Home

Redder van het ondergrondse verleden

Hoe een kroegbaas de verdwijnende mergelgroeven van Maastricht vereeuwigde

Ruim drieduizend foto’s maakte de Maastrichtse kroegbaas Jan Spee van alle (kunst)uitingen die hij in de mergelgroeven onder de Sint-Pietersberg tegenkwam. Hij wilde ze vastleggen voordat ze in in de cementmolen zouden verdwijnen. Spee overleed vorig jaar. Een lijvig fotoboek brengt een ode aan zijn levenswerk.

Door Robert Giebels

Fotografie Jan Spee / HCL

Dwars door deze Nachtwacht, ter hoogte van de voeten van kapitein Frans Banninck Cocq en luitenant Willem van Ruytenburch, stond ooit een tekst: ‘Voor een paar cent kunt u dit binnenkort kopen als cement.’ De voorspelling kwam net niet uit. De houtskoolversie van ’s lands bekendste schilderij, op een kalkstenen muur in de mergelgroeve onder de Sint-Pietersberg, is er nog altijd.

De Nachtwacht-replica op ware grootte, die de Maastrichtse kunstenaar Jules Sondeijker begin 1900 maakte, is nu de trekpleister van elke rondleiding door de ondergrondse kathedraal in de groeve; met haar enorme pilaren en brede, acht meter hoge, donkere gangen zover het oog (en de zaklamp) reikt. Maar had Sondeijker ervoor gekozen zijn Nachtwacht tweehonderd meter verderop te tekenen, dan was die inderdaad in de cementmolen verdwenen.

Het is het lot dat het grootste deel van de heuvel vlak bij Maastricht trof. Sinds de 13de eeuw zaagden de zogenoemde blokbrekers de mergel uit de groeve, om te gebruiken als bouwsteen. Zo ontstond onder de Sint-Pietersberg een gigantisch doolhof met 150 tot 200 kilometer aan gangen. Door decennialange afgravingen van de Eerste Nederlandse Cement Industrie (Enci) is daar nog ongeveer 60 kilometer van over, waarvan een deel niet toegankelijk is vanwege instortingsgevaar.

Jan Spee / HCL

Jan Spee, kroegbaas, dj en drummer uit Maastricht, besloot begin jaren zestig zoveel mogelijk te fotograferen van wat, mede door de afgravingen, op het punt stond te verdwijnen: duizenden (kunst)uitingen, zoals die van De Nachtwacht, maar ook handtekeningen en inscripties – de oudste uit 1409. ‘Zodat iedereen kan zien wat er is… en wat er was’, schreef Spee, die vorig jaar op 86-jarige leeftijd overleed.

Hij liet een collectie na van drieduizend foto’s, en een maquette van zeven bij drie meter van de ‘oorspronkelijke’ Sint-Pietersberg, waarop hij met nummers had aangegeven waar hij welke foto had gemaakt.

Drie jaar geleden kroop Sven Gerhardt, mede-eigenaar van een Amsterdamse ontwerpstudio, tijdens een wandeling in een gat in de Sint-Pietersberg. Hij kwam terecht in de ondergrondse stad, waar het altijd 11 graden Celsius is, en raakte geobsedeerd. ‘Ik begon alles te verzamelen over de mergelgroeve – zeg niet grot, want dit hebben mensenhanden gemaakt.

Gerhardt stuitte een paar maanden na zijn wandeling bij het Historisch Centrum Limburg op het zorgvuldig opgebouwde archief dat perfectionist Jan Spee eind 2013 had overgedragen. ‘Eerlijk gezegd lag de collectie te verstoffen, liefst 21 meter aan plankruimte.’ De ontwerper besloot een ode te brengen aan Spee in de vorm van een indrukwekkend fotoboek, De Adem van de Berg. ‘Ik heb in ruim 400 pagina’s geprobeerd het archief van Spee samen te persen’, zegt Gerhardt. ‘Dan hebben we in elk geval de synopsis.’ Zijn uitgever verwoordt het zo: ‘Wij houden wel van malloten met een passie.’

Jan Spee / HCL

Hetzelfde vindt Gerhardt op zijn beurt van de man die bezeten – ‘verliefd is misschien een beter woord’ – was van het binnenste van de berg. ‘Spee was geen professionele fotograaf, kunstenaar of wetenschapper, maar zijn levenswerk, het documenteren en dus eigenlijk het redden van het belangrijke cultuurhistorische fenomeen onder de Sint-Pietersberg, is van onschatbare waarde.’

