In de komende campagne zal het kloofdenken zeker weer als stemmentrekker worden ingezet. Maar is het de kloof of de retoriek over de kloof die de wrok aanwakkert?
In aanloop naar de verkiezingen, en zeker ook in de duiding van de uitslag achteraf, zal het kloofdenken weer hoogtij vieren. De belangrijkste kloof die dan vaak van stal wordt gehaald is die tussen de stad en het platteland.
‘De wraak van de plekken die er niet toe doen’, is de titel van een invloedrijke studie uit 2018 over de populistische revolte die de wereld sindsdien in haar greep heeft. Rond diezelfde tijd raakte de theorie in zwang dat de proteststem is te verklaren als een reactie van de plaatsgebonden somewheres − conservatieve plattelandsbewoners die het weefsel van hun gemeenschappen zien verkruimelen − op de kosmopolitische anywheres − progressieve en individualistische stedelingen die wél profiteren van de globalisering.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Wel zo overzichtelijk, zo’n allesomvattende tweedeling. Maar hoe aannemelijk het ook klinkt, de kloof tussen stad en land gaapt vooral in de geest. Dat blijkt uit een nieuwe studie van het Sociaal en Cultureel Planbureau, het instituut dat de laatste jaren onvermoeibaar het idee bestrijdt dat groepen mensen in Nederland steeds verder uiteengerukt worden. De polarisatie groeit niet, toonde het SCP onlangs aan, hoe erg dat ook in tegenspraak lijkt met de werkelijkheid die tot ons komt via de (sociale) media.
Niet de plek waar je woont is bepalend voor de maatschappelijke positie, blijkt uit het nieuwe rapport, maar wie je bent en tot welke sociale klasse je behoort. Of mensen progressieve of conservatieve opvattingen hebben over onderwerpen als Europa, klimaat en integratie, hangt maar voor een klein deel samen met hun woonplaats. Zo heeft iemand die tot de werkende bovenlaag behoort en op het platteland in Limburg woont, meer gemeen met een persoon uit dezelfde klasse in Utrecht, dan met zijn dorpsgenoten.
Hoewel maatschappelijke overtuigingen over het algemeen nauwelijks variëren tussen de provincies, is er één uitzondering: plaatsgebonden ressentiment, in hoeverre de landelijke politiek voldoende oog heeft voor de regio waar men woont. Op die factor is er wel een flink verschil te zien tussen het centrum en de periferie, zoals in Oost-Groningen en Zeeland waar óók hogere klassen zich in de steek gelaten voelen door Den Haag.
Het SCP haast zich erbij te zeggen dat deze gevoelens van regionale onvrede begrijpelijk zijn, omdat burgers in die gebieden bovenmatig geconfronteerd worden met de negatieve gevolgen van nationaal beleid: de aardbevingen in Groningen, de toeslagenaffaire, problemen in de jeugdzorg en een gebrek aan betaalbare woningen. Evengoed zou het een vervolgonderzoek waard zijn om te achterhalen in hoeverre de wrok is aangewakkerd door de retoriek óver de kloof.
Het onderzoek over de niet-bestaande kloof tussen stad en land had dan ook niet op een beter moment kunnen verschijnen. Let op de woorden die politici in de aankomende verkiezingscampagne hanteren en bedenk daarbij: wie maatschappelijke verschillen uitvergroot, wil niet de ongelijkheid aanpakken, maar op een golf van onvrede meeliften.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant