Home

Chris Zegers rolde van de ene droomcarrière in de andere door zich over te geven aan het toeval: ‘Je moet geluk hebben, maar je moet het ook zíén’

Hij kan niet zingen, niet acteren en als stotteraar lag het niet voor de hand dat hij zou gaan presenteren, zegt-ie zelf. Toch deed Chris Zegers al deze dingen en meer – hij werd er nog succesvol mee ook. Tijd voor een boek, want schrijven kan-ie ook niet.

is columnist en verslaggever bij de Volkskrant. Voor Volkskrant Magazine schrijft hij geregeld interviews.

Het is begin mei, maar bij Chris Zegers thuis lijkt het volop zomer. De ramen in zijn smaakvol ingerichte woonkamer staan open, zijn vrouw Marije snijdt aardbeien in de open keuken, gekleed in een witte jurk. Zijn zoons lopen in zwembroek door het huis en verdwijnen af en toe om te gaan suppen in de gracht voor de deur. De gastheer, net terug van ruim twee weken voor 3 op Reis in de Filippijnen (speervissen!), serveert sterke koffie en dito verhalen, en heeft als vanouds de zon aan zijn kont hangen.

Het verbaast allemaal niet, zeker niet als je net zijn boek Geluksvogel hebt gelezen, waarin de presentator, acteur en het voormalig tieneridool zich ontpopt als een rasechte verhalenverteller. Iets wat zijn omgeving allang wist. ‘Als het stil wordt in het busje, is het altijd: Chris heeft vast nog wel een verhaal’, zegt zijn vriend Remco van Puffelen, die als eindredacteur vele reizen met hem maakte. ‘En dan stelt hij nooit teleur. Hij vertelt gul en sappig, met veel nadruk op zijn mislukkingen. Hij neemt zichzelf niet heel serieus.’

Geluksvogel is geen autobiografie, benadrukt Zegers. Daar had hij geen trek in. Zijn familie, gezin en liefdesleven komen nauwelijks aan bod. Eerder is het een soort schelmenverhaal. Zelf schrijft hij het zo, in zijn nawoord: ‘Dit boek gaat over heel veel wat ik niet kan, maar wat ik toch gedaan heb. Omdat het kon. Een zanger die niet kan zingen, een brokkenpiloot als coureur, een stotteraar die presenteert, een acteur die acteert dat-ie kan acteren. En ik kan natuurlijk ook niet schrijven. Vandaar dit boek.’

Intussen heeft hij het wel allemaal meegemaakt, de meest bizarre avonturen, die vaak nauwelijks bekend zijn. Zegers was profvoetballer in Singapore, catwalkmodel voor Gucci, hij speelde een gemene slavendrijver in een Hollywoodfilm met Omar Sharif en Grace Jones, en was als ‘serieuze’ rockzanger verantwoordelijk voor – zijn woorden – ‘de grootste mislukking in de Nederlandse muziekindustrie’ – om maar een greep te doen. Tijdens zijn omzwervingen kruiste hij de paden van Mariah Carey (in de sauna), Jean Paul Gaultier (in het zwembad), Vanessa Paradis (wilde blowen), Bono (was niet blij) en o ja: Donald Trump, die hij bíjna wist te strikken voor een interview met het programma Yorin Travel.

‘Urine what?’ vroeg de man die inmiddels de machtigste op aarde is.

Al twintig jaar zeggen ze tegen hem: schrijf het nou allemaal eens op. Zijn vrienden, maar ook mensen uit het boekenvak. ‘Maar ik dacht altijd: hoe dan? Wat moet het dan worden? Een stapel anekdotes? Pas toen ik uiteindelijk maar gewoon ging schrijven begon ik de verbanden tussen de verhalen te zien, een soort rode draad. Dat maakte het veel leuker, gaf het betekenis.’

Die rode draad is het toeval, waaraan Zegers naar eigen zeggen veel te danken heeft. ‘Ik vind het nog steeds krankzinnig hoeveel van wat ik heb meegemaakt voortkwam uit toevalligheden. Vandaaruit kwam de vraag: waarom ík? Wat is mijn rol daarin geweest? En nou ja, dan kom je toch uit bij ontvankelijkheid. Natuurlijk moet je geluk hebben, maar je moet het ook zíén: hé, hier zou iets kunnen ontstaan. En dan moet je het lef en het vertrouwen hebben om erin mee te gaan. Ervoor open te staan.’

Relativerend: ‘Dit is geen dichtgetimmerde filosofie, hè. Ik ben niet van de esoterie en de spiritualiteit, en ik zeg zeker niet: baseer je leven helemaal op het toeval, en hoppa. Het is gewoon wat er gebeurd is met mij, daar ben ik een soort logica in gaan zien, en dat heeft me veel opgeleverd.’

Is wat jij toeval noemt niet ook soms bluf? Zoals bij het sollicitatiegesprek met een Chinese zakenman, toen je ‘ja’ antwoordde op de vraag ‘are you Christian?’, omdat je zo heet.

‘Haha, ja. Ik wist best dat hij iets heel anders bedoelde, maar Christian is wel mijn doopnaam. Mijn vader en mijn zus noemen me zo, dus een echte leugen was het niet. Daarna ging ik hem vertellen dat ik misdienaar ben geweest, wat ook waar is, maar omdat ik niet op het Engelse woord daarvoor kon komen, begon ik moeizaam uit te leggen wat ik toen allemaal deed in de kerk. De man moet gedacht hebben dat ik een naaste medewerker van de paus was geweest. Dus ik werd aangenomen.’

Hij lacht: ‘Weliswaar als marketingmanager van een Frans kaasje, maar wel in Singapore! In mijn eentje, voor het eerst. En niet veel later stond ik op een strand een balletje hoog te houden, en werd me letterlijk gevraagd: wil je profvoetballer worden?’

Jongensboek-alert: tijdens zijn testwedstrijd scoorde hij met stom geluk een prachtgoal. ‘En toen kreeg ik een contract, bij de Tampines Rovers. En speelde ik in een echt stadion.’ Nee, de Singaporese competitie is niet de Premier League, en ja: ze kwamen er al snel achter dat hij toch niet zo goed was als ze dachten, waarna het contract werd ontbonden. ‘Maar intussen had ik het wel meegemaakt. En begon ik te denken: als dit zomaar kan gebeuren, wat is er dan allemaal nog meer mogelijk? Nou ja: weer een tijdje later stond ik op de catwalk bij een Gucci-modeshow. Weer zoiets: er zijn weinig witte blonde jongens in Singapore, zeker niet een beetje androgyn, zoals ik toen nog was. ‘Heb je het weleens gedaan?’, vroegen ze. Nee, maar hoe moeilijk kan het zijn? Echt, ik leefde op een golf in die tijd.’

Ben je altijd zo avontuurlijk geweest?

‘Nee, maar in mijn studententijd had ik wel last van het gevoel dat er een pad is dat al voor je uitgestippeld lijkt te zijn, terwijl je nog helemaal niet echt weet wie je bent. Studeren, dan werken, dan een gezin. Het is niet dat ik die druk van huis uit meekreeg. Mijn ouders vonden autonomie belangrijk, benadrukten dat we onze eigen keuzes moesten maken. Mijn vader heeft in zijn jeugd hartproblemen gehad, waardoor hij nooit een opleiding heeft kunnen doen. Die heeft vanaf zijn 16de gewoon gewerkt. Mijn moeder zat in het onderwijs, gaf les aan mensen met een verstandelijke beperking. Dus dat was mijn voorbeeld, de druk die ik voelde zat vooral in mezelf.

‘Ik ben heel bewust naar Groningen gegaan, omdat je daar goed kon feesten, maar ook omdat het lekker ver weg was van mijn ouderlijk huis in Zeist. Ik koos heel bewust voor de brede studie economie, zodat ik me nog nergens op vast hoefde te leggen. Maar toch... Mensen om me heen wisten wat ze wilden worden, terwijl ik echt geen flauw idee had. Van degenen die al werkten kreeg je te horen: geniet maar van je studietijd, want dat is de gelukkigste tijd van je leven. Dat vond ik altijd verschrikkelijk.

‘Daarmee plant je een zaadje: o, de toekomst is blijkbaar ruk, hierna wordt het allemaal minder. Als je zo naar de toekomst kijkt, hoef je er ook niet veel van te verwachten. Inmiddels weet ik beter, maar toen voelde ik alleen een vage angst. Het scheelde niets of ik had bij een bank gewerkt. Mijn geluk was dat ik werd afgewezen omdat ik mijn presentatie niet op orde had. Wat klopte, mijn stropdas hing echt op half zeven. Vond ik toen natuurlijk een hartstikke stomme reden, maar achteraf is het een blessing in disguise geweest.’

Het was zijn broer Kees, de latere bedenker van NU.nl, die zei dat hij het podium op moest, of voor de camera moest gaan staan. ‘Hij kwam op bezoek in Singapore en zag hoe ik was veranderd. Zelf beschouwde ik die periode toen nog als een bijzonder prettig intermezzo, maar hij zei: vergeet nou het idee dat je in het bedrijfsleven terecht moet komen, want dat is niets voor jou. En nou ja, hij is niet alleen mijn grote broer, maar ook een succesvol ondernemer, dus van hem nam ik wel wat aan.’

Terug in Nederland schreef hij zich in bij een castingbureau. Al snel werd hij gevraagd om auditie te doen voor een commercial. ‘Weer zoiets: het was een zogenoemde ‘go-see’, eigenlijk bedoeld om een beetje te wennen aan hoe zo’n casting gaat. Ik zou het toch niet worden, zeiden ze bij dat bureau. ‘Voor wie is het eigenlijk?’, vroeg ik. ‘O, voor Heineken.’ Moest ik van een vlot af duiken, en een beetje dollen met wat mensen op een strand. Nou, daar had ik toevallig wel wat ervaring mee. Dus ik voelde totaal geen druk. En ik werd het wel.’

Zijn eerste klus als acteur was voor de serie Oppassen!!!. Daarna volgde de soap Onderweg naar Morgen. Met de rol van Sasza Nagy werd hij binnen de kortste keren een bekendheid, vooral in trek bij tienermeisjes. ‘Dat ik ging acteren was eigenlijk best grappig, want ik stotterde. Dat begon zo rond mijn 16de, ik heb er destijds behoorlijk onder geleden. Het manifesteerde zich vooral als ik iets spannend vond, zoals bij stotteraars vaak het geval is. Dus gesprekken voeren met meisjes die ik leuk vond, dat was heel lastig.

‘Mijn probleem zat bij de letter r. Natuurlijk vond ik het ook heel spannend om voor het eerst op een set te staan. En je zult het altijd zien: de eerste zin die ik moest uitspreken was ‘Rustig maar, ik ben het’. Acht, negen keer ging dat finaal mis, en werd het ‘RRRRRRRRRRRRRRRRRRRRustig maar’. Tot ik uiteindelijk vroeg of ik het woord misschien mocht vervangen. Dat mocht, maar ze raadden me wel heel dringend aan om een logopedist te bezoeken als ik door wilde met acteren. Heb ik gedaan en het heeft me enorm geholpen. Het is tegenwoordig veel minder erg, maar soms steekt het nog de kop op. Als ik tijdens een tv-interviewtje heel snel to the point moet komen bijvoorbeeld. En je hebt inmiddels wel begrepen: dat is voor mij nogal een dingetje, haha.’

Je benadrukt in je boek steeds de rol van het toeval, maar is het niet ook een verhaal van iemand die sowieso al heel veel mee heeft in het leven?

‘O, absoluut! Dat besef schemert toch ook wel door in het boek, hoop ik? Ik kom uit een warme familie, had het geluk dat ik in Nederland ben opgegroeid, waar ik ook nog de kans had om te studeren, dus ik ben enorm bevoorrecht. Maar dan nog... Ik word regelmatig gevraagd om voordrachten te houden voor studenten, die vaak alle vinkjes van Joris Luyendijk hebben. Toch moet je ze de kost geven, de mensen die niet durven te vertrouwen op zichzelf en op het leven, die continu willen voldoen aan verwachtingen, meestal die van hun omgeving. En dan leef je niet je eigen leven. Dat probeer ik ze mee te geven: jullie hebben heel veel mee, dus laat je dan in elk geval niet beperken door je manier van denken.’

Ik bedoelde eigenlijk: je hebt vast ook veel kansen te danken aan het feit dat je een hele mooie jongen was.

‘O, dát, haha. Natuurlijk speelde dat een rol, dat zal ik niet ontkennen. Ik ben niet als die gozer op de middelbare school die zegt: ik heb het niet geleerd, en dan toch een 9 haalt. Als ik nu foto’s zie van tussen mijn 25ste en 35ste, denk ik: zó, tering, ik had een goede dag! Dan begrijp ik echt wel dat ik in Liever Verliefd werd gecast voor de gozer die ervandoor gaat met het mooiste meisje. Het is grappig: in mijn studietijd speelde mijn uiterlijk nooit een rol. Ik was een stokje.

‘Tot mijn 16de had ik geen haar op de balletjes. Mijn vrienden waren stomverbaasd dat er opeens allemaal meisjes voor me stonden te gillen. Ikzelf ook. De eerste twee jaar vond ik het ontzettend leuk en egostrelend. Ik zei gewoon overal ja tegen, dus ook als ze me vroegen om mijn T-shirt uit te trekken voor de cover van Veronica Magazine. Waarom niet? Geweldig toch? Alleen...’

Alleen?

‘Nou, achteraf gezien ben ik me er niet genoeg bewust van geweest dat zoiets je ook een stigma oplevert, en dat het op de langere termijn tegen je kan werken. Ik heb daar zelf natuurlijk zeer stigmabevestigend aan meegewerkt, anders houd je je T-shirt wel aan. Maar goed, daar heb ik wel last van gehad toen ik een paar jaar later muzikale ambities kreeg. Je bent het snoepje van de week geweest, dus de kritische muziekliefhebber zal je niet snel serieus nemen. Dat snap ik, want ik ben zelf ook zo’n kritische liefhebber. En ik heb Huub van der Lubbe nooit halfnaakt op een cover zien staan.’

Zijn muzikale escapades vormen het hart van zijn boek, een tragedie die hij extra smeuïg uitserveert. Ook nu weer speelde het toeval een belangrijke rol. In de sportschool kreeg hij van een hem onbekende Amerikaan een cd’tje, dat hij vervolgens niet beluisterde. Wel kwam hij de man een paar dagen later weer tegen in een café, waarna er een vriendschap ontstond. Deze Gerry DeVeaux bleek niet alleen een neef van Lenny Kravitz te zijn, maar ook zelf een gerenommeerd songschrijver, die gewerkt had met artiesten als Chaka Khan en Kylie Minogue. Ze kenden elkaar al een jaar toen hij opeens voorstelde om samen een plaat te maken.

‘Zijn precieze woorden waren: I’m gonna make you the biggest export product of the Netherlands after Heineken. En het kwam niet totáál uit het niks, hè. Gerry had me een duet zien zingen bij de Vrienden van Amstel, dat toen nog een heel gezellig zooitje was in een café in Amsterdam. En ja, een beetje het dak eraf brullen in een volle kroeg, dat kan ik wel.’

Al sinds zijn schooltijd zong hij af en aan in bandjes – meestal covers, liefst rock. Niets maakt hem gelukkiger dan dat, zegt hij. Bij het grote publiek was zijn stem alleen bekend van 4 Fun, de boyband die hij vormde met mede-soapacteurs Winston Gerschtanowitz, Jimmy Geduld en Michiel de Zeeuw. Weer een project waar hij onbevangen in was gestapt, omdat het geinig was, en goed cashen bovendien, maar waar hij uiteindelijk zelf de stekker uit trok, omdat hij hun live-optredens ‘lachwekkend slecht’ vond.

Nu sleepte hij dankzij zijn naam en DeVeauxs reputatie een vet platencontract in de wacht. Het doel was: eerst Nederland veroveren, daarna de rest van de wereld. Het probleem was: dit was iets wat hem écht aan het hart ging. ‘Ik raakte bevangen door het idee: al die toevalligheden op rij, al die grote kansen, hebben hierheen geleid, naar deze ultieme kans. Er hing meteen ontzettend veel gewicht aan. Ik heb me zelfs uitgeschreven bij mijn castingbureau. Dat vond ik niet meer nodig, ik zou nu zanger worden.’

Vanaf het begin ging alles mis. ‘Ik was me zo ongelooflijk bewust van mijn tekortkomingen dat ik al mijn onbevangenheid kwijtraakte. Natuurlijk was ik geen échte muzikant, want ik had nooit de zure meters gemaakt die je daarvoor echt moet maken. Ik miste de vibe van een bandje, het samenwerken, de zorgeloosheid. Mijn credo was altijd dat je beter met volle overtuiging een tikje vals kon zingen, dan zonder overtuiging zuiver. Maar zoiets werkt niet in een studio.’

Het klinkt alsof je continu op je eigen schouder heel kritisch zat mee te kijken.

‘Zo was het precies. Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld, raakte ook al mijn autonomie kwijt. Ik wilde me bemoeien met de keuzes van de liedjes of hoe ik ze zou zingen, maar wist niet waar ik dat vandaan moest halen, want je moet het wel kúnnen. Intussen nam ik mezelf van alles kwalijk; een echte plaat opnemen in een echte studio, dat was altijd een soort vage droom geweest. Nu was het zover en had ik er totaal geen plezier in. Dit alles terwijl de verwachtingen maar bleven groeien. In mijn omgeving gonsde het: de plaat van Chris komt eraan! En al die tijd wist ík waar we aan werkten. En dat was niet goed. Dat was he-le-maal niet goed.’

Een uitweg was er niet, want er zat al te veel geld in het project. In de week dat de eerste single verscheen schilderde de directeur van zijn platenmaatschappij hem in De Telegraaf af als een ‘marketingconcept’. Het nummer Run kwam binnen op 89 in de Top 100. ‘Wat iedereen heel teleurstellend vond. ‘Misschien is het een sleeper’, zeiden ze nog – een plaatje dat langzaam steeds populairder wordt. Maar een week later was-ie alweer verdwenen, en de tweede single deed helemaal niets.’

Toen was het tijd voor een wanhoopsoffensief, dat begon met een signeersessie in de destijds beroemde platenzaak Fame Music. ‘Daar kwamen alle groten. Zelfs Prince heeft er volgens mij gesigneerd. Normaal kwamen er altijd hele meutes op af. Nu lag er een rode loper tot ver in de Kalverstraat, er was bewaking ingehuurd, ik zat achter een tafel met enorme stapels cd’s, en er kwam niemand. Geen kip. De mensen van de winkel probeerden de pijn nog wat te verzachten. ‘Ach ja, het regent ook een beetje, hè.’ En op een gegeven moment hoorde ik achter me: ‘Zeg, vraag jij even aan Tim Immers (mede-soapacteur, red.) of hij nog koffie wil.’’

