Home

Als je er maar voor zorgt, is mijn tip, dat je de guillotine voortdurend ziet blinken

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Door Jezus, en dus eigenlijk God, moest ik deze column op dinsdag inleveren, in plaats van op mijn gehate, totaal versteende, nauwelijks nog te vertillen donderdag-columndag.

‘Donderdag is Hemelvaart, daarom maken we de vrijdagkrant al op woensdag. Columns en rubrieken graag op dinsdag inleveren.’

‘Ik ben atheïst’, schreef ik terug. ‘Dus ik lever gewoon op donderdag in.’ (Niet verstuurd.)

‘Huh, wat vreemd, waarom dan niet op woensdag inleveren? Woensdag gaat eventueel wel lukken.’ (Niet verstuurd.)

‘Gaan we regelen!’ (Verstuurd.)

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ondertussen ontving ik een missive van Koetsenruijter, ook over Hemelvaart. Hij is de zetbaas van V, het katern waarbij ik ‘hoor’. God en Jezus tapten uit een ander vaatje, volgens Koetsenruijter hoefde ik pas op woensdag in te leveren, een stuk christelijker (wat die twee goed stond), maar nog altijd erg ontregelend.

Voorbeeldje. Stel, ik gokte op woensdag, was dat dan ‘pas’ of ‘al’? Zeg het maar. En moest ik me dan nors opstellen, of juist vrolijk en dankbaar? En ook geen makkelijke: naar wie moest ik mijn oor laten hangen?

Kijk, de dinsdag-oekaze bereikte mij van hogerhand, een hand die duidelijk vastzat aan de sterke arm van een vrouw wier oksel adjunctig rook. Een zilt-zuur, gewichtig luchtje. Edoch Koetsenruijter is mijn voorman, hij zit op de heftruck. Het was de werkvloer versus de regenten.

Toen maakte ik een majeure fout. In plaats van het even na te vragen (‘amicae amicique, zeg effe, is het dinsdag of woensdag?’), deed ik:

Niets. Nou ja, ik liet het dinsdag worden, ook een daad. Dinsdag-columndag dan maar. Ik moest de hele dag maar doen, leek me, alsof het een gierende donderdag was, maar dan ten diepste, middels Stanislavski, methodacting, alle samengebalde donderdagen opnieuw ervaren, van binnenuit.

Koffie inschenken, en op weg naar de papyrusrol krijsend ter aarde storten, elleboog in de gietvloer boren, en mezelf tussen de scherven en hete nattigheid schuimbekkend in de rondte trappen, brullende ‘Ik heb geen onderwerp! Ik heb geen onderwerp!’, zou een goede start zijn. Als je er maar voor zorgt, is mijn tip, dat je de guillotine voortdurend ziet blinken.

Lukte niet. Hoe ik ook mijn best deed, ik zag ‘het mandje niet staan’. Koetsenruijter met z’n woensdag had een lek geslagen in deze fake-donderdag, tijdens het ijsberen merkte ik dat ik water maakte. Het was verdomme gewoon dinsdag!

Wat je zag gebeuren, was dat ik een heel rare column begon te wrochten, een soort politicologische studie naar de structuur van de Verenigde Naties. Ik bleek al snel van mening dat oorlogen anders gevoerd moesten worden, namelijk op het grondgebied van de agressor, dus niet meer met DHL wapens sturen terwijl ze Oekraïne slopen, maar ogenblikkelijk met een zwaarbewapende VN-alliantie van 192 legers (dus ook Burundi en Kaapverdië leveren materieel, wat doosjes kruit en een bajonet, maakt niet uit, als je maar meedoet) naar Moskou oprukken. En daar huishouden!

Dat je als dictator weet wat je krijgt. Net als ik, in mijn land, weet wat ik krijg als ik ga lopen rondschieten. Dus: land staat tot burger, zat ik te betogen, is als wereld staat tot land. Comprendre?

Op een echte donderdag zou ik aanvoelen dat het geen materiaal was, te complex, maar ook te simpel. Ik zou er of na drie zinnen klaar mee zijn, of het werd een boek met voetnoten. Maar het was dinsdag. Uren sjorde ik aan dit overleden paard, neuzend op de website van de VN, bellend met Clingendael. Ik heb ook de woensdag nog, moet ik gedacht hebben.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next