Als hij even gemist kan worden in het ziekenhuis, gaat hij hierheen om zijn gedachten te verzetten. ‘We lijden hier onder de eenzaamheid’, zegt Spirin. ‘Meer nog dan onder de beschietingen.’
In de sportschool kan Joeri Spirin even ontsnappen aan het oorlogsleed en zijn zware werk in het ziekenhuis.
Zijn vrouw en twee kinderen zijn in Odesa, een stad die minder gemakkelijk kan worden beschoten door Rusland, op vier uur rijden. Hij heeft ze erheen gebracht nadat ze in mei 2022 met z’n vieren uit Cherson waren gevlucht. Cherson was net ingenomen door het Russische leger. Het werd er snel grimmiger en gevaarlijker, zijn kinderen kregen paniekaanvallen.
Spirin reed 6.000 kilometer door bezet gebied, Rusland, Georgië en Turkije, om weer aan de andere kant van de frontlinie te komen, de vrije kant. Na de bevrijding van Cherson, eind 2022, keerde hij terug naar zijn oude werkplek in het ziekenhuis, zoals hij zijn collega’s had beloofd, uit plichtsbesef. Hij ging alleen, want het Russische leger had vanaf de andere oever het vuur geopend op de stad. Een keer per maand rijdt hij naar Odesa om zijn gezin te zien.
Liever zo dan met zijn vrouw en kinderen hier. Ze zouden niet enkel doelwitten voor drones zijn, denkt Spirin, ze zouden ook eenzaam zijn, net als hij.
De permanente dreiging maakt dat straten verlaten blijven en het sociale leven zich ondergronds afspeelt.
De gebleven inwoners leven langs elkaar heen. Cherson is een stad geworden zonder ontmoetingsplekken. De scholen zijn gebombardeerd of gesloten. De meeste cafés, winkels en sportverenigingen zijn dicht. Het ijshockeystadion werd in april met vier vliegtuigbommen vernietigd.
Kinderen treffen elkaar alleen onder de grond. Nane, een Armeens-Oekraïense vrouw die aan de rand van de stad woont, gaat elke zondag met haar 6-jarige zoon Karen naar een schaakclub in een kelder dieper in de stad. Daarvoor moeten ze wel uit hun relatief veilige buitenwijk komen, en met de bus over straat. Maar het is de enige manier voor Karen om in contact te komen met andere kinderen, zegt Nane.
Karen (6) praat alleen nog met zijn moeder, Nane, en zijn grootouders.
En contact is wat Karen volgens haar nodig heeft. ‘Misschien dat hij dan weer gaat praten’, zegt ze.
Karen heeft al drie jaar geen woord gezegd tegen mensen buiten zijn gezin. Hij stopte met praten tijdens de bezetting, toen hij zag hoe Russische militairen een pistool tegen het hoofd van zijn opa zetten. De militairen schreeuwden dat ze de trekker zouden overhalen omdat ze een kledingstuk met een camouflagepatroon aan de waslijn hadden zien hangen en loyaliteit aan Oekraïne vermoedden, maar ze schoten Karens opa uiteindelijk niet dood.
Aandachtig schuift Karen stukken over een bord in de kelder. Hij zit met twintig oudere kinderen in de raamloze ruimte met rioolbuizen die door het plafond steken. ‘Voorheen praatte Karen honderduit met andere kinderen’, zegt Karens moeder. ‘Nu schaakt hij alleen nog met ze.’
De ondergrondse schaakschool in Cherson is de enige manier voor Karen om in contact te komen met andere kinderen.
Olena, een andere moeder die in een ondergrondse gang op haar zoon wacht, noemt de kinderen van Cherson ‘kelderkinderen’. ‘Alleen hier kunnen ze met elkaar communiceren.’ Toch blijft ze met haar twee zoons in Cherson. Vertrekken is geen optie, zegt ze. Haar oudste zoon, Bohdan van 20, lijdt aan een zware vorm van autisme. ‘Hij wil blijven, dus dan blijven we’, zegt Olena.
Maar de geluiden, trillingen en de huiveringwekkende weerberichten zijn slopend voor haar gezin. ‘Vroeger was Bohdan bang voor onweer, toen kon ik zeggen: het is de natuur maar. Nu is hij bang voor drones en kan ik niets zeggen.’ Olena heeft hem een koptelefoon gegeven die de geluiden van ontploffingen dempt, maar Bohdans angst blijft. ‘Hij kruipt met zijn koptelefoon op onder de dekens en vraagt me: ‘Mama, wanneer houdt het op?’ O, ik wou dat hij het getjilp van vogels kon horen in plaats van het gezoem van drones.’
Boven de grond, in wijken buiten het centrum, hanteert een deel van de bevolking een andere overlevingstechniek: doen alsof er niets aan de hand is. De sportschool van chirurg Spirin is elke dag open. Er blaast rockmuziek door de zaal. Een paar straten verderop zitten mensen op een terras van de zon te genieten.
Bij schoonheidssalon Lady lopen vrouwen in en uit voor knipbeurten en manicures. ‘We zijn helemaal volgeboekt’, zegt eigenaar Ljoeda opgewekt. ‘Onze klanten komen voor afleiding. Bij ons kunnen ze zich weer even mooi voelen.’
Inwoners houden zich vast aan kleine lichtpuntjes: een schoonheidsbehandeling, of de geboorte van een nichtje.
Veilig is de wijk niet. De bushalte pal voor de schoonheidssalon van Ljoeda is geperforeerd door een recente ontploffing van een Russische dronegranaat. De explosie maakte een einde aan een apotheek en de koffiekiosk van Ljoeda’s vriend.
Het bereik van de Russische drones groeit. De piloten hebben een manier gevonden om de batterijduur van hun toestellen te verlengen. Ze landen hun drones op daken van gebouwen in de stad en laten ze daar zitten totdat ze een doelwit hebben uitgekozen. Dan duiken ze omlaag.
Het Oekraïense leger slaagt er niet in om ze tegen te houden. Militairen jagen met stoorzenders en speciale geweren op de drones. Maar stoorzenders helpen niet tegen een nieuw type drone, dat voor zijn aansturing gebruikmaakt van een kilometerslange, flinterdunne glasvezelkabel, die zich uitrolt tijdens de vlucht. In de stad gaan geruchten over plannen om netten over straten te spannen, maar een hele stad onder netten ziet niemand voor zich.
Een inwoner van Cherson trotseert de dreiging uit de lucht voor een slof sigaretten.
De sfeer in de stad wordt beklemmender. Voetgangers lopen gehaast en kijken regelmatig naar de lucht. Zeker als ze een onverwacht geluid horen. Hun gezichten staan gespannen. Begroetingen zijn vluchtig. Er wordt niet gelachen, weinig gepraat.
Cherson heeft daarom niet alleen medische, maar ook geestelijke ondersteuning nodig om voort te bestaan. Dat is de overtuiging van Oleksandr Kniha, de directeur van het theater in de stad. Diep in de stad, vlak bij de rivier, galmt er op een zondagmiddag een zoemer door de gangen van zijn theater, waarvan nog vijf van de driehonderd ruiten heel zijn. Nog tien minuten tot de toneelvoorstelling begint en Kniha haast zich naar de kelder om het publiek te verwelkomen.
De 66-jarige Kniha is gevlucht uit zijn woning op de bezette oostoever, maar is vastbesloten om Cherson Oekraïens te houden. Het theater, zo vertelt Kniha, is een kopie van het theater in Marioepol. Dat theater werd een symbool van de Russische agressie tegen Oekraïense burgers. Rusland bombardeerde het theater terwijl er burgers schuilden tijdens de belegering van de stad. Naar schatting kwamen zeshonderd mensen om.
Oleksandr Kniha, de directeur van het theater in Cherson, gaat het publiek voor in applaus.
Nu staat Kniha in de kelder van een identiek theater, in een andere belegerde stad, met voor zich 33 stadsgenoten, een acteur, een violist en een lichttechnicus met afgebeten nagels. ‘Welkom’, zegt Kniha. ‘Ik ben blij dat het u is gelukt om hier te komen.’
Dan dimt de technicus de lampen. De acteur en violist beginnen aan hun spel. De gezichten van de bezoekers tonen emoties die al lang uit het straatbeeld zijn verdwenen. Verbazing, ontroering, gelach. Als het licht weer aangaat, klinkt er op enkele honderden meters afstand van het Russische leger een daverend applaus.
‘Dit is ons fort’, zegt theaterdirecteur Kniha. ‘Dit is waar onze jongens voor vechten.’
Tom Vennink is buitenlandredacteur en doet verslag van de Russische oorlog in Oekraïne. Voor deze reportage verbleef hij in Cherson.
Daniel Rosenthal werkt sinds 2003 als fotograaf voor de Volkskrant. Hij is gespecialiseerd in reportage- en documentairefotografie waarbij hij zich richt op de mens. Sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne reist hij geregeld naar het oorlogsgebied.
Drones worden steeds dominanter op het Oekraïense slagveld, merken ze ook aan het front bij Pokrovsk. Dat komt goed uit, nu de Amerikaanse steun wegvalt: drones zijn relatief goedkoop en eenvoudig in elkaar te zetten. Maar met drones alleen kan Oekraïne de oorlog niet winnen.
Onder de bewoners van Lebedyn, een Oekraïens stadje waar relatief veel mannen zijn gesneuveld, heerst vertwijfeling over Trumps plannen om de oorlog te beëindigen. Hoewel sommigen een diep verlangen koesteren naar vrede, willen de meesten doorvechten tot het bittere einde.
Zonder het uitgebreide spoorwegnet had Oekraïne zijn strijd tegen Rusland nooit kunnen volhouden. Precies drie jaar duurt dat gevecht nu. De Nederlandse fotojournalist Jelle Krings legt sinds de invasie het unieke leven van Oekraïners op en rond het spoor vast.
Tien jaar geleden zette de Russische president Vladimir Poetin zijn handtekening onder de annexatie van de Krim: het begin van gewelddadige pogingen om Oekraïne onder Moskous bewind te stellen. De Oekraïense fotograaf Sergej Soepinsky legt al ruim drie decennia vast hoe Oekraïne voor een andere toekomst vecht, onafhankelijk en democratisch.
Source: Volkskrant