Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Hij stond tegen een tafel in de hal geleund. Ik was op weg van de ene ruimte, waar gedronken en gedanst kon worden, naar de andere, waar je kon plassen. Klinisch tl-licht scheen op zijn gezicht, waar een wat lijdzame uitdrukking op lag. Onze blikken kruisten elkaar en ik vertraagde mijn pas.
‘Waarom?’, vroeg hij en hij keek me recht in de ogen. Daarna zweeg hij. Het was een indringend zwijgen, stilte als lawaai. Had dit iets met ons te maken? Gingen we nu hier, op deze borrel, onze relatie evalueren?
Een jaar of zes geleden hadden we elkaar leren kennen. We deelden een voorliefde voor taal en voetbal, en vonden ook nog eens dezelfde mensen schromelijk overschat. We sportten samen, keken samen voetbal, deelden verdriet, schaamte, angsten, verlangens – eigenlijk alles waarvoor je bij een mannencirkel zou gaan.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Waarom?
Het afgelopen jaar waren we elkaar wat uit het oog verloren, zoals dat ook met vriendschappen kan gebeuren. Zo vind je elkaar en zo verlies je elkaar. We hadden contact kunnen zoeken, maar deden dat allebei niet. Ik hou van vrienden en vriendschappen, maar ben een slechte vriend. Het probleem zit ’m in het onderhoud; in het afspreken, regelen. Ik roep altijd: we gaan wat doen! En dan doen we nooit wat.
Wellicht heeft dat ook te maken met het hebben van een gezin: de tijd die ik niet met hen doorbreng, breng ik het liefst alleen door. Zonder sociale prestaties te hoeven leveren, een rol te hoeven vervullen of aan bepaalde verwachtingen te hoeven voldoen.
Waarom?
We hebben er vrede mee zoals het nu is. Als we elkaar wel zien, zoals vanavond op deze borrel, is het goed; dan pakken we de draad op en bieden we elkaar het beste wat we elkaar kunnen bieden. En dan zien we elkaar weer een tijd niet.
Elke relatie zijn eigen vorm. Althans, zo denk ik erover. En ik ga ervan uit dat hij hetzelfde in de wedstrijd staat. Nog geen onvertogen woord vernomen, namelijk. Maar misschien komt dat nu.
Waarom?
Het is een ambigue waarom. Verslagen, maar ook verbeten. Een vernis van verzet over machteloosheid. Geen verheven stem, maar ook geen fluister. Een echo van Annie Lennox, maar ook van Tic Tac Toe. Welke waarom zal het zijn? Waarom bel je me niet? Waarom gaat het zo tussen ons? Waarom ben je zoals je bent?
Zijn ogen staan kalm, maar verraden woede en verdriet. Als ik hem nader, blijft hij mij aankijken. Ik zie het al: hij moet een antwoord hebben, vanavond nog. Zo’n waarom is het. Mijn maag krimpt ineen. Ik weet niet of ik het antwoord heb. Of er überhaupt een antwoord is.
Nu sta ik voor hem.
‘Wáárom’, zegt hij weer, zijn tanden op elkaar. ‘Wáárom John Heitinga?’
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant