Home

Autoconcern Stellantis kiest voor veiligheid bij benoeming van topman met diplomatieke gaven

Stellantis, het autoconcern met Amerikaanse en Europese merken, heeft een nieuwe topman. Vanaf volgende maand komt de leiding in handen van de Italiaanse Amerikaan Antonio Foliosa. In tegenstelling tot voorheen lijkt de bedrijfsleiding nu elk risico te mijden.

is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.

De keuze om Antonio Filosa aan te stellen als nieuwe baas van autoconcern Stellantis, kan gerust een veilige worden genoemd. Filosa (51) is in Europa ondanks zijn Italiaanse afkomst tamelijk onbekend. In de Verenigde Staten daarentegen staat hij te boek als een rots in de branding, iemand die in roerige tijden leiding gaf aan het op en top Amerikaanse autoconcern Jeep. Ook was hij verantwoordelijk voor de activiteiten van Stellantis in Zuid-Amerika.

‘Antonio’s diepgaande kennis van ons bedrijf en van onze sector maken hem perfect geschikt voor de rol van CEO in de volgende en cruciale fase van de ontwikkeling van Stellantis’, aldus het concern in het persbericht waarmee het zijn aanstelling woensdag aankondigde.

Cruciale fase

Want in een cruciale fase bevindt Stellantis (dat in 2021 ontstaan is uit een fusie van Fiat en dertien andere merken, waaronder Peugeot, Citroën, Opel, Jeep, Dodge en Ram) zich zonder meer. De vorige baas Carlos Tavares had er volgens sommigen zo’n potje van gemaakt dat hij eind vorig jaar voortijdig moest vertrekken. En dan is er ook nog de Amerikaanse president Donald Trump, die de wereldwijd vertakte auto-industrie in zijn greep houdt met hoge importheffingen.

Daar bovenop komt de in Amerika moeizaam verlopende overgang van benzine naar elektrisch. Het is een transitie waarin Amerikaanse autobouwers miljarden hebben gestoken, maar waarvan Trump niets moet hebben. En dan is er nog de opkomst van Chinese concurrenten, waar vooral de Europese dochterondernemingen onder zuchten.

Meer lef

In het verleden werden er in tijden van nood soms keuzen gemaakt die getuigden van meer lef. Neem de aanstelling van Sergio Marchionne, een destijds volslagen buitenstaander in de auto-industrie, die in 2004 aan het hoofd van het Italiaanse Fiat werd gezet.

Marchionne gaf de nauwelijks levensvatbare fabriek nieuw elan, hij zorgde voor bloei en zelfverzekerdheid bij de Italianen. Onder Marchionne beleefde de Fiat 500 zijn hergeboorte. Die kleine auto geldt tot op de dag van vandaag als een van de grootste succesnummers van het concern.

Het moet blijken of Filosa, die op 23 juni aantreedt, tot zulke huzarenstukjes in staat is. Diepgaande kennis van de Amerikaanse markt en diplomatieke gaven zijn in deze tijd een vereiste voor de nieuwe baas van Stellantis, aldus de Financial Times. Hoewel de raad van bestuur volgens de krant aanvankelijk liever een externe kandidaat had gekozen, heeft de huidige onrust ertoe geleid dat de keuze uiteindelijk viel op iemand uit eigen gelederen, zonder neiging tot bokkesprongen.

Filosa heeft volgens het bedrijf een gedegen kennis van de markt, al wordt daar volgens persbureau Reuters door sommige analisten aan getwijfeld. Zij vinden juist dat de nieuwe CEO te weinig weet heeft van de zo belangrijke en roerige Amerikaanse markt. Daar zit iets in. Filosa geeft pas sinds oktober leiding aan de Noord-Amerikaanse divisie. Maar volgens een andere analist past hij juist prima bij het bedrijf, onder meer omdat hij de Amerikaanse onderhandelingscultuur goed kent.

Twee fronten

Een van Filosa’s opdrachten wordt het stuiten van de neergang van Stellantismerken in de Verenigde Staten, waar de verkopen vorig jaar met 15 procent daalden. Importheffingen van 25 procent voor auto’s en sommige onderdelen van buiten de VS maken die ommekeer echter lastig.

Met deze importheffingen wil de regering-Trump bereiken dat fabrikanten de productie terughalen naar de VS. Nu worden veel auto’s geproduceerd in bijvoorbeeld Mexico (waar veel populaire pick-uptrucks van GMC, Toyota en Ram worden gebouwd) en Canada. In beide landen liggen de productiekosten lager.

Ook auto’s die worden geïmporteerd vanuit Europa, waar Stellantis veel fabrieken heeft, worden geraakt door de heffingen. De kosten lopen flink op: experts stellen dat de prijs van een geïmporteerde personenwagen 5 duizend tot 10 duizend dollar hoger is. Voor auto-onderdelen uit Canada en Mexico zijn onlangs overigens weer uitzonderingen ingesteld.

Chinese concurrentie

Stellantis (dat zijn hoofdkantoor in Amsterdam heeft, maar geen auto’s in Nederland bouwt) voert een strijd op twee fronten, want in Europa heeft het ook te maken met tegenvallende verkopen, onder meer vanwege felle concurrentie door Chinese fabrikanten. Hoewel Brussel voor China importmuren heeft gebouwd, blijven de verkopen van merken als BYD groeien. De verkopen van met name kleinere goedkopere elektrische auto’s gaan ten koste van merken als Fiat, Citroën en Peugeot.

Ten slotte lag het moederconcern overhoop met dealers in de Verenigde Staten, die zich afgeknepen voelden door voorganger Tavares. Filosa heeft de laatste maanden gewerkt aan het herstel van de relaties. Ook kondigde Stellantis begin dit jaar miljardeninvesteringen op het Amerikaanse vasteland aan.

Filosa zelf heeft er alle vertrouwen in. ‘We hebben ’s werelds beste en meest iconische merken in de autogeschiedenis en kunnen bogen op een ruim honderdjarige traditie van innovatie. Die erfenis zal de sleutel van ons succes blijven.’

Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next