Van de mannen die eeuwen geleden de blokken kalksteen zaagden tegen een hongerloontje tot de soldaten, priesters, veldheren en toeristen die daarna de mergelgroeve bezochten: allemaal hebben ze de onbedwingbare behoefte gevoeld hun aanwezigheid op de muren te kalken. Aldus ontstond een immens stenen gastenboek voor, normaal gesproken, de eeuwigheid.

De ongeletterde, laat-Middeleeuwse blokbrekers krasten streepjes in het steen bij wijze van productieadministratie. Vooral in de 16de eeuw vonden de gezaagde blokken gretig aftrek, want met de grote stenen was het snel bouwen. Ze belandden in de Dom van Utrecht, de Sint-Jan in Den Bosch, de Saint-Jacques in Luik en in talloze andere kerken, kloosters en stadsmuren.

Terwijl de beste mergel begon op te raken, werd het labyrint dat was ontstaan meer en meer een toeristische attractie. Napoleon Bonaparte kwam in 1803 op bezoek en zette, conform de gewoonte, zijn handtekening – volgens de overlevering later vernietigd door een Pruisische officier.

Om de bezoekers iets te bieden, gingen kunstenaars los op de muren en tekenden replica’s van bekende schilders uit de Gouden Eeuw. Soldaten en burgers schuilden in de mergelgroeve en hakten fantasiedieren, religieuze taferelen en kapellen uit de zachte kalksteen.

Spee legde alle uitingen vast, te beginnen met een simpel rits-rats-klik-cameraatje. In de loop van de bijna vijftig jaar in de buik van de berg, kreeg hij het fotograferen steeds beter onder de knie. Uiteindelijk nam hij bij elk, gemiddeld vijf uur durende, bezoek vijftien kilo aan verlichting en fotoapparatuur mee. ‘Vaak ontwikkelde hij zelf zijn foto’s, thuis in de badkamer’, weet Gerhardt.

Jan Spee / HCL

De graafmachines zaten Spee op de hielen. Steeds kleiner werd de andere wereld, zíjn wereld, de tijdscapsule, het kalkstenen geschiedenisboek. Steeds groter werd de wond die het volgens Spee doodordinaire, financieel gedreven cementproductiebedrijf sloeg in de Sint-Pietersberg. ‘Cultuurbarbaren’, schreef hij, ‘is nog een te milde benaming voor het volk dat een tekening uit 1604 opoffert voor geldelijk gewin.’

Op 1 juli 2018 stopte het afknabbelen van de Sint-Pietersberg en kwam er een einde aan de cementwinning door de Enci. Wie nu in de Enci-groeve staat, inmiddels een uitgestrekt wandelpark van Natuurmonumenten, ziet rechte bergwanden die oprijzen als de kliffen bij Dover. De metershoge vierkante gaten, keurig op een rij in de muren, zijn niet te missen. Elk gat was ooit een gang.

‘Ik weet nog goed hoe vreemd het was’, schrijft Spee bij een foto die vanuit het binnenste van de berg de afgraving – het einde – laat zien, ‘toen ik daglicht zag in de altijd donkere wereld.’ Hij staarde naar beneden in de wond: het gat van de verwoeste berg. ‘Wat er dan door je heen gaat, is moeilijk te zeggen.’

Sven Gerhard, De Adem van de Berg – het levenswerk van Jan Spee. Uitgeverij The Eriskay Connection. 416 pagina’s, 45 euro

Maastrichts (laatste) cementmakers in actie

Miljoenen tonnen cement zijn geproduceerd in de Maastrichtse fabriek van Enci. Nu het doek na een kleine eeuw valt, mocht fotograaf Marcel van den Bergh er beelden maken.

Mergelgroeve in de Sint-Pietersberg: van mijnbouw naar enorm natuurgebied

Bijna 100 jaar mergelwinning heeft een enorm gat geslagen in de Sint-Pietersberg, 135 hectare groot en vanaf het hoogste punt gerekend wel 95 meter diep. Maar de mijnbouw in de Enci-groeve heeft ook heel bijzondere natuur opgeleverd.

Source: Volkskrant

Previous

Next