Nog een graadje pijnlijker was Pepsi Pop, in de Gelredome, een evenement dat live op TMF werd uitgezonden. Onder anderen Kylie Minogue, Lionel Richie en een afvaardiging van The Spice Girls kwamen er hun plaatjes playbacken. ‘Qua promotie was het een kans die ik niet kon laten lopen. Helaas was het ook het moment dat ik besloot mijn hakken in het zand te zetten. Playbacken vond ik stom, want ik was een serieuze zánger, en dus zei ik dat ik het live ging doen.

‘Eerst moest iedereen lachen, daarna keken ze bezorgd. ‘Weet je dat wel zeker? Niemand zingt hier live.’ Dat badinerende toontje maakte me nog vastberadener. Ik ben zelfs een dag eerder in mijn eentje naar de Gelredome gekomen om een soundcheck te doen. Maar toen mijn moment daar was, werd de muziekband te vroeg ingestart, waardoor ik te laat bij de microfoon was en helemaal de weg kwijtraakte in mijn eigen nummer.’

Er was boegeroep, er waren opgestoken middelvingers. ‘Ergens vooraan stonden twee jonge meisjes met een spandoek: ‘Hup Chris’. Op hen heb ik me toen volledig gefocust, maar het waren de langste drie minuten van mijn leven. En na afloop... Oh, man. Je krijgt altijd wel een reactie als je van het podium komt, ook als het optreden niet zo best was. Dan is het: ‘Laat gemaakt gister?’ of ‘Niet goed bij stem?’ Maar nu bleef het doodstil. Iedereen die ik tegenkwam keek weg, ging ineens veters strikken die niet los zaten, of moest een telefoon opnemen die niet rinkelde.’

En toen belde je je moeder.

‘Ja, op de weg terug. Ze nam op met ‘dag jongen’, wat al een veeg teken was, want zo noemt ze me nooit. Toen ik vroeg of ze gekeken had, bleef het stil. ‘Ja jongen’, verder niks. Verschrikkelijk! Je hunkert toch automatisch naar een lichtpuntje. Al zegt ze maar: naar het einde toe werd het beter, of zoiets. Maar mijn moeder zei alleen: ‘Je moet me één ding beloven: dat je dit nooit van je leven gaat terugkijken.’ Hahaha, dat was echt de finale doodsteek in dit drama.’

Het kant-en-klare album werd uiteindelijk nooit uitgebracht. Wel had het hele proces hem bijna drie jaar gekost. Om het te kunnen afsluiten met een single die hij wel zelf had gekozen, stak hij ook zijn eigen geld erin. Nu was hij een illusie armer en ‘failliet’. Met een brede grijns: ‘Maar in dezelfde week dat eindelijk mijn contract werd beëindigd, werd ik gepolst door Floortje Dessing of ik een reisprogramma wilde presenteren.’

Toch weer gered door het toeval?

‘Nou, aanvankelijk wees ik het aanbod af, want ik wist op dat moment heel zeker dat ik nooit, nooit, nóóit meer met mijn kop in het publieke domein wilde verschijnen. Toen ik het vorig jaar allemaal opschreef voor dit boek werd ik er weer onpasselijk van. Mijn vrouw zei: volgens mij heb je een griepje te pakken, maar na een paar dagen moest ik toch erkennen dat het kwam doordat ik die episode enorm aan het herbeleven was.’

Noem het geen trauma. Dat woord reserveert hij liever voor echt erge dingen, die hij als geluksvogel nauwelijks heeft meegemaakt. ‘Uiteindelijk hebben we het over een in de knop gebroken carrièretje. Het heeft wel even geduurd voordat ik het zo kon zien, want het is gewoon klote om jezelf zo kwijt te raken.’

De vraag wat hij ervan leerde, beantwoordt hij met een anekdote. ‘Niet lang daarna kwam ik terecht in een rockbandje van vrienden, The Hudson 5. We speelden vooral in morsige kroegen rond de Wallen, nog steeds. Bij een van de eerste optredens zat het zaaltje ramvol, hoofdzakelijk met vrienden. Het dak ging eraf, ik was in de zevende hemel. Toen ik om drie uur ’s nachts ging afrekenen met de eigenaar, bleek dat we 400 euro moesten bijbetalen, omdat al die vrienden op onze rekening hadden gezopen. Bizar natuurlijk, betálen om te mogen optreden. Maar toen ik in het holst van de nacht naar de pinautomaat liep, had ik wel een gelukzalige grijns op mijn gezicht. Ik besefte: dít is de rol die muziek in mijn leven moet spelen. Niet krampachtig succes nastreven, maar plezier maken. Dus om je vraag te beantwoorden: ik stort me altijd overal met mijn hele hebben en houden in, want ik kan niet anders. Die bereidheid tot overgave is iets dat ik niet wil kwijtraken. Wat ik ervan geleerd heb, is dat je moet weten wáár je je instort. En dat dat wel een beetje bij je moet passen.’

Zoals, bijvoorbeeld, reisprogramma’s maken, wat hij uiteindelijk toch ging doen. Volgens vriend en redacteur Remco van Puffelen is Chris Zegers altijd in zijn element als hij op pad is. Hij neemt vrijwel geen bagage mee en houdt er niet van om items voor te produceren, omdat hij liever vertrouwt op zijn intuïtie.

‘Dat klopt. Je kunt zeggen dat ik de onbevangenheid die ik een beetje kwijt was, heb teruggevonden toen ik met die programma’s begon. Ik ben eerder een reiziger die presenteert dan een presentator die op reis gaat. Als je van tevoren dingen vastlegt, voelt het voor de kijker vaak als manipulatie. Dat hoeft helemaal niet. Als je mensen met open vizier tegemoet treedt en je je ogen goed openhoudt, gebeurt er genoeg interessants. In Chili zag ik ooit een bordje langs de weg: besuchen sie den Condor. Huh, in het Duits? Dat klinkt meteen goed, dus wij eropaf. En voor ik het wist zat ik bij een oude Duitser die inderdaad zo’n enorme vogel op zijn binnenplaats had. Wel zielig, want het beest zat aan een ketting. Maar de condor bleek te kunnen voetballen, dus we hebben een balletje getrapt.’

23 jaar doet hij het al, eerst voor RTL, later voor BNNVara. Daarnaast speelde hij in een hele trits series en films. Hij weet dat hij geen Robert De Niro is, en heeft daar vrede mee. ‘Maar ik wil wel het maximale eruit halen binnen de mogelijkheden die ik heb. Met de kennis van nu had ik tegen de Chris van vroeger gezegd: joh, koop een instrument en ga je helemaal gek studeren. Of ga naar de Kleinkunstacademie of de toneelschool. Dat is nu een beetje laat. Ik heb wel wat toneellessen gevolgd, maar dat ik geen opleiding als acteur heb gehad, blijft een gemis.

‘Soms word ik daar onzeker van. In de serie Hollands Hoop speelde ik scènes met Marcel Hensema, een acteur tegen wie ik echt opkijk. Nou, daar kan hij niks aan doen, maar dat helpt niet. Dan ga ik mezelf automatisch kleiner maken. Gelukkig zat ik niet veel later in de auto met Kim van Kooten, die ook in die serie speelde. Ik vertelde haar over mijn onzekerheid, waarop zij zei: ‘Maak je geen zorgen, dat heb ik ook. Ik voel me ook vaak een imposter.’ Dat hielp dan weer wel, haha. Het is fijn om te beseffen dat je niet de enige bent die kwetsbaar is.’

