is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Na dit stuk neem ik tijdelijk afscheid van jullie. De komende drie maanden zal ik mijn tijd min of meer volledig besteden aan mijn volgende boek, in de hoop dat de voltooiing daarvan langzaam in zicht komt. Het afmaken van mijn tweede roman is iets waar ik naar uitkijk omwille van het boek zelf, maar ook vanwege iets dat me inmiddels misschien nog wel meer waard is: een voorlopige bevrijding van de vraag hoe het nu met mijn boek gaat.
Vooropgesteld is het een relatieve luxe dat mensen deze vraag stellen. Tijdens het schrijven van mijn eerste roman vroeg niemand naar mijn werkproces, omdat niemand wist dat ik ermee bezig was. Wanneer ik er dan toch iets over deelde, verscheen er bij de ander een beleefde glimlach. ‘En is er ook iemand die dit gaat uitgeven?’, hoorde ik vervolgens, een vraag die ik zo hatelijk vond dat ik na verloop van tijd alleen nog over mijn bijbaan als pizzabakker vertelde. Daarover stellen mensen veel leukere vragen, zoals de frequentie waarmee je je vingers verbrandt in een houtoven.
Sinds de publicatie van mijn debuut gelooft men dat ik een uitgever heb en ontvang ik dus regelmatig de vraag hoe het ervoor staat met de volgende. Omdat ik al een paar jaar met dit boek bezig ben, heb ik de manier waarop de buitenwereld hiernaar informeert langzaamaan zien veranderen. Het begon opgetogen: ‘En’, vroegen mensen, ‘waar zal het dit keer over gaan?’ Deze redelijk beklemmende invalshoek werd een paar maanden later vervangen door een focus op voortgang. De vraag was toen: ‘Wil het vlotten?’
Na anderhalf jaar brak er plots een fase aan waarin me werd gevraagd of ik ooit nog van plan was een tweede boek te schrijven of dat ik meende met mijn debuut alles gezegd te hebben. Dit vond ik heel grappig en bood me bovendien een uiterst pretentieuze uitweg voor het geval dat er nooit meer iets uit mijn vingers zou komen.
Wanneer je ruim twee jaar na je debuut nog geen vervolg hebt aangekondigd, beginnen mensen sceptisch te worden. Die scepsis weerhoudt hen er helaas niet van om hier eens flink wat vragen over te stellen. Eigenlijk is de vraag een constante, wordt alleen haar inhoud steeds abstracter. ‘Ben je nog aan het schrijven?’, was dan ook de volgende formulering, afgelost door het tamelijk droevige maar goedbedoelde: ‘Ben je nog met iets bezig?’
‘Ben je nog met iets bezig?’ is het enige wat ik momenteel nog te horen krijg. Ik realiseer me dat ik zo lang over mijn tweede boek doe dat mijn omgeving inmiddels rekening houdt met alle mogelijke antwoorden op deze vraag. ‘Ja’, zou ik kunnen zeggen, ‘een fantastische cursus houtbewerking’, en mensen zullen allang blij zijn dat ik iets omhanden heb.
Hoe de vraag ook wordt gesteld, achteraf volgt er altijd één zinnetje: ‘Of mag ik daar niet naar vragen?’ Misschien is dit mijn enige vraag aan jullie: vraag of vraag niet, maar vraag geen vraag over een vraag die je zojuist hebt gesteld, alleen maar om iets minder vragend over te komen. Dan beloof ik dat ik een boek schrijf.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant columns