Nederlanders zijn een kleiner deel van hun inkomen kwijt aan wonen, terwijl de huurprijzen en woningprijzen zijn gestegen. Dat is te danken aan de loonstijgingen van de afgelopen jaren.
Hoewel een huis kopen en huren steeds duurder is geworden, zijn Nederlanders een kleiner deel van hun inkomen kwijt aan woonlasten. Dat concludeert statistiekbureau CBS op basis van de periode 2018 tot en met 2023. Ook vaste lasten zoals energie en onderhoud vallen onder woonlasten.
Vooral huishoudens in een huurwoning van een woningcorporatie hielden een groter deel van hun inkomen over. In 2018 moesten zij bijna een derde van hun geld aan de kant leggen voor de huur, energie en onderhoud. In 2023 was dat nog maar een kwart.
Bij de rest van de huurders en huiseigenaren is de daling kleiner, zoals te zien in onderstaande grafiek.
"Het is nog steeds een aanzienlijk deel van het inkomen dat naar woonlasten gaat", zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS. "Maar we houden wel meer geld over voor andere zaken."
Er gaat veel aandacht naar de gestegen prijzen van energie, wonen en de boodschappen. "Aan de andere kant zijn onze inkomens vaak nog meer gestegen", zegt Van Mulligen.
Huishoudens verdienden in 2023 grofweg een derde meer dan in 2018. Voor woningeigenaren lag de stijging van lonen rond de 27 procent. Huurders bij een woningcorporatie gingen er zo'n 25 procent op vooruit. De rest van de huurders zagen hun inkomsten het hardst stijgen met gemiddeld 33 procent.
Wonen werd in dezelfde jaren ook flink duurder. Verhuurders die geen woningcorporatie zijn, verhoogden de huren met 23 procent in vijf jaar tijd. Woningeigenaren zijn 6 procent meer gaan betalen, terwijl huurders bij woningcorporaties de rekening met 11 procent zagen stijgen.
In 2021 werd de kale huur van sociale huurwoningen tijdelijk bevroren. De bedragen per maand zijn te zien in onderstaande grafiek:
Source: Nu.nl economisch