Hoe kijkt de generatie van 2000 terug op de jaren die hen gevormd hebben en wat verwachten ze van de toekomst? Belle van Veenendaal: ‘Van mijn vrienden zijn mijn vriend en ik het enige heteroseksuele monogame koppel.’
is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.
Hoe ben je opgegroeid?
‘Ik ben opgegroeid in Almere, met één oudere broer. Als je zegt dat je uit Almere komt, zegt iedereen: ‘O, het spijt me.’ Aan de ene kant hebben ze gelijk, aan de andere kant denk ik, doe even rustig! Ik vind het leuk hoe multicultureel Almere is.
‘We woonden in Almere Buiten, in de Regenboogbuurt, waar elke straat een bepaalde kleur heeft. Wij hadden een geel huis. Mijn moeder woont er nog steeds. Mijn ouders zijn uit elkaar gegaan toen ik negen was.’
Wat betekende dat voor jou?
‘Het was geen vechtscheiding, dus daardoor is veel pijn bespaard gebleven. Maar ik was een gevoelig, angstig kind en ik werd in die periode gepest. Op school voelde het voor mij niet veilig, en thuis waren mijn ouders aan het scheiden.
‘Ik ging naar de kinderpsycholoog. Die richtte zich vooral op symptoombestrijding, terwijl ik – denk ik nu – aandacht nodig had voor wat er onder mijn angsten zat. Dat is later in mijn jeugd een groot probleem geworden; ik heb intensieve hulp nodig gehad in de ggz.
‘De laatste paar jaar van de basisschool waren oké. Op de middelbare school hoorde ik even bij de populaire meiden. Dat gaf sociale zekerheid, maar eigenlijk voelde het nep. Ik merkte dat ik sneller aansluiting vond bij docenten. Ik bleef in de pauzes bij hen hangen, of ik ging hun aanraders lezen. Ik heb me best wel eenzaam gevoeld.’
Wat gebeurde er voordat je hulp zocht?
‘Ik kreeg een fout vriendje, een jongen van mijn leeftijd, achteraf gezien gewoon een sociopaat. Hij ging mijn grenzen over.
‘Ik ga er verder niet op in, want het is een heftig verhaal en ik zou het moeilijk vinden als mensen dat aan mij koppelen voordat ze me leren kennen. Ik heb EMDR gehad van een fantastische traumatherapeut. Het is afgesloten en ik voel me nu zo veel lichter.’
Hoe lang duurde die relatie?
‘Een jaar. Op een gegeven moment werd ik depressief en namen mijn angsten me over. Ik was bang om ziek te worden en over te geven: emetofobie. Omdat ik zo angstig was, werd ik juist misselijk. Ik at weinig en viel enorm af. Mijn moeder trok aan de bel. Op mijn vijftiende heb ik me vrijwillig laten opnemen voor drie maanden.
‘Ik ontmoette in de kliniek mensen met wie ik een bizarre klik had. Met één van hen ben ik nog steeds close. Ik had zulke fijne therapeuten, voelde me zó gezien. Toen ik wegging kreeg ik een boekje waarin iedereen een stukje voor mij had geschreven. Ik was daar echt door geraakt.’
Wat veranderde er?
‘Ik voelde me weer verbonden met mensen om me heen. Dat was een groot contrast met de eenzaamheid en isolatie die ik had ervaren. Voordat ik naar de kliniek ging, had ik het idee dat niemand mij begreep. Ik denk dat ik mezelf ook niet helemaal begreep. Ik was overdonderd door mijn gevoelens. Ik had pijn, psychisch. Maar ja, hoe beschrijf je dat? Hoe leg je dat aan anderen uit? ‘Ik ben heel verdrietig, de hele tijd.’ Verdriet dekt niet helemaal de lading.’
Hoe ging het verder?
‘Ik bleef zitten door al dit gedoe en zakte van vwo naar havo. Ik was bijna 19 toen ik mijn diploma haalde. Nou, en tóén kwam ik de opleiding creative writing aan de kunstacademie in Arnhem tegen. Schrijver en dichter Joost Oomen was aanwezig bij een kennismakingsdag. Ik zag iemand die openlijk gek durfde te zijn en puur vanuit gevoel en passie voor literatuur sprak, en tegelijkertijd zó onpretentieus. Ik ging helemaal aan. Ik deed mee aan de selectie voor de opleiding en werd toegelaten. Joost Oomen volgt me nu op Instagram. Dat vind ik leuk, full circle.’
Voelde het alsof je in Arnhem een nieuwe start kon maken?
‘Het was echt een ommezwaai, precies de ontdekking waar ik al die tijd op had gehoopt. Ik hield me eraan vast dat dingen altijd veranderen.
‘Ik was zó enthousiast, alles ging opeens zó makkelijk. Ik maakte tijdens de introductieweek meteen goede vrienden en was verliefd op alles wat er gebeurde.
‘Ik vond voor 525 euro een kamer. Twee kamertjes waren het eigenlijk, met hoge, grote ramen, veel licht en een eigen keukentje.
‘Ik dacht altijd dat ik introvert was, maar sinds ik in Arnhem woon, heb ik bijna geen avond alleen gegeten. Er is niks dat ik leuker vind dan met mensen zijn en interessante gesprekken voeren.
‘Wat ook een inzicht was: je bent voor iedereen iemand anders. Op de middelbare school vonden ze me waarschijnlijk een of andere weirdo, irritant en betweterig. Voor mensen in Arnhem ben ik vast ook een beetje betweterig, maar ik voel dat ik anders word gezien en anders word benaderd.
‘Als ik terugdenk aan mezelf van tien jaar geleden, kan ik me bijna niet voorstellen dat ik dat ook was.’
Heeft dat foute vriendje invloed gehad op je latere liefdesleven?
‘Ik heb mannen niet makkelijk vertrouwd. Tuurlijk is het leuk als iemand met je flirt, maar ik vraag me altijd af: waar ben je op uit? De moed zakt me in de schoenen als ik in een interactie merk dat er maar naar één ding wordt gekeken.’
Hoe heb je je vriend ontmoet?
‘Hij is een goede vriend van mijn beste vriendin. We hadden een dubbele blind date. Dat zou ik iedereen aanraden, want dan zit je tenminste niet een soort sollicitatiegesprek te voeren.
‘Hij is een zachtaardige, speelse jongen. We zijn al vier jaar bij elkaar en wonen een halfjaar samen.’
Grappend: ‘Ik mag eigenlijk niet trouwen van m’n moeder. Zij zegt: je kunt niet in een contract beloven wat je voor elkaar gaat voelen. Ik sta daar helemaal achter, maar met hem lijkt het me tóch gezellig.
‘Veel van mijn vrienden hebben langdurige relaties. Maar wij zijn het enige heteroseksuele monogame koppel.’ Begint te lachen. ‘Ik ging laatst uit, en toen ging iemand met mij flirten. ‘Ik heb een vriend’, zei ik, maar dat houdt die ander niet tegen, hoor! Je moet tegenwoordig zeggen: ik zit in een monogame relatie.’
Hoe denk jij over open relaties?
‘Zelf heb ik er geen behoefte aan, maar ik vind het zó leuk dat iedereen zijn eigen manier zoekt om een relatie te laten werken. Ik vind het überhaupt leuk als mensen dingen doen op een minder makkelijke of voor de hand liggende manier.’
In je mail schreef je: ‘Ik heb in mijn leven de juiste keuzes gemaakt, maar de toekomst kan erg onzeker voelen.’ In welk opzicht?
‘De opleiding was fantastisch, maar qua toekomstperspectief denk ik soms wel: wat heb ik gedaan? Ik geef voornamelijk schrijfworkshops op middelbare scholen en mbo’s. Ik zit ook in een schrijverscollectief, Collectief Knokploeg. We maken literaire performances. Dat gaat leuk.
‘Maar ik ben zzp’er. Als mijn opdrachtgever zegt ‘jammer, het stopt’, of als de huisbaas zegt ‘jammer, ik verkoop dit huis’, dan zit ik gewoon weer bij mama thuis.
‘Mijn moeder zegt telkens: ‘Word docent!’ Zij was zelf docent. Maar het lijkt me niet leuk om vast te zitten aan een schoolsysteem en dingen op een bepaalde manier te moeten doen. De kunstacademie verpest je in dat opzicht wel een beetje; je leert er vrij te denken, in mogelijkheden en potentie, maar in het werkende leven zijn er natuurlijk allerlei begrenzingen.’
Je vertelde toen ik binnenkwam dat jullie dit huis onderhuren van je moeder. ‘We betalen alles zelf hoor’, zei je. Vind je dat belangrijk?
‘Ik vind het begrijpelijk dat ouders die dat kunnen hun kinderen financieel helpen. Ik vind ook niet dat je je ervoor moet schamen als je geld aanneemt van je ouders, maar zelf zou ik me er ongemakkelijk bij voelen.
‘Er is zo veel ongelijkheid in de wereld. En ik heb een héél groot verantwoordelijkheidsgevoel. Dat ligt ook ten grondslag aan mijn angst, dat ik alles goed wil doen. Gaat het niet goed, dan is het allemaal mijn schuld. Het zit in de kleinste stomste dingen. Als ik keelpijn heb, denk ik: had ik mijn handen beter moeten wassen? Als vrienden boos of teleurgesteld zijn, denk ik altijd dat het aan mij ligt.’
Wat zou je zeggen tegen de 15-jarige versie van jezelf?
‘Er is een citaat van de filosoof Albert Camus: midden in de winter ontdekte ik dat er in mij een onoverwinnelijke zomer heerste. Toen ik deze zin een paar jaar geleden las, viel er wat op z’n plek. Ik herken connectie, ik herken liefde, ik herken geluk, ook als het slecht met mij gaat. Iets in mij wíl gewoon.
‘Dus misschien zou ik mijn 15-jarige zelf vertellen over die onoverwinnelijke zomer: er zit iets sterks in jou dat overeind blijft, daar kun je op vertrouwen.’
Belle van Veenendaal wordt 25 op 26 september.
Woonplaats: Arnhem.
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘8.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Ja! Iedereen van mijn leeftijd snapt Spongebob. Iedereen snapt bepaalde memes. Iedereen snapt ontlezing. Iedereen snapt dat je geen huis kunt krijgen. We zitten in hetzelfde schuitje, met dezelfde problemen.’
Waar ben je over 7 jaar? ‘Dan hebben mijn vriend en ik een kat, misschien een kind – als we eraan toe zijn, als het me gegund is en als de wereld wat stabieler is. En ik heb een roman uitgebracht.’
25 in 25
In de serie 25 in 25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant