Israël laat mondjesmaat voedsel binnen in Gaza, nadat het die noodhulp maanden had tegengehouden. Vooral kinderen lijden onder de hongersnood. De Volkskrant keek samen met een lokale journalist in een kliniek in Gaza-Stad hoe de bijna 1-jarige Eilia in leven wordt gehouden.
Door Monique van Hoogstraten, Titus Knegtel en Malak Tantesh
De ontvangsthal van het ziekenhuis is propvol. Overal zitten, staan en dwalen mensen, vrouwen met kinderen vooral. Shireen Abu Sharkh (24) komt net binnen, met Eilia slapend op haar schouder. Haar dochter, bijna 1 jaar oud, weigert al drie dagen te eten. Als Shireen haar dwingt een klein hapje te nemen, moet ze overgeven. Ze is ten einde raad, zo gaat het al maanden. Haar man Riyad volgt hen. Hij loopt met een kruk, mist zijn rechteronderbeen.
Ze zoeken hun weg in de rumoerige hal. Buiten klinkt het indringende gezoem van de Israëlische drones, hierbinnen, in het Patient's Friend’s Benevolent Ziekenhuis in Gaza-Stad, wordt dat overstemd door kindergehuil en bezorgde stemmen. Opvallend ook: er hangt geen ziekenhuisgeur. Ontsmettingsmiddel is hier schaars.
Ze kunnen terecht bij dokter Musab Sameer Farawna. De 38-jarige kinderarts werkt op de voedingsafdeling. Als hij het meisje onderzoekt, geeft ze geen krimp. Ze blijft maar slapen, opent haar ogen niet eens. De dokter zegt dat ze in het ziekenhuis mogen blijven.
Dat geldt lang niet voor alle kinderen, zegt Farawna. ‘We krijgen elke dag 150 tot 200 kinderen binnen. Ze zijn ondervoed en hebben vaak meerdere aandoeningen, zoals buikgriep, uitdroging en longontsteking. Maar we zijn maar met dertien artsen en er is een groot tekort aan zelfs de simpelste medicijnen. Dus we kunnen alleen de ergste gevallen opnemen.’
Vader Riyad en moeder Shireen aan het bed van Eilia.
Foto: Seham Tantesh
Zoals Eilia. Geboren op 10 juni 2024 in het veldhospitaal van het International Medical Corps in Khan Younis, in het zuiden van Gaza.
Eilia betekent Jeruzalem. Haar oma koos de naam, als herinnering aan een meisje op wie ze erg gesteld was. Dat meisje werd een paar maanden voor de geboorte van Eilia gedood in de oorlog, 4 jaar oud.
Eilia heeft een plek gekregen op een kleine kamer met drie bedjes, de twee andere zijn al bezet. De dokter heeft net bloed en urine bij haar afgenomen voor onderzoek, nu krijgt ze een infuus in haar hand waarmee een zoutoplossing kan worden toegediend.
Hij instrueert Shireen hoe ze haar dochtertje moet voeden, met de voedingsmiddelen die ze hier hebben, ooit ontwikkeld voor kinderen in gebieden met hongersnood: pindapasta en biscuitjes met extra vitaminen, eiwitten en mineralen. ‘Als het zakje leeg is, geef je haar een beetje melk. Na een uur moet je haar dit biscuitje geven en dan een beetje pasta.’
Foto: Seham Tantesh
Eilia moet zeker tien dagen blijven, zegt hij. ‘Ze heeft ernstige buikgriep en diarree waardoor ze is uitgedroogd. Ik zie dat ze ook brandwonden heeft.’ Er zitten inderdaad forse, bleke plekken op haar onderbenen. Shireen vertelt dat Eilia die een week geleden opliep toen ze hete melk uit haar handen liet vallen.
De gezondheidsminister van de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever, Majed Abu Ramadan, zegt dat er de afgelopen dagen in Gaza 29 kinderen en ouderen zijn overleden door ondervoeding.
Naast het bed van haar dochter begint Shireen te vertellen. Ze was drie maanden zwanger toen de oorlog begon. Op bevel van het Israëlische leger trok ze samen met haar man Riyad en hun dochters Basant en Saida – toen 4 en 3 jaar oud – vanuit Jabalia naar het zuiden. Eerst naar Khan Younis, daarna naar Deir al Balah.
Steeds moesten ze hun spullen weer oppakken en elders een veilige plek zoeken voor hun tent. Ze werden afhankelijk van voedselhulp. ‘Voor de oorlog werkte mijn man in de bediening in de horeca. Ons leven was goed, we hadden geld, een huis, en Riyad was nog gezond.’
De geboorte van Eilia had ze, als het had gekund, zo graag uitgesteld tot het leven er weer ietsje beter uitzag. Ze was verdrietig toen ze ter wereld kwam. ‘En ik was bang dat ze iets zou mankeren, ik heb zo veel stof en buskruit ingeademd. Maar ze was in goede gezondheid, woog 3,6 kilo – een prachtig meisje met hele lieve ogen.’
Het gezin met vader Riyad, dochters Saida en Basant en moeder Shireen, eind december 2024. Ze woonden toen in hun tent in een vluchtelingenkamp in Deir al-Balah. De jongste dochter Eilia kijkt recht de camera in.
Foto: Omar Ashtawy / Reuters
De twee andere moeders in de kamer mengen zich in het gesprek. Ze praten met elkaar over hoe alles van slecht naar erger is gegaan. Dan onderbreekt het bulderende geluid van een gevechtsvliegtuig de rust en intimiteit, het scheert laag over. Ze krimpen in een reflex ineen. Ze hopen dat er een staakt-het-vuren komt, zeggen ze daarna, maar ze hebben er weinig hoop op.
Een medewerker van een hulporganisatie komt binnen met melk voor de patiëntjes. Als Eilia wakker wordt en begint te huilen, probeert Shireen haar te voeden. Maar ze weigert te drinken, draait haar hoofd steeds weg.
Foto: Seham Tantesh
Hoewel Shireen vandaag meermaals heeft geprobeerd Eilia tot eten te bewegen, zoals de arts had gezegd, is het gebleven bij een half biscuitje. De pindapasta wilde ze niet. Shireen heeft zelf niets gegeten, ook vanochtend niet, toen ze nog bij haar andere twee dochters was in hun tent in Jabalia, zo’n 5 kilometer hiervandaan. Ze gingen daar eind januari weer heen, tijdens het staakt-het-vuren. Tussen het puin zetten ze hun tent op, daar zijn Basant en Saida nu met hun oma. Shireen blijft in het ziekenhuis slapen. Ze krijgt een stuk brood van haar kamergenoot.
In de nacht zijn vijftien vrachtwagens van het World Food Programme (WFP) geplunderd. Ze waren op weg naar bakkerijen van het WFP. ‘Zoals we eerder hebben gezegd: twee miljoen mensen worden geconfronteerd met extreme honger en hongersnood als er niet onmiddellijk iets gebeurt’, stelt de VN-organisatie.
Eilia wordt wakker, haar kleren zijn vies van de diarree. Shireen wast haar en geeft haar schone kleren. De dokter geeft een nieuwe dosis zoutoplossing voor het infuus, waardoor ze hard moet huilen.
Dokter Farawna vertelt dat hij en zijn collega’s zich soms machteloos voelen. Ze proberen zoveel mogelijk uren te maken, maar ze kunnen met hun kleine staf en het tekort aan medicijnen de toeloop van patiënten niet aan. ‘Ik heb meerdere kinderen zien sterven, van wie de laatste vorige week.’
Kinderarts Musab Sameer Farawna.
Foto: Osama Al Ashi
Ook hij is uitgeput, zegt hij. ‘We zitten in dezelfde toestand als iedereen. Voordat ik naar mijn werk ga, ben ik bezig met water halen, hout hakken en vuur maken. Ik heb vier kinderen, de jongste is net 1 jaar oud. We eten één maaltijd per dag. Maar wij kunnen tenminste in ons huis wonen, al is het deels vernietigd en afgebrand.’
Shireen maakt 50 milliliter melk klaar; de dokter heeft gezegd dat ze dat moet blijven proberen, maar ook nu weigert Eilia te drinken en begint ze te huilen. Even later geeft ze haar een biscuit. Eilia eet de helft op en moet daarna overgeven. Als ze een paar uur later iets vrolijker lijkt, drinkt ze een beetje melk. Maar kort daarna is er weer diarree.
De eerste maanden na de geboorte van Eilia ging het best goed, vertelt Shireen. Maar toen ze een maand of zes was, werd ondervoeding vastgesteld. ‘Ik ben geregeld naar een medische hulppost gegaan, maar haar conditie werd steeds slechter. Er is ook helemaal niets gezonds te eten, geen eieren, geen groenten, geen fruit, geen vlees – niets om haar te helpen groeien. En ze kreeg infecties in haar buik. Ze werd steeds zwakker, ik zag haar ribben, zoals je op televisie ziet bij stervende kinderen in Somalië.’
Onderzoek door de arts.
Foto en video: Osama Al Ashi
Ondertussen is haar man Riyad binnengekomen. Hij heeft een tas bij zich met drie setjes kleren, en de sandalen van Shireen. Eten heeft hij niet meegebracht, dat heeft hij niet, ze zijn afhankelijk van gaarkeukens. ‘We weten niet wie het kookt, wat het precies is of met wat voor soort water het is bereid. Maar we hebben zelf geen geld meer’, vertelt Shireen.
In Gaza zijn nog tientallen hulporganisaties actief. De meeste daarvan zijn bijna door hun voorraden heen, die tijdens het staakt-het-vuren fors waren aangevuld. Aan de andere kant van de grens staan vrachtwagens vol goederen die Israël niet toelaat.
Eilia slaapt. De dokter heeft de testresultaten. Haar hemoglobineniveau is laag en wijst op bloedarmoede, iets dat vaker voorkomt bij ondervoeding.
Foto: Seham Tantesh
Het Israëlische leger zegt dat het donderdag 107 vrachtwagens met hulpgoederen Gaza heeft binnengelaten. Die bevatten volgens persbureau Reuters onder meer bloem, voedsel en medische producten. De Verenigde Naties hebben de komst van de vrachtwagens nog niet bevestigd.
De dokter meet de temperatuur van Eilia: 39 graden. Hij geeft haar paracetamol en Shireen moet haar koude kompressen geven. De koorts zakt.
De voorraadkast in het ziekenhuis: er is een groot tekort aan zelfs de simpelste medicijnen.
Foto: Osama Al Ashi
Eilia wordt bleek en huilt aan een stuk door. Shireen: ‘Haar ogen zijn diep weggezakt van de pijn. Ik moet er zelf van huilen. Ik voel haar pijn en ik kan haar niet helpen.’
Ze wil niet nog iemand verliezen. Een van haar broers is gedood. ‘Hij rende een gebouw binnen om een vriend te helpen die was geraakt. Toen werd hij zelf door een granaat getroffen, in zijn buik. Hij bleef in het ziekenhuis nog een week in leven, maar hij had een interne bloeding, ze konden niks meer voor hem doen.’
António Guterres, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, heeft een vurig pleidooi gehouden voor meer noodhulp in Gaza. Hij zegt dat de VN 160 pallets met voedsel klaar heeft staan. Genoeg om 9.000 vrachtwagens te vullen die zo Gaza in kunnen rijden als Israël toestemming geeft. De noodhulp die Israël heeft binnengelaten in Gaza ‘is maar een theelepeltje van wat nodig is’, zei hij.
Shireen krijgt wat gekookte rijst van een zuster, het eerste eten van deze dag.
Shireen verwarmt water in een snelkoker om de alweer vieze kleertjes te wassen en hangt ze te drogen op de rand van het bed. Door het brandstoftekort is er nu ongeveer zes uur elektriciteit per dag in dit ziekenhuis, soms wisselen de afdelingen de schaarse stroom met elkaar af.
Uit de bloedtest blijkt dat Eilia nog steeds een te laag hemoglobineniveau heeft.
De dokter zegt dat Eilia even niets meer mag eten tot het braken en de diarree stoppen. Ze gaat op de weegschaal: 6,7 kilo. Dat is 200 gram meer dan twee dagen geleden, maar 1,5 tot 3 kilo minder dan een gezond kind van haar leeftijd.
Shireen gaat naar buiten, ze valt om van de honger. Ze loopt naar een van de klinieken die voedingssupplementen voor kinderen uitdelen. Iedereen die zijn kinderen daar registreert kan die krijgen. Saida en Basant zijn er nu toch niet, dus Shireen verkoopt het en gebruikt het geld om een pitabroodje met twee balletjes falafel te kopen. Het is niet genoeg om haar honger te stillen. Als ze terugkomt in het ziekenhuis slaapt Eilia.
Ten minste vijf Palestijnen worden gedood en vijftig raken gewond als het Israëlische leger de wapens richt op een grote groep mensen rond een vrachtwagen met zakken meel, in Al-Mawasi. Dit gebied in het zuiden is lang geleden tijdens de oorlog door Israël bestempeld als humanitaire zone.
Eilia heeft weer overgegeven. Haar kleren zitten eronder. Shireen doet haar andere kleren aan, wast ze en hangt ze te drogen.|‘Ik ben zo boos op iedereen die dit ons heeft aangedaan, Israël voorop, op iedereen die ons heeft beroofd van de basisbehoefte van elk mens: eten.’
Toen ze nog Deir al-Balah zaten, vertelt Shireen, twee maanden nadat Eilia was geboren, was er een bombardement heel dicht bij hun tent. Haar man Riyad raakte gewond. Op 6 augustus moest zijn onderbeen worden geamputeerd.
Riyad wordt naar het Al-Aqsa Martelaren-ziekenhuis gebracht nadat hij gewond is geraakt door een Israëlische luchtaanval op Deir Al-Balah, 6 augustus. Zijn onderbeen zou hij hierdoor verliezen.
Foto: Ali Hamad / Reuters
Twee maanden daarna was er opnieuw een luchtaanval, weer heel dichtbij. Eilia kreeg een stukje puin in haar gezicht, onder haar oog, Shireen werd in haar rug geraakt en haar middelste dochter Saida in haar buik. Saida heeft toen een maand in het Al Aqsa-ziekenhuis gelegen en werd twee keer aan haar nieren geopereerd. Ze klaagt soms over pijn, maar de pillen die ze kreeg, kan ze niet betalen.
Shireen: ‘Een week voordat het staakt-het-vuren eindigde, half maart, nam het Rode Kruis contact met ons op. Mijn man en Saida mochten naar het buitenland voor medische behandeling. Riyad zou een prothese krijgen. Ze konden zich klaarmaken voor de reis. Maar toen begon de oorlog weer en ging het checkpoint dicht.’
Foto: Osama Al Ashi
Media melden dat in Gaza 9 van de 10 kinderen van een kinderarts zijn gedood bij een Israëlische luchtaanval op Khan Younis. De vrouw was zelf aan het werk in het Nasser-ziekenhuis toen haar huis werd gebombardeerd. Eén kind, een jongen van 11 jaar, en zijn vader – ook een dokter – zijn zwaargewond.
Een paar dagen later lijkt er weinig verbetering. Eilia heeft inmiddels een buisje in haar neus om de melk toe te dienen, omdat ze niet wilde drinken. ‘Ik heb het gevoel dat ze helemaal niet vooruitgaat’, zegt Shireen, die zelf ook uitgeput is. Wat ook niet helpt is de rugpijn die ze nu al dagen heeft doordat ze samen met haar dochter in het kinderbed slaapt.
Ze heeft de dokter vanochtend gevraagd wanneer de sonde uit Eilia’s neus mag. Het doet haar pijn, ze huilt veel. En Shireen is bang dat ze het er ’s nachts uittrekt en dat het gaat bloeden. Maar de dokter heeft gezegd dat het buisje er nog niet uit kan, eerst moet haar toestand verbeteren.
Foto: Osama Al Ashi
Het stinkt in de kamer. Iemand van de schoonmaakploeg komt de afvoer in de tegelvloer schoonmaken. ‘Ze werken de klok rond om het ziekenhuis zo steriel mogelijk te houden’, zegt dokter Farawna, ‘maar met zo veel patiënten en bezoekers is dat moeilijk, en ze willen zuinig zijn met hun voorraad schoonmaakmiddelen.’
Een zuster vult het druppelinfuus aan op Eilia’s hand. Shireen vertelt dat ze zelf nog niets heeft gegeten. Soms kopen de moeders op de kamer samen een paar balletjes falafel. En aan het einde van de dag, als er rijst wordt uitgedeeld aan de medische staf, vraagt Shireen of er iets over is en krijgt ze wat.
Eilia wordt wakker en speelt wat met een pop van een ander kindje. Daar wordt ze blij van.
Bij een distributiepunt van de Gaza Humanitarian Foundation in Rafah in het zuiden van Gaza zijn vanochtend 24 mensen gedood, melden de gezondheidsautoriteiten in Gaza. Het is het zoveelste dodelijke incident bij de uitdeling van voedsel door de Amerikaanse organisatie.
Eilia is gisterochtend ontslagen uit het ziekenhuis, vertelt Shireen aan de telefoon. De dokter heeft gezegd dat haar toestand in de loop van de tijd zal verbeteren. ‘Ik ben blij dat we weg mochten’, zegt ze, ‘maar hier in de tent is het vreselijk. Het is vies, overal ligt zand.’
Eilia krijgt melk via een sonde.
Foto: Osama Al Ashi
Vanmorgen hebben ze linzen gekregen van een gaarkeuken. ‘Een uur later gingen Basant en Saida alweer huilen dat ze honger hebben en meer eten willen. Ik heb voor een week biscuits en melk meegekregen voor Eilia, en nu zijn ze jaloers op haar. Ik heb ze toch maar wat gegeven.’
Bij een medische post waar ze vandaag voor controle langs moest, waren ze verbaasd. ‘Waarom hebben ze Eilia ontslagen uit het ziekenhuis? Ze had langer moeten blijven.’ Ze weegt nog steeds maar 6,7 kilo.
Israël laat geen buitenlandse journalisten toe in Gaza. De Volkskrant werkt daarom samen met de Palestijnse journalist Malak Tantesh. Zij heeft ter plaatste de observaties gedaan en de interviews afgenomen. Op basis daarvan is dit verhaal gemaakt. De video’s en foto’s zijn in opdracht van de Volkskrant gemaakt door de lokale fotojournalist Osama Al Ashi en Seham Tantesh.
De wanhoop onder de uitgehongerde Palestijnse bevolking in Gaza is zo groot, dat deze week de voedseldistributie op drie plaatsen uitliep op chaos. Daarbij vielen ook doden.
Zo’n honderdduizend mensen protesteerden zondag in Den Haag tegen de oorlog in Gaza en het kabinetsbeleid tegenover Israël. Veel mensen hadden nooit eerder in hun leven gedemonstreerd. Jong en oud, moslim en Jood trekt door middel van hun kledingkeuze een symbolische rode lijn tegen het geweld en de honger in Gaza.
In Gaza zijn naar schatting 1,9 miljoen mensen ontheemd. Ze zitten in scholen, halfgebombardeerde gebouwen en zelfgebouwde tenten. De familie Abu Samrah is na omzwervingen met zeventien mensen neergestreken in Al Mawasi. De Volkskrant keek een dag mee met het leven van het echtpaar Mustafa en Fatima, hun schoonzus Afaf en haar kinderen Ranya en Mohammed.
Source: Volkskrant