Home

Op een sneu bedrijventerrein met lelijke, ongewenste kleding van een echte topontwerper

is cabaretier, presentator en columnist voor Volkskrant Magazine.

Antwerpen is het Parijs van Nederland, als ik het zo mag formuleren. Dat mag ik niet, maar u snapt wat ik bedoel, want u bent ook een Hollander. Ik was er dit weekend met een vriendin die me had uitgenodigd voor de sample sale van een Belgische ontwerper voor wie ik normaal gesproken nooit genoeg geld zou hebben, niet in dit leven. Daarmee voelde de treinreis al meteen een stuk chiquer dan normaal, terwijl het gewoon met de NS was.

We begonnen ons Antwerpse dagje met een fenomenale lunch in een dito brasserie, elkaar beamend dat dit in Nederland onmogelijk zou zijn – hetgeen de meest zelfvervullende opvatting ooit is. Daarna bracht een exotische Antwerpse Uber ons naar een sneu bedrijventerrein waar de sale werd gehouden.

Een sample sale is, voor degenen die dat niet weten, een kledingverkoop van de seizoenscollectie tegen korting. Deze sample sale was echter van een ontwerper die zo chic is dat het restanten van vorig jaar betrof. Eigenlijk was het dus gewoon uitverkoop van onverkochte oude meuk, maar dan zó duur dat iedereen die uitgenodigd was zich een bofkont waande. Dat lijkt onlogisch, maar hebzucht laat zich niet hinderen door logica. Maar goed ook, anders liepen we allemaal nog rond in berenvellen (van lelijke beren).

Na een halfuur wachten op een parkeerterrein van de chemische overslag in de Antwerpse haven (en dat liet zich ruiken), brak ons tijdslot aan, de korte periode waarin het ons vergund was iets aan te schaffen. We betraden een kale loods met kledingrekken vol onverkocht Vlaams design zo ver het oog reikte.

Kleding spreekt tot me. Met wisselende toon, van ‘ik zou je leuk staan’ tot ‘dit moet je niet willen’ of ‘wie denk je wel niet dat je bent?’ Maar echt überhip design gniffelt alleen schamperend, negeert me lange tijd, om na enig aandringen toe te geven: ‘dit snap je toch niet’.

En inderdaad, niets van deze uitverkoop begreep ik. De ontwerper leek gepoogd te hebben de trend naar vintage terug te brengen tot de kernwaarden van tweedehands kleding: oud, lelijk en ongewenst. De jasjes waren gaan pillen, de shirts waren van felgekleurde nylon en de bobbelige schoenen leken een opdracht uit een handvaardigheidsklasje voor onwillige kinderen. Maar ja, duur was het wel. Dus toen ik zag dat een lelijke bruine trui met scheef gebreide schouders was afgeprijsd van 1.800 naar 750 dacht ik: zo, dat is een flinke korting, toch maar even passen.

Gelukkig stond er een verstandige spiegel, die elke keer als ik ervoor ging staan meewarig het hoofd schudde en vroeg: ‘stel je nu eens voor dat je in de kringloopwinkel was, en deze trui kostte 5 euro, zou je ’m dan willen dragen?’

Ja nee, van z’n leven niet.

‘Nou dan’, zei de spiegel.

Maar ja. Een jaar of vijftien geleden was ik ook in een Antwerpse kledingwinkel. Toen liep daar een zwerver binnen met een enorme baard en een veel te grote trui. Mijn vrouw fluisterde opgewonden dat het de grote Walter Van Beirendonck was. Ik dacht: dan zal hij wel beter ontwerpen dan dat hij er zelf bij loopt. Een paar jaar later begonnen hipsters de eerste baarden te laten staan, en sindsdien zijn de truien groter en groter geworden.

Dus zie je, spiegel, het ligt toch aan ons.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant columns

Previous

Next