Reputaties veranderen continu. In deze rubriek kijken we hoe de betekenis van denkers en kunstwerken, van schrijvers en hun personages kantelt en evolueert. Deze keer: Carrie Bradshaw.
Kijken betekent kiezen, die wet leer je als meisje al snel: welke van K3 wil je zijn (die blonde), welke Totally Spy (die met het groene pakje).
Het lijkt zo kinderlijk, dat rollenspel, maar toch is het identificeren nooit helemaal gestopt: van wensdenken – wie wilden we zijn – gingen vriendinnen en ik over naar bestempelen: het ‘jij bent écht een’, aan te vullen met de naam van een personage.
En ja, eigenlijk komen die namen altijd uit Sex and the City (1998-2004), geen persoonlijkheidstest zo veelzeggend als deze, die zegt: jij bent een Charlotte York, een Miranda Hobbes, een Samantha Jones, óf een Carrie Bradshaw.
In het Sex and the City-imperium volgen we deze vier single dertigers, die verkeren in een New Yorkse vortex van seks, schoenen en sensatie. Sex and the City schotelt ons vrouwenlevens voor om bij weg te dromen, om uit te willen kiezen, en daarin zijn vier smaken: traditioneel als galeriehouder Charlotte, ambitieus als Miranda de advocaat, of misschien ben je meer een Samantha, de sensuele pr-dame.
Allemaal best – behalve de Carrie. Want nee, niemand wil Carrie zijn.
Sinds afgelopen vrijdag is Bradshaw weer te zien, in het derde seizoen van Sex and the City-reboot And Just Like That.
En net als we haar, gespeeld door Sarah Jessica Parker, de afgelopen 27 jaar in een serie, twee films én dus die spin-off hebben zien doen, zal ze ook als vijftiger konkelen, vreemdgaan, haar vriendinnen laten zitten, veel te preuts zijn voor een voormalige sekscolumnist, deadlines missen, net iets te veel waarde hechten aan het doen en laten van de mannelijke soort – god, dat eeuwige gezever over fuckboy Mr. Big – haar problemen verheffen tot wereldkwesties om vervolgens nul interesse te tonen voor haar vriendinnen.
Weten we het nog, de aflevering waarin Carrie met bagels op ziekenbezoek gaat bij een nekbrace dragende Miranda om het vervolgens alleen maar over zichzelf te hebben? ‘This is bullshit, Carrie! And these are bullshit bagels!’
Ik kan haar niet uitstaan. En dat maakt haar geweldig. Ik ben hierin niet de enige, want Carrie, we love to hate her: er zijn talloze memes die haar bespotten, in de lijst ‘Insufferable TV Characters Who are — Hands Down — the Worst Part of Their Show’ op BuzzFeed prijkt ze op de eerste plek, want Carrie zou extreem zelfzuchtig zijn, en een slechte vriendin. Er is een website, Carrie Bradshaw is the Worst, die met een haast wetenschappelijke precisie aantoont dat we het hier hebben over een draak van een vrouw.
Filmcriticus Basje Boer schreef in De Groene Amsterdammer: ‘Ze is een anti-rolmodel omdat ze laat zien wie we niet willen zijn.’
Wanneer is Carrie zo in onmin geraakt? Ik herinner me de eerste keer dat ik de serie zag, ik was een jaar of 17 oud. Ik vond haar in alles onnavolgbaar, gevat, charismatisch, lekker veel. Ze gedroeg zich als een puber, hopeloos romantisch en hopeloos in de romantiek.
In de jaren negentig was er nog niet eerder zo’n vrouwelijk personage op televisie geweest, schrijft cultuurhistoricus Jennifer Keishin Armstrong in haar boek Sex and the City and Us: een vrouw zonder man, maar daarom mét alle vrijheid om te doen en laten wat ze wil.
Maar waaraan besteedt ze die vrijheid nu helemaal, vraagt Boer zich af, want ze zet haar hele bestaan in het teken van een man, Mr. Big. En dat wringt.
Op Instagram stuit ik op een bericht: ‘Elke jonge vrouw moet SATC kijken vóór haar frontale kwab is volgroeid, en dan nog eens erna.’ Het is wat ik deed, de serie op repeat, mijn hele twintiger jaren lang.
Naarmate de tijd verstreek, besefte ik: we kijken hier naar een puberversie van onszelf, zien die fouten maken, als een gênante herinnering die zich voor het slapengaan plots aan je opdringt.
O ja, die keer dat ik mijn date en zijn moeder stiekem achtervolgde bij hun zondagse kerkbezoek, misschien was dat toch niet zo charmant (seizoen 1, aflevering 12). Een ontwikkeling die synchroon loopt met Carries ondergang, want in de jaren tien verschenen er aan de lopende band kritische artikelen over haar: wat door jongere kijkers als charmant werd ervaren zien we, jaren wijzer, als onbetrouwbaar.
Haten we Carrie, haten we onszelf, of zijn we niet klaar voor een vrouwelijk personage dat gemankeerd is? Anders dan haar drie vriendinnen heeft Carrie geen kern, ze is niet terug te brengen tot één eigenschap. Carrie is alles en daarmee precies niks, de antiheld zonder duidelijke moraal, gedreven door onrust en uiteindelijk angst.
Haar pogingen Mr. Big voor zich te winnen zijn pijnlijk wanhopig, iets wat ze uiteindelijk ook zelf inziet. ‘I spent so many years running all over this city, like a crazy person, looking for him’, zegt ze in het eerste seizoen van And Just Like That, waarin ze, net als de kijker, volwassen is geworden.
Er is hoop voor Carrie, signaleerde de Engelse editie van Vogue onlangs, want de milde blik die Parker op haar personage heeft, is precies hoe een nieuwe generatie SATC-kijkers haar ziet. Gen Z loopt weg met haar, ze is lekker cunty, en ‘echt’, klinkt het in reacties op Carrie-TikToks. Haar herwaardering is in lijn met de brat-trend die afgelopen zomer heerste: schaamteloos te veel durven zijn.
Misschien haten we Carrie niet, maar zijn we jaloers: omdat zij dat durft, te veel zijn. Toch maar een voorbeeld aan haar nemen dan, deze zomer; de zomer van 2026 wordt van Brat-shaw, I’m calling it.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant