Ybo Buruma, rechter bij de Hoge Raad, gaat dinsdag met pensioen. De strafjurist maakt zich zorgen over de staat van de rechtsstaat en de aanpak van de georganiseerde misdaad. ‘Ik zie steeds vaker dat Nederlandse politici kritiek uiten op rechterlijke uitspraken.’
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
Tientallen jaren was Ybo Buruma niet weg te slaan uit de media. Journalisten en redacteuren van vakbladen liepen weg met de Nijmeegse hoogleraar strafrecht die juridisch nieuws duidde in gewone, toegankelijke taal.
Totdat Buruma grotendeels uit beeld verdween, omdat hij in 2011 aan de slag ging bij de Hoge Raad, de hoogste strafrechtelijke instantie van Nederland. Ineens moest hij zijn mond houden over misdaadnieuws, omdat strafzaken in een later stadium terecht konden komen bij zijn nieuwe collega’s. Hij wilde niet de indruk wekken op hun oordeel vooruit te lopen.
Waarom besloot u, als veelgevraagd strafrechtcommentator, naar de Hoge Raad te gaan en vonnissen te schrijven in stoffige achterkamers?
‘Het belangrijkste was dat ik dacht: put your money where your mouth is. Ik wist het altijd zo goed, aan de zijlijn, nu moet ik zelf verantwoordelijkheid nemen. Maar goed, dat klinkt wel heel keurig. Ik wil ook best toegeven dat het mijn ijdelheid streelde dat ik voor deze functie werd gevraagd. Dit is de top van de rechterlijke piramide in Nederland.’
De Hoge Raad beoordeelt of lagere rechters het recht juist hebben toegepast, niet de feiten zelf. Een praktijkvoorbeeld: Buruma en zijn collega-raadsheren bogen zich in 2012 over de vraag of iemand die virtuele goederen steelt, kan worden vervolgd voor diefstal. Aanleiding was de beroving van een 13-jarige jongen, die onder dwang een virtueel masker afstond in het onlinespel Runescape.
‘Uiteindelijk zeiden we als Hoge Raad: ja, virtuele eigendommen stelen is strafbaar. Omdat ze waarde hebben en iemand ze kan kwijtraken. Dat lijkt misschien een open deur, maar bij de voorbereiding van een andere wet was net opgemerkt dat je zoiets niet kunt stelen. Als we ‘nee’ hadden gezegd, had er nieuwe wetgeving moeten komen. Toen we dit hadden besloten, dacht ik: wow, we zijn bezig met rechtsvorming. Alle rechtenstudenten zullen dit leren.’
Soms zat zijn ijdelheid hem in de weg. Buruma moest eraan wennen, bekent hij, dat er bij tijd en wijle weinig van zijn oordeel over een strafzaak was terug te vinden in een vonnis van de Hoge Raad. Omdat over elke casus lang werd gediscussieerd, in grote zaken zelfs door tien rechters tegelijk. Want elke zin in een vonnis wordt in volgende strafzaken nauwkeurig bekeken.
‘Na een intern debat kon het gebeuren dat mijn conceptuitspraak in de prullenbak verdween, omdat de meerderheid anders oordeelde. En dan moest ik daarna stilhouden dat ik er anders over dacht. Zoiets was ik niet gewend aan de universiteit. Als ik daar een stuk schreef, hoorde ik meestal iets als: ‘Goh, interessant!’’
Buruma schiet in de lach. Ontspannen achteroverleunend doet hij zijn verhaal, in zijn werkkamer op de vijfde verdieping van het grote, moderne gebouw van de Hoge Raad in het centrum van Den Haag. Zijn uitzicht is indrukwekkend: het Korte Voorhout en de skyline van de stad, met zijn hoge torens.
Dinsdag gaat de 69-jarige jurist met pensioen. Hij luidt dat in met zijn boek De onvoltooide rechtsstaat, dat op 4 juni is gepubliceerd. Daarin spreekt Buruma niet alleen zijn zorgen uit over de huidige staat van de rechtsstaat, maar ook over de aanpak van zware criminaliteit. Dat onderwerp heeft hij niet meer losgelaten sinds hij in 1994 lid werd van de parlementaire onderzoekscommissie-Van Traa, die kritisch keek naar de strijd van de politie tegen de georganiseerde misdaad.
Is Nederland de afgelopen dertig jaar, sinds de commissie-Van Traa, anders gaan kijken naar zware criminelen?
‘Ja, enorm. Toen drugshandelaar Johan ‘De Hakkelaar’ V. in 1996 werd opgepakt, stond in de kranten dat hij op dat moment Studio Sport zat te kijken, bij zijn moeder thuis, met een bord hutspot op schoot. Het beeld van zulke criminelen was toen veel vriendelijker, ook bij veel politiemensen en officieren van justitie. Bijna niemand leek zich echt zorgen te maken over de georganiseerde misdaad.’
Rond de eeuwwisseling sloeg volgens Buruma de stemming om. Een keerpunt was de provocerende begrafenisstoet van de Hells Angels door het centrum van Amsterdam, in 2000, na de liquidatie van crimineel Sam Klepper. Later dat jaar vielen leden van de motorclub een presentator van de talkshow Barend & Van Dorp aan. Die had op tv gezegd dat de Angels een criminele organisatie waren, volgens de commissie-Van Traa.
‘Toen maakte de vage romantiek die rond de Nederlandse georganiseerde misdaad hing plaats voor de gedachte: dit zijn eigenlijk verschrikkelijk enge mannen.’
Hing er later dan geen valse romantiek om Willem Holleeder? Die kreeg in 2012 een column in Nieuwe Revu en was te gast in het tv-programma College Tour.
‘Je hebt gelijk, een beetje romantiek zal er altijd blijven. Maar er is wel iets veranderd de laatste 25 jaar. Bij de grootste boeven denkt het grote publiek niet meer: natuurlijk doen ze foute dingen, maar uiteindelijk zijn het gewone jongens die bij hun moeder thuis tv-kijken. In de beeldvorming worden zware criminelen nu uitvergroot tot monsters. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, want dan zie je geen mens meer, maar een karikatuur.
‘Een voorbeeld: iemand die gewoon het nieuws volgt, kan bijna niet anders over meneer Ridouan T. denken dan in termen van een monster, omdat hij is veroordeeld voor liquidaties en er ook moorden aan hem worden toegeschreven op onschuldige mensen, zoals de moord op de broer, advocaat en vertrouwenspersoon van de kroongetuige in Marengo (de strafzaak tegen T. en anderen, red.).
‘Rechters lezen ook kranten. Maar het zijn wel professionals, die nuchter naar een zaak moeten blijven kijken: wat is er precies gebeurd, wat is het bewijs? Ook als iemand de schijn tegen heeft. Als je de verkeerde veroordeelt, blijft de echte moordenaar vrij rondlopen.’
Dat beeld van zware criminelen als monsters: wilt u daar iets aan afdoen?
‘Toch wel, ja. Daarmee zeg ik niet dat wel meevalt wat er is gebeurd rond Marengo. De georganiseerde misdaad is verhard, het aantal bedreigingen van bestuurders, misdaadjournalisten, rechters en officieren van justitie is toegenomen. Maar daar wordt tegen opgetreden.
‘En de gebeurtenissen van de laatste jaren zijn niet helemaal nieuw. De eerste kroongetuige, Helio S., werd 32 jaar geleden al vermoord. Begin deze eeuw ontplofte een bom bij het advocatenkantoor van Paul Bovens en raakte een officier van justitie ernstig gewond bij een gijzeling. Mijn punt: pas op met grote woorden en schrikbeelden. Omdat die door politici kunnen worden gebruikt om maatregelen te nemen die niet passen in een rechtsstaat.’
Geef eens een voorbeeld?
‘Er zijn plannen om de kroongetuigenregeling uit te breiden, door die ook aan te bieden aan ‘kleine vissen’, lager in een criminele organisatie. Daar maak ik me zorgen over. Advocaten wijzen naar mijn mening terecht op de ongekende druk op de familie van een kroongetuige, als criminelen merken dat die in zee is gegaan met justitie. Binnen de georganiseerde misdaad weegt verraad zo zwaar dat deals met kroongetuigen bijdragen aan escalatie. Zo creëer je als overheid nieuwe misdaden, met mogelijk onschuldige slachtoffers.’
Heeft de overheid volgens u in zekere zin schuld aan die liquidaties?
‘Zo hard wil ik het niet stellen. Ik praat die moorden op geen enkele manier goed. Wat ik bedoel: de moraliteit van deze regeling helpt boeven om drastische stappen te zetten. Verraad is in hun kringen het ergste dat er is. Dat gebruiken ze om te rechtvaardigen dat ze over morele grenzen gaan.
‘Daarom zeg ik tegen de wetgever, politie en het Openbaar Ministerie: wees ongelooflijk voorzichtig. Alleen in een extreem geval moet je een deal met een kroongetuige sluiten.’
Waar Buruma ook moeite mee heeft, is dat steeds meer officieren van justitie en rechters niet willen dat hun naam wordt genoemd in de media, om veiligheidsredenen, en niet mogen worden gefotografeerd.
‘Het is akelig dat ik dit moet zeggen, op mijn 69ste, terwijl ik veilig met pensioen ga. Maar dit soort anonimiteit is een verkeerd signaal. Het straalt angst uit. Begrijp me niet verkeerd: ik ken togadragers die hebben gehoord dat er iets ergs met hen kan gebeuren en alle reden hebben om bezorgd te zijn. Maar je moet voor ogen houden dat de verdachte die voor je zit wordt geacht onschuldig te zijn. Als je dan vraagt om anonimiteit, zeker als rechter, lijkt het alsof je de verdachte al verantwoordelijk stelt voor de dreiging die boven je hoofd hangt.
‘Ik hoorde laatst over een terreurverdachte die naar de rechtbank liep en mannen zag staan met automatische geweren. Hij zei tegen zijn advocaat: volgens mij komt er zo een heel zware zaak hier. Het antwoord van zijn advocaat was: ‘Nee, dit is voor jouw zaak.’ Daarna zei de verdachte: ‘Denkt de rechter dan ook dat ik het gedaan heb?’ Ik snap dat hij zich zorgen maakte. In een rechtsstaat is dit een probleem.’
Als jurist toetst Buruma de rechtsstaat, die centraal staat in zijn boek, aan vijf criteria: de overheid handelt volgens de wet, burgers kunnen daar rechtsbescherming aan ontlenen, ze hebben grondrechten waarop niet zomaar inbreuk kan worden gemaakt, ze kunnen naar de rechter stappen en worden gelijk behandeld.
‘Zo’n lijstje lijkt misschien overzichtelijk en makkelijk’, zegt hij. ‘Maar in de praktijk wordt regelmatig inbreuk gemaakt op grondrechten. Dan wordt een verdachte bijvoorbeeld lang in voorlopige hechtenis gehouden, voordat hij wordt veroordeeld of vrijgesproken. Belangen worden tegen elkaar afgewogen.’
Hij schetst de rechtsstaat als het product van een lange ontwikkeling, die is beïnvloed door de tijdgeest. Daarom spreekt hij van een onvoltooide rechtsstaat, die nooit ‘af’ is. En die ook ten onder kan gaan.
Dat ondervond Buruma zelf toen hij in 2017 met Russische juristen sprak, in Sint-Petersburg. ‘Ik vertelde ze dat Volkert van der G., de moordenaar van Pim Fortuyn, enkele jaren eerder vervroegd was vrijgelaten. Terwijl de meeste Nederlanders, inclusief toenmalig staatssecretaris van Justitie Fred Teeven, dat niet zagen zitten. De rechter had zo beslist, legde ik uit, en Teeven legde zich er uiteindelijk bij neer. Daar begrepen mijn Russische collega’s niets van. In hun ogen waren rechters knechtjes van politici.
‘Hier is dat gelukkig anders’, zegt hij. ‘Maar ik zie steeds vaker dat Nederlandse politici kritiek uiten op rechterlijke uitspraken. Over het asielbeleid, bijvoorbeeld, of klimaatzaken. Omdat hun plannen in strijd zijn met Europese regels. Ze schuiven hun eigen falen af op rechters.
‘Ik vrees dat dit in de toekomst nog vaker zal gebeuren. Dat is een van de grootste bedreigingen voor onze rechtsstaat: dat rechters worden beschouwd als degenen die het fout doen. Terwijl ze gewoon hun taak uitvoeren.’
De Amerikaanse president Donald Trump hekelt geregeld rechters die ‘ongewenste’ vonnissen vellen. PVV-leider Geert Wilders gebruikt termen als ‘rechtsstaatfetisjisten’ en ‘neprechters’.
‘Daaruit blijkt hoe kwetsbaar de rol van de rechter in een rechtsstaat is. In Polen, onder de vorige, rechts-nationalistische regering, hebben we al eens gezien hoe de onafhankelijkheid van de rechtspraak werd aangetast door vergaande politieke invloed op benoemingen.’
In 2011 ontstond ophef rond uw benoeming bij de Hoge Raad. U had Wilders’ pleidooi voor een Koranverbod vergeleken met plannen van Benito Mussolini. En u bleek in 2006 te hebben meegeschreven aan het PvdA-verkiezingsprogramma. PVV-Kamerleden noemden u ‘een linkse activist’. Toch stemde de Kamer in met uw benoeming. Hoe kijkt u daarop terug?
‘Het was in de eerste plaats vervelend voor de rechtspraak, omdat die graag benadrukt dat rechtspreken een ambacht is en geen quasi-politieke activiteit. Zo is het ook. Maar ik heb er zelf niet wakker van gelegen. Ik kon me best voorstellen dat meneer Wilders het vervelend vond dat hij werd vergeleken met Mussolini. Dat pleitte voor hem. Wat niet wil zeggen dat ik spijt had van die vergelijking.’
Waarom besloot u uw PvdA-lidmaatschap op te zeggen, ten tijde van deze discussie?
‘Als rechter kun je best lid zijn van een partij, vind ik, maar in mijn geval speelde meer: ik had meegewerkt aan een verkiezingsprogramma. Daardoor zou je kunnen denken dat ik dicht bij het partijbestuur stond. Dat was niet zo, maar ik wilde niet dat twijfels over mijn onafhankelijkheid mijn werk zouden vertroebelen.’
Nu, veertien jaar later, pleiten steeds meer Nederlandse rechters voor maatregelen die moeten voorkomen dat politici ooit vriendjes kunnen benoemen tot rechter, zoals in landen als Polen is gebeurd.
Alle Nederlandse rechters, behalve die in de Hoge Raad, worden geselecteerd via de Landelijke Selectiecommissie Rechters. Die wordt aangewezen door de politiek benoemde Raad voor de Rechtspraak. De selectiecommissie zoekt geschikte kandidaten, de raad doet vervolgens een voordracht. Uiteindelijk is het aan de regering om nieuwe rechters te benoemen, voor het leven.
Zouden Nederlandse politici dit systeem ooit kunnen misbruiken?
‘Dat zou lastig zijn, maar het kan wel, ja. Een Poolse minister van de vorige regering zei een paar jaar geleden tegen een Nederlandse hoogleraar: ‘Ik wou dat wij net zo’n systeem hadden als jullie, dan was het veel makkelijker geweest om vriendjes aan te wijzen als rechter.’ Daar verzonnen ze een truc: ze verlaagden de pensioenleeftijd en vervingen rechters die ‘te oud’ waren door sympathisanten.
‘In Nederland kan de minister van Justitie de benoeming van leden van de Raad voor de Rechtspraak tegenhouden. Dat is nog nooit gebeurd, maar toch pleit ik ervoor dat te veranderen. Ook omdat leden van deze raad de selectiecommissie voor rechters samenstellen. Ze kunnen die vullen met vriendjes en zeggen: let op dat sollicitanten wel sympathie voor onze regering hebben.
‘Dat het ooit zover komt, ligt niet voor de hand. Maar stel dat er politici aan de macht komen met dubieuze opvattingen en verstand van zaken, zoals in Polen, dan kunnen ze vrij snel door ons systeem heen fietsen.’
Is het in zo’n geval onontkoombaar dat Nederland afglijdt naar een autoritaire staat?
‘Nee. Daar zijn we zelf bij, als burgers. Het verhaal van de rechtsstaat is het verhaal van echte mensen. Voor ons allen geldt dat het de kunst is om op tijd te herkennen dat het mis dreigt te gaan, en op te staan tegen onrecht. Laten we een voorbeeld nemen aan mensen die dat eerder hebben gedaan, ook als dat gevaarlijk was.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant