Het speelfilmdebuut van Morgan Knibbe (Those Who Feel the Fire Burning) speelt zich af in de krottenwijken van Manilla, waar bewoners te maken hebben met enorme armoede, uitbuiting en sekstoerisme. ‘Film is een empathie-machine’.
is filmredacteur van de Volkskrant.
Elke dag op de set van The Garden of Earthly Delights gebeurde er wel iets wat regisseur Morgan Knibbe (36) niet had voorzien. Dat is ook niet zo vreemd: de Nederlander situeerde zijn speelfilmdebuut in Manilla, aan de onderkant van de samenleving, en werkte met amateurkindacteurs uit de door armoede, drugsgeweld en prostitutie getekende delen van de Fillipijnse hoofdstad.
Die kinderen bleven weleens gewoon een dag weg, onaangekondigd. En de krottenwijken Happyland en Aromaville, in feite bewoonde afvalbergen, zijn ook geen buurten waar je even een straat afzet om rustig een shot op te kunnen bouwen. Voorts waren er de culturele verschillen, tussen het (kleine) Nederlandse deel van de crew en de lokale medewerkers: Filippino’s zijn wat voorzichtiger in de communicatie, leerde Knibbe. ‘Dan kom je er, veel te laat, achter dat een ja toch nee was. En blijkt een locatie, eenmaal ter plekke, toch niet beschikbaar.’
Zijn film begint met een waarschuwing aan de kijker: er komen ‘expliciete scènes van seksuele exploitatie’ in voor. Tegelijk bevat de disclaimer ook een geruststelling: de ‘veiligheid’ en ‘consent’ van alle mensen in de film waren gewaarborgd; gedurende het hele productieproces waren er intimiteitscoördinatoren en therapeuten aanwezig.
‘Met die disclaimer wilden we voorkomen dat mensen zich tijdens het kijken afvragen of wij als makers over de schreef zijn gegaan. We merkten ook dat die zorg er was: kun je überhaupt op een integere en veilige manier een film maken over dit onderwerp, met minderjarigen? Wij denken uiteraard van wel. Door zeer professioneel te werken en de tijd te nemen om een band op te bouwen met de acteurs.’
The Garden of Earthly Delights (vernoemd naar het schilderij van De tuin der lusten van Hieronymus Bosch) volgt de levens van een drietal personen in Manilla. We zien het 11-jarige genderfluïde straatschoffie Ginto (JP Rodriguez), dat zich bij een van de misdaadclans aanbiedt als methdealer in spe, en zijn oudere zus Asia (Francesca Dela Cruz), een van de vele sekswerkers in de clubs waar oudere Europese en Amerikaanse mannen met laserpennen aanwijzen welk meisje ze wensen. Plus de pas gearriveerde Nederlandse sekstoerist Michael (Benjamin Moen), die wegwijs wordt gemaakt in deze voor hem onbekende wereld.
Tien jaar geleden werd Knibbe onthaald als een groot documentairetalent. Zijn debuut Those Who Keep the Fire Burning, waarvoor de jonge filmmaker het hypnotiserende perspectief koos van een verdronken vluchteling, werd meteen geselecteerd voor de internationale competitie van Idfa en won later ook het Gouden Kalf voor beste documentaire. Het idee voor zijn eerste speelfilm ontstond een paar jaar later, toen Knibbe als cameraman meewerkte aan A Year of Hope, een Deense documentaire uit 2017 over kinderen uit weeshuizen en van de straten van Manilla, die op uitnodiging van een NGO een jaar lang in therapie gingen.
‘De rol van de seksindustrie zat ook wel zijdelings in die documentaire, maar er ontbrak een diepere reflectie op hoe het Westen medeverantwoordelijk is voor die misstanden. Je kan in een documentaire ook niet laten zien hoe een kind van 11 sekswerk gaat doen om te overleven. Of hoe een Nederlandse toerist daar worstelt met zijn gevoelens voor kinderen. Dat is waarom ik ervoor koos om fictie te maken: omdat ik nog dichterbij bepaalde personages en hun ervaringen wilden komen.’
