Door Robin de Puy
Suad Pasalic (63)
Ontvluchtte als 33-jarige Srebrenica.
Auteur van het autobiografische boek Zloglasna kamenička bukva (‘De beruchte beuk bij Kamenička’).
We spreken af in een moskee in Arnhem, een plek waar Suad Pasalic graag komt. Onderweg ernaartoe realiseer ik me dat ik geen hoofddoek heb. Beschaamd vraag ik aan een jonge vrouw met hoofddoek bij een tankstation of ze er misschien een extra bij zich heeft. ‘Normaal gesproken wel, maar ik heb net mijn auto uitgemest en toen heb ik ze eruit gegooid.’ Ze lacht geruststellend. ‘Vaak hebben ze in de moskee extra hoofddoeken.’
De minaret van de moskee van Srebrenica, op de achtergrond de bergen waar de mannen en jongens naartoe vluchtten.
Als ik later in de moskee aankom, blijkt dat inderdaad zo te zijn. Ik mag een kleur uitzoeken. ‘Maar het hoeft niet hoor’, zegt Suads vrouw. ‘Het is goed zo’, en ze knikt naar mijn warrige, onbedekte haar.
Suad voelt zich onzeker over zijn Nederlands en zijn zoon helpt hem waar nodig. Hij haalt diep adem en begint te vertellen over de 100 kilometer lange voettocht, beginnend op 11 juli 1995 vanuit Srebrenica naar Tuzla, in een poging te ontsnappen aan de etnische zuivering. Een tocht die ruim vijftienduizend zonen, vaders en opa’s probeerden te maken, maar van wie velen de eindbestemming niet haalden. Ze werden vermoord en gedumpt in massagraven.
‘De eerste dag van de zware tocht verliep rustig’, begint Suad. Ik bedenk me dat ‘rustig’ een opmerkelijke woordkeuze is na drie jaar oorlog, vrijwel geen eten en dagelijks vrezen voor je leven. Maar als hij vertelt over de tweede dag, begrijp ik zijn ‘rustig’ van de eerste dag beter. ‘Op 12 juli kwamen we aan bij een belangrijke oversteekplaats. Daar werden we omsingeld door een grote groep Servische soldaten. In nog geen twee uur werden zeker 1.500 mannen vermoord. Ik hoorde overal granaten exploderen.’
Suad is onbewust van het Nederlands naar het Bosnisch geswitcht. Zijn blik is naar binnen gekeerd. Zijn handen tonen hoe hij iets zwaars op zijn schouders legt. ‘Ik zag een jochie lopen met een raketwerper. Ik pakte hem af en schoot in de richting van de Servische troepen. Daarna ben ik gaan rennen, naar de overkant.’
‘Was je een geoefend militair?’, vraag ik hem.
‘Joegoslavië kende toentertijd de dienstplicht, dus ik heb wat training gehad. Maar dat ik dit heb overleefd, was vooral geluk. Een granaat discrimineert niet, die valt en kiest niet wie hij doodt.’
Na de gevaarlijke oversteek, volgde er een nieuw probleem: de waterbronnen waaruit de mannen dronken waren vergiftigd met een middel dat hen zowel fysiek als mentaal uitschakelde. Velen gingen hallucineren, ook Suad. High op het gif van de Serviërs, waande hij zich voor even een oude rocker dansend en zingend op muziek van zijn favoriete band Deep Purple. ‘Tot mijn neef me wakker sloeg.’ Hallucineren was gevaarlijk. Sommigen gaven zich in hun waan over aan de vijand. Anderen trokken zich letterlijk de haren uit hun hoofd of pleegden zelfmoord.
Zes dagen later kwam Suad, gebroken, aan in Tuzla. Daar werd hij opgewacht door zijn vrouw en zoon. Via omzwervingen door half Europa kwamen ze uiteindelijk in Nederland terecht.
Na een korte stilte: ‘In juli ga ik de Marš mira lopen: 100 kilometer van Tuzla naar Srebrenica in drie dagen. Het helpt me te verwerken wat er is gebeurd. Ik ben bijna weer normaal.’ Dit is de negende keer dat hij de tocht loopt, of eigenlijk de tiende keer als je 1995 meerekent.
‘Mag ik gaan bidden?’, vraagt Suad. ‘Natuurlijk.’ Ik doe mijn schoenen uit en volg hem naar de gebedsruimte. De zachte vloerbedekking onder mijn voetzolen dempt niet alleen mijn stappen, alles is stil. Het enige hoorbare is Suads gebed dat hij al fluisterend telkens weer herhaalt.
In deze serie portretteert fotograaf Robin de Puy mensen wier levens zijn getekend door de Bosnische genocide. Op 11 juli is het dertig jaar geleden dat Srebrenica, een door de VN beschermd gebied, viel. Meer dan 40 duizend mensen werden gedeporteerd door Bosnisch-Servische troepen. 8.372 mensen, vooral mannen en jongens, werden vermoord.
De Volkskrantserie ‘De elf stemmen van Srebrenica’ is een onderdeel van een gezamenlijke productie van Alma Mustafić, Marjolein Koster, Robin de Puy, FOTODOK, OVT (VPRO) en Nationaal Monument Kamp Vught.
Source: Volkskrant