Home

Paris Saint-Germain, de ploeg van techniek, snelheid en flitsende combinaties, heeft eindelijk echt honger

Zaterdagavond speelt Paris Saint-Germain de finale van de Champions League tegen Internazionale. PSG wil de eerste Franse winnaar sinds 1993 zijn. Voor het karig bedeelde land, maar vooral voor zichzelf: om een einde te maken aan de hunkering.

is voetbalverslaggever van de Volkskrant.

Arne Slot weet nog dat hij zich bijna schaamde toen hij de felicitaties in ontvangst nam van collega Luis Enrique na de zege van Liverpool in Parijs, in de achtste finales van de Champions League. Liverpool was weggespeeld door Paris Saint-Germain, maar won met 1-0.

Een week later op Anfield was het min of meer andersom, al was de dominantie van Liverpool kleiner dan die van PSG, de week ervoor. Weer werd het 0-1, waarna PSG na strafschoppen won en zijn weg vervolgde naar de finale van zaterdag in München.

Arne Slot was onder de indruk: ‘PSG is het meest intense team – met Liverpool. Ze zijn veranderd gedurende het seizoen; op een bepaald moment zijn ze echt tempo gaan spelen.’

‘Het zal toch niet?’

Slot baalde in zekere zin van de dit seizoen ingevoerde nieuwe opzet van het toernooi. Liverpool eindigde in de competitiefase als eerste, terwijl PSG dicht bij uitschakeling was en een tussenronde moest spelen. Daarna trof het Liverpool, omdat de hooggeklasseerde teams tegen de laag geëindigde ploegen speelden.

Slot: ‘Steeds heb ik naar die ranglijst zitten kijken. Het zal toch niet dat we straks tegen PSG moeten?’ Het ging op het laatst nog tussen PSG en Benfica. ‘Een van mijn uitspraken is: ben je een goede trainer als je goed loot of loot een goede trainer altijd goed? Ik ben er nog niet uit. Maar je kunt een goede trainer worden door goed te loten.’

Enfin: Liverpool werd uitgeschakeld en Paris Saint-Germain denderde door naar de finale, al had de Parijse club het vooral in de kwartfinale tegen Aston Villa lastig.

Flitsende combinaties

PSG leeft van techniek, van beweging en snelheid, van flitsende combinaties. Aanvallende backs, sobere centrale verdedigers met veel kopkracht en fysiek, met de Braziliaanse aanvoerder Marquinhos als routinier. Een geweldige doelman, Gianluigi Donnarumma; kleine, behendige middenvelders als Vitinha en João Neves en een keur aan specialiteiten voorin, al ontbreekt in de opstelling vaak de typische centrumspits. PSG is de moderniteit in het voetbal, de gretigheid ook.

Volgers stellen dat de ploeg eindelijk hongerig is, dat trainer Luis Enrique een elftal heeft geformeerd dat bij zijn fanatisme past. Dat klopt, maar al die wereldsterren – van Zlatan tot Neymar, Mbappé en Messi – waren na de overname van de club door investeerders uit Qatar nodig om PSG naar de absolute top te brengen, ook in commercieel opzicht.

Paris Saint-German is internationaal gezien populair, zeker bij de jeugd, juist vanwege die sterren. De ploeg heeft één brandende ambitie: de Champions League winnen. Eén finale werd verloren, van Bayern München, in 2020.

Het is overigens niet zo dat PSG sinds het vertrek van Mbappé en co geen dure spelers meer aantrekt. Alleen al in de afgelopen zomer en winter gaf de ploeg 250 miljoen euro uit aan lieden van de nieuwe generatie dribbelaars, onder wie Chvitsja Kvaratschelia
en Désiré Doué.

Een echte spits ontbreekt vaak, want Luis Enrique, die tien jaar geleden de Champions League won met Barcelona, oogst ook succes met de vroegere flankspeler Ousmane Dembélé in het centrum, wat iets zegt over zijn snelheid.

Scheef oog

In Marseille kijken ze zaterdag met een scheef oog mee, en zijn velen zelfs voor Internazionale. PSG, de club uit de hoofdstad, is sinds de overname door Qatar (op enkele jaren van uitzondering na) de alleenheerser in het Franse voetbal en dat valt niet overal even goed, elders in Frankrijk.

Olympique Marseille won in 1993 van AC Milan, in wat de laatste grote wedstrijd van Marco van Basten was. Het was het eerste seizoen dat het grootste Europese toernooi de naam Champions League droeg, en tevens de enige keer dat een Franse club de belangrijkste beker van Europa won. Daarmee staat het grote voetballand er vijf achter op het veel kleinere Nederland (4x Ajax, 1x Feyenoord en 1x PSV).

Nog meer symboliek en cijfers: 32 jaar na de finale van Marseille tegen AC Milan speelt Olympiques landgenoot PSG nu tegen Milans stadgenoot Inter. En net als toen gebeurt dat in München.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next