Het onderzoeksproces dat vooraf ging aan The Garden of Earthly Delights was uitvoerig. Knibbe schreef het script samen met de ervaren scenarist Roelof Jan Minneboo, onder meer bekend van De jacht op Meral Ö., de eerste speelfilm over het toeslagenschandaal. ‘Ik heb onderzoek gedaan in de bordelen en de rosse buurt van Manilla’, zegt de regisseur. ‘Ook in andere landen overigens, zoals Thailand en Indonesië.
‘Wat ik belangrijk vond, was om die Nederlander Michael in de film niet als een eenduidig en eendimensionaal monster af te beelden. Ik wil niet dat het publiek enkel naar hem kan wijzen, als de oorzaak van het kwaad. Dat kwaad is veel verder vertakt. Het gaat om systemische neokoloniale wereldproblematiek. Het is ook het wegkijken, iets wat we eigenlijk allemaal doen.’
Knibbe is zich, net als scenarist Minneboo, bewust van zijn positie als witte filmmaker. ‘We hebben er keihard aan gewerkt om alle mogelijke valkuilen te vermijden, door nauw samen te werken met de Fillipijnse cast en crew.’
Al vroeg tijdens het castingproces gaf Knibbe aan bij de Fillipijnse co-producent dat hij graag wilde werken met acteurs (of amateuracteurs) die echt uit de wijken komen waarin de film zich afspeelt. ‘Ik wilde het leven in de sloppenwijk niet laten naspelen door rijkere mensen uit de middenklasse of zo, die echt een ander accent hebben, meer veramerikaniseerd. De mensen uit de sloppenwijk praten staccato, met een harde intonatie: andere slang, andere scheldwoorden.’
Dela Cruz, die zus en sekswerker Asia speelt, studeerde aan de toneelacademie van Manilla. De meest expliciete scènes in de film betreffen die met haar. ‘Ik vond het belangrijk om te laten zien wat zij elke dag moet doorstaan om haar geld te verdienen, om te overleven. Plat gezegd: zij móet die witte pikken binnenlaten, om zo uiteindelijk uit de shit te kunnen komen. Om genoeg geld te sparen voor een visum voor Denemarken.’
Knibbe waakte ervoor om Asia als eenduidig slachtoffer te laten zien: ze heeft daadkracht, is streetwise en onderhandelt resoluut over de ‘prijs’ met haar klanten. Na vroege vertoningen van The Garden of Earthly Delights, nog tijdens de montage, zeiden sommige mensen tegen Knibbe dat ze zich hadden gestoord aan diens male gaze: de seksualiserende mannelijke blik.
Het zit hem nog altijd dwars: ‘Die hele scène waar het om gaat, een gangbang met drie Amerikanen, is juist een reflectie óp wit privilege en de witte male gaze. Het gáát over de objectivering van het Aziatische lichaam: zij heet Asia, haar lichaam wordt gekoloniseerd. En uiteraard is alles nep en waren er altijd intimiteitscoördinatoren bij. Het perspectief kantelt ook in die scène, om te laten zien hoe deze mannen haar ontmenselijken. Dan vind ik het frustrerend als mensen zeggen: dat is jouw witte male gaze, terwijl die male gaze daar bewust zit. Om te confronteren.’
The Garden of Earthly Delights werd nog niet geselecteerd voor de grotere festivals. ‘Al bij de eerste vertoningen van de ruwe versie merkten we dat sommige mensen – zelf ook wit – het sowieso ongepast vinden dat ik als witte man deze film heb gemaakt. Ik zou negatieve stereotypes bevestigen door zoveel armoede te laten zien. Die zorg, dat je dan een soort poverty porn zou maken, vind ik legitiem. Je moet armoede niet etaleren – dat is zo. Maar moet je dan altijd afstand houden? Mag je nooit met mensen werken die arm zijn? Ook niet als je dat op een zorgvuldige en respectvolle manier doet, samen met die mensen?’
Film is een soort ‘empathie-machine’, benadrukt Knibbe. ‘Tijdens het kijken kun je het eigen ego even opzij zetten, om je te verplaatsen in de ander.’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Source: Volkskrant