Waarop hij zichzelf corrigeert. ‘Nou ja, kwetsbaar... Sinds ik een gezin heb, ben ik eigenlijk alleen nog écht kwetsbaar als het op hen aankomt. Dat is geen opmerkelijke conclusie, elke ouder zal het herkennen. Kinderen relativeren de boel, een fijne, stabiele relatie ook. Er is veel meer rust in mijn leven gekomen.’

Waar hij aan het begin van zijn boek avonturen beleeft als profvoetballer, staat hij in het voorlaatste hoofdstuk langs de lijn, als voetbalvader van een team dat alle wedstrijden met grote cijfers verliest. De toon is hetzelfde, de activiteit een stuk aardser. ‘Dat heb ik niet bewust zo gedaan, maar het is wel de realiteit. Ik leef mijn leven nog steeds met dezelfde instelling. Ik ben freelancer, alles wat ik doe kan morgen afgelopen zijn. Maar ik sta open voor wat er op mijn pad komt, en vertrouw erop dat dat blijft gebeuren. Drie maanden geleden had ik nog geen idee wat ik de komende tijd zou doen, want zo’n reisprogramma maken duurt ook maar een paar weken. Toen werd ik gevraagd om voor Ziggo Sport een programma over de Formule 1 te presenteren. En laat ik nou mijn hele leven al een hartstochtelijke liefhebber van autoracen zijn.’

Hoogdravender hoeft het van hem niet meer. ‘Dat hele showelement van het leven als bekende Nederlander... De eerste paar jaar vond ik het leuk en heb ik het misschien een tijdje iets te serieus genomen, maar eigenlijk past het niet bij me. Ik weet wel dat veel bekende mensen zoiets beweren: roem interesseert me niet, maar toch vind ik het belangrijk om te zeggen.

‘Mijn ouders zijn nuchter en niet snel onder de indruk, mijn broer heeft volgens mij nog nooit iets van me gezien. Hier in de straat ben ik echt niet ‘Chris van de televisie’, maar gewoon die gozer van nummer twee. En zo wil ik het ook. Binnen mijn gezin speelt het geen rol wat papa allemaal doet of gedaan heeft. Ja, mijn zoontjes hebben me zien dirigeren in het programma Maestro, maar verder hebben ze geen idee. Toen ik het boek schreef, werd ik soms een beetje geremd door de gedachte: who the fuck is Chris Zegers nou eigenlijk? Dan bedacht ik dat het misschien leuk zou zijn voor mijn zoons om dit later te lezen. Maar voorlopig ben ik gewoon hun vader.’

Lachend: ‘Die dan opeens gevraagd wordt om een rolletje te spelen in Vlogmania, met Ilse Warringa en Ruben van der Meer, een programma waar ze enorm fan van zijn. En dan zie ik ze zo kijken van: huh, jij???’

Cv Chris Zegers

7 februari 1971 Geboren in Zeist.
1983-1989 Vwo aan het Zeister Lyceum.
1989-1995 Studie economie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
1995-1996 Junior consultant voor een Chinees bedrijf in Singapore, profvoetballer bij de plaatselijke club Tampines Rovers.
1996 Eerste rol als acteur, in de serie Oppassen!!!.
1997-1999 Rol van Sasza Nagy in Onderweg naar Morgen. Daarna volgden vele rollen in series (o.a. All Stars, Van God Los en Hollands Hoop), en filmrollen in onder meer Shaka Zulu - The Citadel, Liever Verliefd, De Scheepsjongens van Bontekoe, Alles is Familie en Ron Goossens - Low Budget Stuntman.
1999 Tekent platencontract bij BMG. Er verschijnen twee singles: Run en Circles.
2001-2009 Presentator van de reisprogramma’s Yorin Travel en RTL Travel.
2012-heden Presentator van 3 op Reis.
2015 Finalist in De Slimste Mens.
2016-heden Presentator van BNNVara-programma Break Free.
2024 Winnaar van de dirigentenwedstrijd Maestro.
2025 Geluksvogel verschijnt op 27 mei bij uitgeverij Thomas Rap.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next