Home

Steeds meer Oekraïners zijn vluchteling in eigen land. ‘Elke dag wil ik terug’

Na de Russische invasie zochten miljoenen Oekraïners een veilig heenkomen in andere delen van het land, zoals in de westelijke stad Lviv. Langzaam daalt het besef in dat hun ‘thuis’ in handen van bezetter Rusland zal blijven. ‘Elke dag wil ik terug.’

is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

De 29-jarige barista Vera lacht veel als ze praat. Ze laat de vele voorwerpen zien die het interieur van café Dzendzik sieren: een muurschildering van een vuurtoren, foto’s van het strand, een ansichtkaart met een recept voor een lokaal visgerecht. Het zijn aandenkens aan de oostelijke kuststad Berdjansk, waar ze is geboren en getogen. Ze lacht, maar hier zijn in Lviv, zo ver van haar thuis, is ‘een verdriet dat je de hele tijd in je draagt’. Ze citeert dichter des vaderlands Lesja Oekrajinka: ‘In Oekraïne lachen we om niet te hoeven huilen.’

Berdjansk werd in 2022 bezet door het Russische leger, met haar moeder en zusje sloeg Vera op de vlucht. Omdat ze openhartig spreekt over de bezetting van haar stad en het contact met de mensen die daar nog zijn, wil ze liever niet met haar achternaam in de krant. Het café, vernoemd naar een eiland in de Zee van Azov waar Berdjansk aan ligt, is een klein stadsmuseum vol memorabilia. Dat was een idee van Ksenia Klejnos (43). ‘Hier voel ik me beter dan waar dan ook in Lviv’, zegt de eigenaar. Er is behoefte aan – ze krijgt regelmatig positieve berichtjes van gevluchte stadsgenoten die het café weten te vinden.

In Berdjansk was Klejnos ondernemer, met behulp van een steunprogramma van de overheid kon ze het café in Lviv opzetten. ‘Ik ben een positief iemand. Voor de invasie reisde ik veel voor werk, wat ik nu doe leg ik aan mezelf uit als één lange werktrip.’ Ze houdt haar vier maanden oude zoontje in haar armen. ‘Hoewel mijn familie nu zelfs groter is.’ Op een groot prikbord hangen briefjes van cafébezoekers uit de stad. ‘Berdjansk, ik hou van je en ik mis je’, staat op een post-it. Daar vlak onder: ‘Wij komen zeker terug.’

Maar na meer dan drie jaar oorlog bezet Rusland nog altijd een vijfde van het land. Bij de gesprekken in Istanbul tussen Russische en Oekraïense delegaties halverwege mei, eiste het Kremlin dat Oekraïne officieel afstand doet van de Krim en de vier oostelijke provincies die Rusland heeft geannexeerd – inclusief gebied dat niet door het Russische leger is bezet – schreef persbureau Bloomberg op basis van ingewijden. Voor Kyiv is dit een rode lijn. Afgelopen week zei echter ook voormalig commandant van de strijdkrachten Valeri Zaloezjny, thans ambassadeur in Londen, dat men niet moet hopen op een ‘wonder’ dat de officiële landsgrenzen van 1991 herstelt.

Mariapolis

Maar Vera hoopt vurig dat haar stad door Oekraïne wordt bevrijd en niet in Russische handen blijft. ‘Ik wil er niet eens aan denken. Dat is moeilijk te begrijpen voor buitenstaanders.’ Behalve Oekraïners die onder Russische bezetting leven, zijn miljoenen op de vlucht, zoals de uitbaters van café Dzendzik. Sinds de Russische invasie vluchtten miljoenen Oekraïners naar de Europese Unie, meer dan vier miljoen verblijven daar nog. Een bijna even groot deel vluchtelingen bleef in het land zelf. De Verenigde Naties schatten het aantal internally displaced persons (IDP’s) op 3,7 miljoen. Volgens de Oekraïense overheid zijn er, als je IDP’s meetelt die in 2014 na de oorlog in de Donbas en annexatie van de Krim vluchtten, 4,6 miljoen interne vluchtelingen.

Ze zoeken toevlucht door heel Oekraïne, waaronder in de westelijke stad Lviv. De interne vluchtelingen en de Oekraïense overheid staan voor uitdagingen, onder meer op het gebied van huisvesting. Er zijn nog altijd tijdelijke onderkomens, zoals in Sychiv, een buitenwijk van Lviv. De agglomeratie van op elkaar gestapelde containers heet Mariapolis, de religieuze naam dankt het aan de Salesianen, een monnikenorde die verantwoordelijkheid is voor de opvang.

Het ‘stadje’, zoals broeder Andri Platosj (53) het noemt, telt bijna duizend inwoners, van wie 230 kinderen. De meesten komen uit het oosten, vertelt hij. In het voorjaar van 2022 werd met Poolse en Oekraïense financiering de opvang uit de grond gestampt. Aanvankelijk enkel voor de zomer, daarna werden de containers zo uitgerust dat mensen er ook ’s winters kunnen verblijven.

Bewoners hebben tuintjes aangelegd en gaan na een voorjaarsbui met schep en schoffel aan de slag. ‘Bloemen’, vertelt een oudere vrouw desgevraagd over het perkje voor haar raam. ‘Zodat het een beetje op thuis lijkt.’ Verder wil ze er niets over zeggen. In principe kunnen mensen zes maanden terecht in deze kosteloze huisvesting, zegt Platosj, hoewel wie wil ook langer kan blijven. Tijdelijke oplossingen hebben de neiging om, naarmate de jaren verstrijken, permanent te worden. ‘Laten we hopen dat de oorlog eindigt’, zegt Platosj. ‘De meesten willen naar huis.’

‘Vreemde situatie’

‘Elke dag wil ik terug’, zegt Viktoria Toerenko (39) uit Charkiv. ‘Een deel van mij denkt, nee hoopt, dat het kan zijn zoals voor de oorlog. Maar er is ook een deel dat begrijpt wat er in Charkiv gebeurt.’ Haar stad, op een steenworp van de Russische grens, heeft het invasieleger de gehele oorlog weten af te houden. Maar het is te gevaarlijk, zegt Toerenko.

Evenmin heeft ze vertrouwen in vrede. ‘Het zijn slechts woorden. Elke keer als er over een staakt-het-vuren wordt gesproken, worden de aanvallen erger.’ De nacht ervoor werd een appartementengebouw in Charkiv geraakt bij een droneaanval, waarbij 46 gewonden vielen. Zondag voerde Rusland een van de grootste luchtaanvallen sinds het begin van de oorlog uit, met twaalf doden tot gevolg, onder wie drie kinderen. Het Oekraïense leger waarschuwt voor een nieuw offensief en wijst op Russische troepenopbouw langs de grens bij Charkiv.

De uitdagingen zijn ook economisch, vertelt Toerenko. Aanvankelijk huurde ze met haar echtgenoot en drie kinderen een flat in Lviv. Nu wonen ze een jaar hier. Dat was een financiële keuze. ‘De huren zijn hier zowat het hoogst in heel Oekraïne. We moesten kiezen: willen we een appartement huren, of genoeg geld hebben voor de educatie van onze kinderen.’ Zelf werkt ze online voor een school in Charkiv, als docent op afstand.

Anna (35) uit Lysytsjansk, in het door Rusland bezette deel van de Donbas, woont hier al sinds april 2022. Ze is kleuterjuf van de kleinschalige kinderopvang in Mariapolis. De oudere kinderen gaan naar school, de meesten die hier wonen hebben ook werk, zegt Anna. Maar nadenken over de toekomst is moeilijk. ‘Ik leef al voor het vierde jaar in deze vreemde situatie.’

De kinderen passen zich nog het beste aan, ziet Anna. ‘Waar volwassenen spreken over huis, zeggen zij al thuis.’ Voor de bewoners van het complex is psychologische ondersteuning beschikbaar, er is kunsttherapie, mensen proberen een bestaan op te bouwen, vertelt Anna. ‘Maar we zijn gestopt met glimlachen.’ Ze vindt het belangrijk om door te gaan. ‘Sommigen denken dat het nog 2022 is. Maar het is 2025. Ze wachten op iets en weten niet op wat.’

‘Sentimentele diaspora’

Andri Groedkin (40) herkent het gevoel van gespletenheid, vertelt hij via een videoverbinding vanuit zijn nieuwe woonplaats Ivano-Frankivsk, ten zuiden van Lviv. ‘Je bent hier noch daar. Het voelt nog steeds alsof ik in een hotel woon.’ Zijn meest gekoesterde bezit is een album met familiefoto’s. Ook heeft hij een pot met aarde uit zijn thuisstad Toretsk, die tijdens maandenlange gevechten grotendeels is verwoest. In februari claimde Rusland de stad volledig te hebben bezet (Oekraïne ontkent dit).

Hij is actief voor ‘Op de contactlijn’ (synoniem voor frontlinie), een collectief van ngo’s dat zich voor de invasie inzette voor gemeenschappen in de provincies Donetsk en Loehansk, die in 2014 deels werden bezet. Na aanvankelijk humanitaire hulp te verlenen, zetten ze zich nu in voor het behoud van lokale gemeenschappen, door mensen die uit bezet gebied vluchtten met elkaar te verbinden.

Zijn angst is dat interne vluchtelingen een ‘sentimentele diaspora’ worden. Daarom is de band met de plek waar ze vandaan komen belangrijk, zegt hij. ‘Het bewijst dat dit ons land is en dat we ervoor moeten blijven vechten.’ Gebied afstaan is voor Groedkin ‘een rode lijn’. ‘Er is te veel bloed vergoten, te veel vernietiging aangericht. We kunnen dat niet accepteren.’

Gehersenspoelde achterblijvers

Vera, de barista in café Dzendzik, heeft soms nog contact met mensen in Berdjansk. Sommigen zijn zelfs teruggegaan naar bezet gebied, bijvoorbeeld om voor oudere familieleden te zorgen. Van hen hoort ze hoe de inwoners een Russisch paspoort moeten nemen en hoe de bezettingsautoriteiten huizen onteigenen van gevluchte inwoners, om daar vervolgens Russische staatsburgers in te vestigen.

‘Sommigen wachten op de bevrijding’, zegt Vera. Maar er zijn ook mensen die ‘gehersenspoeld’ worden door de Russische propaganda. Onder wie haar vader, die is gebleven. ‘Hij zegt dat Berdjansk nu floreert.’ Ze hebben al een jaar geen contact meer. Haar grootmoeder wist op een bepaald moment niet meer wie de oorlog was begonnen. ‘Aan het begin van de invasie wist ze dat nog wel.’

Het Berdjansk dat ze kende, drijft van haar vandaan. ‘En Oekraïners hier begrijpen me ook niet altijd. Zelfs mijn vriend, die uit Lviv komt.’ Hij is lief, benadrukt ze, maar ‘hij begrijpt niet waarom ik huil als ik een TikTok-filmpje zie van een bytsjok’, een voor Berdjansk typische vis. Een van de foto’s op de muur van het café is haar favoriet. ‘Het uitzicht op de zee is net als dat van onze datsja aan de kust.’ Soms bekruipt haar de gedachte niet meer terug te keren naar Berdjansk. ‘Dan zal ik wel een huis hebben, maar geen thuis.’

Luister hieronder naar onze podcast ‘de Volkskrant Elke Dag’. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next