Home

Het beperken van het aantal eersteklascoupés in de sprinter is begrijpelijk

Openbaar vervoer

Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.

Wie afgelopen vrijdag werkte, zal het ’s ochtends in het ov hebben gemerkt. Op de toch al rustigere vrijdag in parttime werkend Nederland, was de dag na Hemelvaart massaal een snipper- of verplichte vrije dag. Zie daar in een notendop het probleem waarmee vervoersbedrijven kampen: de reiziger is er wel, alleen niet áltijd, élke dag, élk uur, in éven grote mate.

Dat de NS nu in bijna de helft van zijn sprinters de eerste klas vervangt voor 3.580 extra tweedeklaszitplaatsen is daarom toe te juichen. Drukte in de spits is tegenwoordig eerder een gegeven dan uitzondering, en de rode stoeltjes van de eerste klas – zo kon elke tweedeklas-sprinterreiziger zien – werden tegelijk nauwelijks bezet. Niet alleen omdat sinds corona de zakelijke reiziger vaker thuiswerkt, maar waarom zou je? Verschil in prijs was er wel, in comfort nauwelijks. En zoals twee NS-medewerkers in NRC opmerkten: „Niemand klapt zijn laptop open om een paar minuten te gaan werken tussen Castricum en Heemskerk.”

Tegelijk is het goed dat de NS de eerste klas in intercity’s handhaaft. Wil de trein een aantrekkelijk alternatief zijn voor de auto, en dat is zowel vanwege de schaarse ruimte in Nederland als voor het behalen van de klimaatdoelen noodzakelijk, dan moet de NS de automobilist er van kunnen overtuigen dat de rust en ruimte van zijn eigen cocon ook in een wagon is te vinden.

(Wat een ferme aansporing voor de NS zou moeten zijn om in zowel eerste als tweede klas vaker en beter schoon te maken, en te handhaven op stilte in stiltecoupés.)

Hopelijk ziet de NS-top in dat met creatief nadenken, zoals dit afschaffen van eersteklassprintercoupés, een spitsheffing niet nodig is. Ja, de bezettingsgraad van de treinen is tussen half acht en negen uur ’s ochtends hoog – soms oncomfortabel, sardientjes-in-blik hoog. En ja, president-directeur Wouter Koolmees, zegt terecht dat op andere delen van de dag de trein „warme lucht” vervoert.

Maar straf scholieren en werknemers die weinig keuze hebben niet af omdat hun les of vergadering nu eenmaal precies om negen uur op dinsdag of donderdag begint. Op zo’n post-Hemelvaartvrijdag is het wel heerlijk rustig reizen, maar in je eentje in een klaslokaal zitten of op kantoor heeft weinig zin. Beloon daarom vooral daluurreizigers met goedkopere kaartjes.

Creatief denken mag ook van de bewindslieden op Infrastructuur en Waterstaat worden gevraagd. Het openbaar vervoer in Nederland heeft een groot maatschappelijk belang én is in gevaar: in het streekvervoer dreigt ernstige verschraling wat hele regio’s onbereikbaar zal maken, het spoor piept en kraakt terwijl ProRail moet bezuinigen. Eind dit jaar moet bovendien zowel een keuze gemaakt worden over het in stand houden van de lage accijnzen op fossiele brandstof, als over prijsverhoging van trein- en buskaartjes. De NS is sinds de reiziger vaker thuiswerkt verlieslijdend, en moet bezuinigen.

In 2024 en in 2025 sprong het Rijk nog bij om prijsstijgingen in het ov te drukken. De kans is echter groot dat de trein dit keer het onderspit delft. De liefde van deze coalitie voor de auto is immers bekend. Terwijl iedere treinreiziger weet dat de trein vrijwel overal 130 kilometer per uur kan rijden.

Source: NRC

Previous

Next