Home

Geld en een knap koppie doen meer voor iemands positie dan woonplaats

Een woonplek in de Randstad of in Twente maakt niet zoveel uit voor iemands plek in de samenleving. Geld, een sociaal netwerk en een goede gezondheid zijn veel bepalender als het over ongelijkheid gaat. Ook uiterlijk speelt mee.

Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht in zeventig gebieden in Nederland of een woonplek bepalend is voor ongelijkheid in de samenleving. Maar of je in een bruisende stad of op het platteland woont is minder van belang dan gedacht.

SCP-onderzoeker Cok Vrooman noemt de uitkomst "enigszins verrassend", omdat het politieke debat vaak gaat over het contrast tussen achtergestelde gebieden en plekken waar inwoners beter af zouden zijn. Maar echt grote verschillen vond hij niet.

Wat wel bepalend is voor iemands plek in de maatschappij is de toegang tot bijvoorbeeld geld, scholing, een sociaal netwerk en een goede gezondheid. "Dat maakt dat ongelijkheid ingewikkeld is en daardoor ook hardnekkiger", zegt Vrooman tegen NU.nl.

Bij ongelijkheid zijn we geneigd om te denken aan armoedebestrijding, maar dat vindt Vrooman te eenzijdig. "We moeten ook kijken naar mensen die bijvoorbeeld heel veel geld en een goed netwerk hebben. In hoeverre geeft dat soort kapitaal kansen die anderen niet hebben? Denk aan bijscholing, een betaalbaar dak boven het hoofd en toegang tot goede stageplekken."

In 2023 onderscheidde het SCP zeven verschillenden klassen in Nederland. Onderaan hangt het zogenoemde precariaat. Dat zijn gepensioneerden met weinig hulpbronnen en mensen die arbeidsongeschikt zijn. De werkende bovenlaag is de klasse met veel kapitaal. Onder kapitaal valt geld, maar ook een netwerk en een goede gezondheid. Over deze klassenindeling lees je meer in onderstaand artikel.

"Die klassenstructuur doet iets met de samenleving", zegt Vrooman. "Het kan heel oneerlijk voelen als je onderaan zit en ziet dat mensen uit hogere klassen eerder komen bovendrijven dan anderen." Twee jonge individuen kunnen heel anders in het leven terechtkomen als de een als onaantrekkelijk wordt gezien en de ander niet, terwijl ze verder dezelfde leefstijl hebben. Iemands huidskleur, kleding en stemgeluid spelen daarbij ook mee.

In Nederland is een grote groep mensen voor wie dit systeem niet eerlijk aanvoelt. Zij kijken naar de overheid voor oplossingen. Wanneer de politiek dit signaal negeert, kan dat ten koste gaan van het vertrouwen in de overheid.

Hoewel er voor ingewikkelde problemen geen makkelijke oplossingen zijn, geeft het SCP wel wat handvatten voor effectief beleid. Zo zou de overheid moeten investeren in middelen die mensen nodig hebben tijdens belangrijke overgangen in het leven, zoals ouder worden en het begin van een carrière.

"De verzorgingsstaat van Nederland is de afgelopen decennia steeds kariger en selectiever geworden", zegt Vrooman. Wanneer gezondheidszorg, huisvesting en onderwijs voor iedereen toegankelijk zijn, hoeft een overheid minder aparte regelingen op te tuigen voor bepaalde groepen. "De vraag is volgens welk principe de overheid onze verzorgingsstaat wil inrichten op de lange termijn."

Een vraag die daarbij rijst is of gemeentelijk armoedebeleid nog wel zinvol is, aangezien iemands woonplaats maar weinig samenhangt met klassenongelijkheid. Vrooman pleit dan ook voor nationale voorzieningen voor iedereen, met aanvullingen voor mensen in uitzonderlijke omstandigheden. Denk aan hoge, niet-vergoede medische kosten. Tegelijkertijd blijven lokale overheden onmisbaar in de uitvoering, omdat die de situatie ter plaatse beter kennen.

Lokale ontmoetingsplekken zoals bibliotheken kunnen bijdragen aan gelijkheid, al komen mensen met het meeste en het minste kapitaal daar waarschijnlijk weinig over de vloer. "Er zijn geen quick fixes om klassenongelijkheid te bestrijden", zegt Vrooman. "Dat betekent niet dat je het niet moet proberen."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next