Van Peter Pannekoek tot Claudia de Breij: 25 cabaretiers speelden ieder een halfuur tijdens de cabaretmarathon in het Amsterdamse Carré. Juist het hoge tempo en de veelzijdigheid is ‘de kracht van zo’n marathon’.
schrijft voor de Volkskrant over theater en populaire cultuur
Halverwege de meterslange rij voor Koninklijk Theater Carré ontstaat zondagochtend kwart voor tien een kleine opstopping als niemand minder dan Jochem Myjer en Richard Groenendijk, verkleed als portier, selfies staan te maken met wachtende bezoekers. Een passende proloog voor een 12,5 uur durende cabaretmarathon die het uithoudingsvermogen van onze lachspieren flink op de proef moet gaan stellen.
Als iedereen plaats heeft genomen in het rode pluche, legt presentator Bert Visscher het concept nog even uit: we gaan vandaag kijken naar 25 acts van 25 vooraanstaande cabaretiers die ieder een halfuur spelen. Samen zijn dat 750 minuten cabaret, ter ere van 750 jaar Amsterdam.
Daar komt bij dat Carré dit jaar 125 jaar bestaat én het 12,5 jaar geleden is dat de vorige cabaretmarathon plaatsvond. Dat deze tweede editie dan óók nog eens op 25 mei 2025 plaatsvindt, kan met zoveel symboliek geen toeval zijn.
Met absolute veteranen als Brigitte Kaandorp en Tineke Schouten, publiekstrekkers als Peter Pannekoek en Henry van Loon, én relatieve nieuwkomers als Valentina Tóth en Yunus Aktas, doen handtekeningenjagers in het cabaretcircuit er deze zondag verstandig aan post te vatten bij de artiesteningang van Carré.
Om half 11 ‘s ochtends bijt cabaretier Pieter Derks het spits af. Na een minutenlang, woedend relaas over padelspelende rijke stinkerds houdt hij even in, om vervolgens droogjes op te merken: ‘Voor de mensen die nu pas binnenkomen, goedemorgen.’ Ondanks het vroege tijdstip zit de lach er meteen lekker in.
Na een kort intermezzo waarin ‘vrijwilligers’ Nico en Karel (Myjer en Groenendijk) door Visscher in het zonnetje worden gezet (lees: te kakken worden gezet), is het de beurt aan Carré-debutant Martijn Koning. Hij speelt een lekker recalcitrant halfuur uit zijn voorstelling Een aap die geen bananen eet, waarmee hij later dit jaar in première zal gaan.
Terwijl het programma in de zaal doordendert, komt tijdens lunchtijd ook de foyer tot leven. ‘Bedankt allemaal voor uw geduld’, roept een speciaal ingehuurde cateraar tegen de lange rij wachtenden voor een kopje soep en een broodje manchegokaas. De zaaldeuren staan de hele dag open, zodat bezoekers in en uit kunnen lopen voor toiletbezoeken, een maaltijd buiten de deur, of een wandelingetje door de stad. Het personeel dat om 9 uur begon, wordt om 4 uur afgewisseld door een nieuwe ploeg.
Buiten staat Wendy Smits rustig een sigaretje te roken. Hoewel de speelvolgorde van de 25 deelnemende artiesten de hele dag geheim blijft, maakt ze zich geen zorgen dat ze iemand mist: ‘Een vriendin van me zit in de zaal en zij laat het me weten als ik terug moet komen. Als Jochem Myjer nu komt, ga ik rennen.’
De verschillende artiesten kiezen soms voor oud, en soms voor nieuw werk. Zo grijpt Peter Pannekoek zijn halfuurtje aan om nieuw materiaal voor zijn aankomende oudejaarsconference te testen, en speelt Rundfunk juist bewezen materiaal uit hun voorstelling Schau, waarmee ze een Poelifinario wonnen. Liefhebber Smits heeft de shows óf al gezien óf ze heeft er al kaartjes voor, maar eventuele herhaling deert haar niet. Nog voor haar sigaretje op is, krijgt ze bericht uit de zaal: ‘Snel naar binnen, Henry van Loon komt nu!’
Na Van Loon is het de beurt aan Valentina Tóth. Vijf minuten na haar spectaculaire burlesque-meets-opera eindnummer, staat Dolf Jansen alweer met zijn politieke satire op de zaal in te beuken.
Het hoge tempo en de veelzijdigheid is ‘de kracht van zo’n marathon’, zegt gastheer Bert Visscher in zijn kleedkamer. ‘Vroeger deden we nog weleens 24 uursmarathons in Rotterdam, dus dit is een eitje.’
Terwijl Jansen in de wandelgangen zijn deels geïmproviseerde show nabespreekt, loopt Carré-debutant Lisa Ostermann langs, die zo aan de beurt is. ‘Spannend!’, zegt ze, maar Jansen stelt haar gerust: ‘Gewoon lol hebben, het is een fijne zaal.’
Ook Klaas van der Eerden, die tijdens de eerste marathon 12,5 jaar geleden voor het laatst in Carré stond, kijkt terug op een succesvol halfuurtje: ‘Ik zag ze even kijken: wie is dat nou ook alweer, maar dat hoort ook bij zo’n marathon. Iedereen zit natuurlijk te wachten op zijn of haar lievelingetje, en dan moet je ze op het begin even voor je winnen. Richting het einde gingen ze los.’
Met nog drie acts te gaan is Paul van Rijsbergen rond negen uur ‘s avonds uitgelachen. ‘Het was een lange dag, met veel hoogtepunten. Claudia de Breij en Dolf Jansen, shows waar ik normaal geen kaartje voor koop, hebben me positief verrast.’
Als laatste act van de avond komt Brigitte Kaandorp op, de ‘koningin van het Nederlandse cabaret’, aldus haarzelf. Na haar dankbaar meegezongen klassieker Zwaar leven, kondigt ze de ‘keizerin van de Nederlandse chansons’ aan: Jenny Arean.
Misschien is het de uitputting van twaalf uur cabaret (we zijn iets ingelopen), maar met Shirley Basseys cover Dit is mijn lijf zorgt Arean ervoor dat we na heel veel lachen ontroerd huiswaarts keren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant