De veiligheidssituatie in Syrië blijft na de val van het Assad-regime ‘fragiel’, ‘instabiel’ en ‘volatiel’. Dat schrijven ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken in het zogenoemde ambtsbericht, een analyse van de politieke en veiligheidssituatie van een land.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Het demissionair kabinet wilde het veiligheidsrapport niet openbaar maken, maar vrijdag oordeelde de rechter dat het ambtsbericht over Syrië niet geheim mag blijven. Daarop vond de publicatie vrijdagavond alsnog plaats.
De gevallen coalitie besloot in het hoofdlijnenakkoord de ambtsberichten niet langer openbaar te maken. Deze rapporten schetsen niet alleen de veiligheid, maar ook de politieke situatie en leefbaarheid van een land. Het ambtsbericht is van doorslaggevende betekenis bij het vaststellen of een asielzoeker recht heeft op een vluchtelingenstatus.
De rechtse partijen PVV, VVD, NSC en BBB spraken in het hoofdlijnenakkoord af het concept ‘veilig land’ waar vluchtelingen naar terug zouden kunnen keren, op te rekken. Dat deden ze door ook regio’s veilig te verklaren, naast volledige landen. Ze legden ook vast dat het ambtsbericht, waarin de veiligheidssituatie per regio beschreven staat, niet langer openbaar gemaakt zou worden.
Maar volgens de Nederlandse Orde van Advocaten zou het geheimhouden van de rapporten in strijd zijn met het recht op een eerlijk proces. Asielzoekers die hun uitzetting willen aanvechten, zouden een informatieachterstand hebben ten opzichte van de staat. De rechtbank oordeelde vervolgens dat de informatie inderdaad openbaar moet zijn.
Na de val van de Syrische dictator Bashar al-Assad en het ogenschijnlijke einde aan de jarenlange burgeroorlog besloot het kabinet in december nieuwe asielverzoeken van Syriërs tijdelijk niet meer in behandeling te nemen. Het ministerie van Asiel wilde eerst afwachten hoe de ‘ontwikkelingen in Syrië’ zich zouden voltrekken.
Uit het vrijdag geopenbaarde ambtsbericht blijkt dat de situatie aldaar verre van veilig en stabiel is. In het rapport, dat dateert van mei dit jaar, staat beschreven dat het machtsvacuüm na de val van Assad in delen van het land heeft geleid tot sektarische spanningen. Ook ziet het ministerie van Buitenlandse Zaken dat terreurgroepen als Islamitische Staat nieuwe aanvallen uitvoeren. Daarnaast zijn door Turkije gesteunde gewapende groepen in een strijd verwikkeld met Koerdische strijdkrachten en bezet Israël delen van Syrië. Het heeft daar bombardementen uitgevoerd waarbij burgerslachtoffers zijn gevallen. ‘Alles bij elkaar genomen was het land in hoge mate gemilitariseerd, met vele gewapende facties en een enorme hoeveelheid wapens in omloop’, staat in het rapport. ‘Sektarische spanningen laaiden verschillende keren op tot hevig en grootschalig geweld.’
In de Tweede Kamer leeft na de val van Assad de wens Syrische vluchtelingen in Nederland zo snel mogelijk terug te sturen. Onlangs presenteerde PVV-leider Geert Wilders een aantal asielvoorstellen waarvan het binnen zes maand. Dat voorstel geniet steun van VVD, NSC en BBB. Het kabinet viel uiteindelijk omdat zij hun handtekening niet onder het ‘tienpuntenplan’ wilden zetten.
Hoewel het ambtsbericht geen finaal oordeel velt of Syrië, of delen van Syrië, veilig zijn, wordt wel geconcludeerd dat de situatie tot in ieder geval april van dit jaar ‘fragiel’, ‘instabiel’ en ‘volatiel’ was.
Toch zijn volgens VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR vanaf de val van Assad tot vorige maand ruim een half miljoen Syriërs teruggekeerd. De meesten zijn afkomstig uit buurlanden Libanon en Turkije. Bij de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) is bekend dat vanuit Nederland 250 Syriërs met hulp van de dienst terugkeerden. Onduidelijk is hoeveel Syriërs Nederland verlaten hebben zonder de hulp van de DTenV. Nederland telt momenteel 165 duizend gevluchte Syriërs.
Syriërs die terugkeren, worden in Syrië geconfronteerd met een onherkenbaar thuisland. ‘Een van de vele obstakels voor Syriërs in het buitenland om terug te keren naar hun land van herkomst was de grootschalige beschadiging of verwoesting van woningen en civiele infrastructuur’, staat in het ambtsbericht. De woning die zij achterlieten is verwoest, onbewoonbaar of ingenomen door achterblijvers en strijdkrachten.
Voorlopig is er geen zicht op verbetering van de situatie, zo is in het ambtsbericht te lezen: ‘In de verslagperiode waren er in Syrië geen noemenswaardige initiatieven gestart op het gebied van puinruimen en wederopbouw.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant