In een tijd waarin de dronepiloot meer en meer zelf een doelwit wordt, is de ‘verzadiging’ van het luchtruim een van de hoofddoelen bij de ontwikkeling van het oorlogstuig. En dat betekent zwermen, hoe meer en hoe autonomer hoe beter.
is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.
Ook de roofvogels uit het nabijgelegen bos komen kijken als de zwerm drones zoemend opstijgt boven een voormalig militair vliegveld even ten zuiden van Parijs. Wen er maar aan, mompelt een van de mannen vanachter de beeldschermen op de oude landingsbaan. Dit zijn de nieuwe jagers van de lucht.
Achter de drie mannen, met de lange haren en paardenstaarten van computerprogrammeurs, staat een grote witte partytent. Het Franse defensiebedrijf Thales heeft er koffie en hapjes klaargezet voor de journalisten die hier deze dinsdagmiddag zijn uitgenodigd om te zien hoe zo’n zwerm met zo min mogelijk menselijke bemoeienis het luchtruim overneemt. Om een gebied te verkennen. Om indringers te signaleren. En om die te vernietigen, zo nodig.
Hier, zegt Arnaud Samama, een van de programmeurs, worden de lessen uit Oekraïne omgezet in nieuwe manieren van oorlogvoering. Het belangrijkste doel: met zo weinig mogelijk piloten zoveel mogelijk drones laten vliegen.
Ten eerste omdat er niet zoveel piloten als drones zijn, ten tweede omdat die snel doelwit worden van degene die zich tegen de drones probeert te verdedigen. ‘De vijand volgt de radioverbinding tussen de drones en de grond, en probeert vervolgens de bestuurder uit te schakelen’, zegt Samama. ‘Dat betekent ook dat je zo min mogelijk communicatie met de grond wilt. Hoe autonomer de drones kunnen handelen, des te beter.’
Vandaag stijgen er zes op, maar dat kunnen er ook honderd worden. Saturatie is het sleutelwoord van de luchtstrijd in het oosten: zowel Rusland als Oekraïne wil de ruimte boven het front zo vullen met drones en raketten dat de afweer het niet meer aankan.
‘Zwermen’ is al twee decennia in de mode onder militair strategen, maar nu die zwermen uit steeds zelfstandigere robots bestaan, krijgt de term een futuristische dreiging. Kan de mens nog ingrijpen?
Volgens Eric Lenseigne, baas van het droneprogramma bij Thales, zijn de apparaten geheel zelfstandig, maar staan ze toch ‘onder strikte controle’ van de mens. Om te beginnen krijgen ze voor de missie een set regels mee, die ze niet mogen breken. Verken dat gebied bij het bos en laat het me weten als je iets ziet, bijvoorbeeld. De drone vertaalt zo’n opdracht vervolgens in een eigen vluchtroute, die het ding coördineert met de andere drones. Wanneer een drone iets wil doen dat niet voldoet aan het ‘autonomiecontract’, moet toestemming worden gevraagd.
Een van de drones signaleert een pick-uptruck op een onverhard weggetje aan de rand van het vliegveld. De wagen slaat af, het wuivende gras in. Op het scherm van de mannen op de landingsbaan komt de wagen in beeld, met een rechthoekje eromheen. Een paar drones blijven boven de auto hangen – het is bijna alsof het zoemende geluid iets hoger wordt, opgewonden door het vinden van de prooi. Wat nu?
Lenseigne heeft het over de derde generatie dronezwermen. De eerste generatie kreeg vooraf instructies en volgde dan een voorgeprogrammeerde route. De tweede generatie kreeg de mogelijkheid om daarvanaf te wijken, maar stond nog wel permanent in verbinding met de grond. Deze derde generatie heeft geen continue verbinding meer nodig en heeft de vrijheid om te doen wat haar goeddunkt. Maar wel binnen de beperkingen van het ‘contract’.
Kan dat contract ook voorschrijven dat het doel moet worden vernietigd?
Ja, in principe kan zo’n zwerm ook bestaan uit wat ze in defensiekringen loitering munition noemen, rondhangende munitie, ook wel bekend als kamikazedrones. Die vliegen rondjes boven het slagveld tot een doelwit wordt gevonden waarop ze zich kunnen storten. Als ze dat met heel veel tegelijk doen, heet dat een ‘saturatieaanval’, waar de luchtafweer geen antwoord op heeft. Ook daarvoor geldt: hoe minder mensen betrokken zijn, hoe meer je er de lucht in kunt sturen.
In de tent bij de hapjes prijkt het nieuwste type kamikazedrone van Thales, de Toutatis – vrij naar Asterix. ‘Plug and play’, prijst verkoper Louis Biboud het ding aan. Hij heeft twee cilindervormige doosjes op tafel liggen, die hij afwisselend in de neus van het vliegtuigje plaatst. Klepje open, het zwarte busje erin, klepje dicht, en je kunt hem op een pantserwagen laten vallen. Klepje open, het grijze busje erin, klepje dicht, en je hebt een vliegende fragmentatiebom die je op een groep soldaten kunt laten storten.
‘We mikken op een productie van tweehonderd stuks per maand’, zegt Biboud.
In het scenario zoals Thales zich dat voorstelt moet er, voor de kamikazedrone zich op zo’n pick-uptruck laat vallen, altijd toestemming worden gegeven door een menselijke bestuurder. Zo zijn de regels in de meeste westerse landen. ‘De regels die aan de drones worden meegegeven, moeten voldoen aan de militaire doctrines, en uiteindelijk aan de wet.’
Welk contract andere landen aan hun autonome drones meegeven, zal worden bepaald door hun eigen militaire doctrines.
Nederlands droneonderzoek
Ook in Nederland wordt onderzoek gedaan naar drones en dronezwermen. Vorige week opende minister Ruben Brekelmans van Defensie bij Marknesse in de Noordoostpolder de Quick Response Drone Facility, waar ‘lessen uit het veld snel moeten worden omgezet in oplossingen’. Het is de bedoeling dat, door samenwerking tussen bedrijven, het leger en onderzoekers van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, ‘binnen vier tot zes weken’ een nieuwe drone of drone-functionaliteit beschikbaar kan worden gesteld aan Defensie. Het centrum is een van de projecten die worden gefinancierd uit het potje van 400 miljoen euro. Dat potje werd vorig jaar door het ministerie van Defensie gereserveerd voor de productie van drones.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant