Het is zondag verkiezingsdag in Suriname. Campagnevoeren is officieel niet meer toegestaan, maar daar hebben politieke partijen iets op gevonden: ze bieden hulp bij het stemmen.
is verslaggever voor de Volkskrant. Verslag uit Paramaribo
Ruth Treurniet (54) speurt met haar ogen de straat af. Het is zondagochtend en samen met zo’n tien andere aanhangers van de Nationale Democratische Partij (NDP) staat ze voor de poort van stembureau 118. Langzaam lopen er kiezers binnen. De grote vraag: wie van deze kiezers kan ze nog overtuigen een stem op de NDP uit te brengen?
Suriname houdt zondag de belangrijkste verkiezingen in tijden. Het land krijgt vanaf 2028 een duizelingwekkende stroom aan olie-inkomsten – naar schatting 18 tot 28 miljard dollar – en die wil elke politicus maar al te graag uitgeven.
Twee partijen gingen in de campagne nek aan nek. Een daarvan is de Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP) van president Chan Santokhi. Zijn regering heeft sinds 2020 fors bezuinigd en daarmee versterkte hij de economie, maar maakte hij zich niet geliefd onder het volk.
En daar speelde de grootste oppositiepartij behendig op in. De populistische NDP van wijlen Desi Bouterse geeft graag af op de bezuinigingen. Het land is ‘economisch kapot’, zei lijsttrekker Jenny Simons, de eerste vrouw die in Suriname serieus kans maakt op het presidentschap.
Vandaag mogen krap 400 duizend Surinamers op 673 plekken, in het hart van de hoofdstad tot het diepe binnenland, hun stem uitbrengen. Een daarvan is stembureau 118 in het klaslokaal van de M.C. Jessurun-school in Paramaribo.
Voor de poort van het stembureau staan zo’n vijfentwintig leden van politieke partijen. Ze zijn uitgedost in T-shirts in de kleuren van hun partij, oranje voor VHP’ers en paars voor NDP’ers. Officieel mag er vanaf zaterdagochtend geen campagne meer worden gevoerd, maar partijen hebben toch een reden bedacht waarom ze op oorlogssterkte op de drempels bij stembureaus moeten staan: hulp verlenen.
Ze staan ieder bij hun eigen tentjes en leggen de kiezer uit wat ze in het stemhokje moeten doen. De hulp komt soms goed van pas: niet alle Surinamers zijn even goed opgeleid, en dan kunnen de stemformulieren al snel overweldigend overkomen. De kiezer wordt geacht drie stemmen uit te brengen: voor zowel parlements- als twee regionale verkiezingen.
Maar de uitleg over het proces gaat steevast gepaard met een zetje richting de eigen partij. ‘U mag stemmen op welke kandidaat u wilt’, zegt NDP-lid Treurniet, ‘maar wij promoten lijst nummer 9 (de NDP, red.).’
Cecilia Lemmob (68) stapt om half negen ’s ochtends de auto uit. Ze draagt roze crocs, een wijdvallende zwarte jurk en heeft grijze dreadlocks. Ze loopt direct in de armen van Treurniet en hoort haar geduldig aan.
Ze staat hier met zichtbare tegenzin, eigenlijk wil ze niet stemmen. Lemmob hekelt de politici, die er ‘alleen voor hun eigen belang’ zitten en onderling kibbelen. ‘En ze moeten mensen niet voor de gek houden en hun belofte nakomen. Ik ben hier, want ik voel een burgerplicht, maar anders zou ik niet stemmen.’
Vrijdagavond hielden de grote partijen hun laatste partijbijeenkomsten en bereikte de campagne haar climax. Ze waren drukbezocht, vrijwel uitsluitend door partijaanhangers, die het beschouwden als een avondje uit. Ze werden getrakteerd op cake, bara’s, loempia’s en rijst met kip; de speeches van politici werden afgewisseld met dj’s en brassbands.
Bij de NDP was de sfeer het minst ontspannen. Er werd al vroeg op de avond gedronken, journalisten werden argwanend bejegend. De partij werd opgericht door beroepsmilitair Bouterse en van dat verleden neemt het nog geen afscheid: over het terrein liepen mannen in soldatenkledij.
Over de hoofden van hun aanhangers, via de televisiezenders en YouTube-streams, richtten de lijsttrekkers zich tot de weifelende kiezers. ‘W’o kenki a systeem’, zei NDP-leider Simons, waarmee ze een nieuwe bestuurscultuur beloofde, zonder corruptie en vriendjespolitiek. Daarmee probeerde ze de NDP te profileren als een verantwoordelijke bestuurspartij.
Drie kilometer verderop, op het terrein van de VHP, ging president Santokhi juist op de populistische tour. ‘De olie is gevonden toen Chan in de regering was’, bulderde de president. ‘Om aan jullie terug te geven! Iedereen wordt rijk!’
Zondagochtend verloopt de stembusgang gemoedelijk. Ze wordt slechts overschaduwd door de beschuldiging van NDP-leider Simons, die de regering afgelopen week in deze krant beschuldigde van grootscheepse verkiezingsfraude. Volgens waarnemers van onder meer de Organisatie van Amerikaanse Staten zijn daar geen enkele aanwijzingen voor.
Ook in stembureau 118 zitten verschillende mensen met hun neus boven op de stemprocedure. De stembus staat pontificaal in het midden van het klaslokaal, zodat iedereen haar kan zien. De leden van het stembureau zitten eromheen, net als enkele onafhankelijke waarnemers. Bij de deurpost staan een geuniformeerde ordehandhaver en een politieagent.
Bovendien worden de verkiezingen nauwlettend gevolgd door Sharmila Manbodh (40) en Randall Zandpond (36). Ze zitten voor het lokaal op een bankje en kijken naar binnen. Ze horen tot de vijf afgevaardigden van politieke partijen. Ze hebben pen en papier bij de hand en turven hoeveel stemmen er zijn uitgebracht. Aan het eind van de avond controleren ze of hun eigen administratie overeenkomt met de officiele telling. ‘Als je niet oplet kan er gesjoemeld worden, dus daarom zitten we hier.’
De verkiezingsuitslag wordt maandagochtend 6 uur Nederlandse tijd verwacht. De hoop is dat zo veel mogelijk Surinamers hun stem zullen uitbrengen. Aan Cecilia Lemmob heeft het niet gelegen. Na drie kwartier staat ze weer buiten. Ze heeft haar burgerplicht voldaan en ziet er nu een stuk opgewekter uit. Wie haar stem heeft gekregen wil Lemmob niet verklappen, ‘maar het is goed gegaan. En nu gaan we afwachten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant