Minister Caspar Veldkamp van Buitenlandse Zaken laat onderzoeken of Israël nog wel voldoet aan de voorwaarden voor samenwerking met de Europese Unie. Nederland zelf handelt volop met Israël, ook op defensiegebied.
Ineens begint Gaza de gemoederen van de Nederlandse regering te beroeren. Er komt, op aandringen van minister Caspar Veldkamp van Buitenlandse Zaken, een onderzoek naar de vraag of Israël met zijn mensenrechtenschendingen het associatieverdrag met de Europese Unie schendt. Dat kan op termijn economische consequenties voor Israël hebben.
Volgens de minister ‘een heel duidelijk signaal dat het ons echt menens is’.
Maar ja, onderzoek. Dat lijkt nog niet op de harde sancties die Rusland en andere landen treffen die het niet zo nauw nemen met het internationaal recht. Daarvoor is unanimiteit onder de EU-landen vereist, maar die is ver te zoeken.
Nederland kan ook zelf maatregelen nemen. Met name op militair vlak kan het kabinet besluiten de onderlinge handel in te perken of te staken. Deze optie hangt al lang in de lucht – met name Denk hamert in de Tweede Kamer voortdurend op een wapenembargo – en krijgt steeds meer steun. Afgelopen weekeinde bepleitte ook Frans Timmermans van GroenLinks-PvdA, dat altijd tegen de moties van Denk heeft gestemd, om te stoppen met het kopen en verkopen van wapens aan Israël.
Hoeveel levert Nederland aan Israël, en Israël aan Nederland? En is er na 7 oktober 2023 iets veranderd?
De achterliggende vraag is daarbij óf en zo ja, hoeveel Nederland bijdraagt aan Israëls genocidale vernietiging van Gaza. Naar Israël geëxporteerde militaire goederen kunnen daarbij direct een rol spelen. Maar ook de import van militaire goederen uit Israël verrijkt het militair-industriële complex aldaar met inkomsten die kunnen worden aangewend voor de ontwikkeling van nieuwe wapens.
In beide gevallen kan Nederland wat doen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken kan stoppen met het verlenen van exportvergunningen voor wapens en zogeheten dual-use-goederen zoals computerchips, die zowel militair als vreedzaam kunnen worden gebruikt. Het ministerie van Defensie kan stoppen met het kopen van Israëlisch materieel.
Wat betreft de export was de laatste jaren vooral veel te doen over de F-35, het Amerikaanse jachtvliegtuig waarvoor Nederland vanuit Woensdrecht reserveonderdelen levert aan Israël. Het gerechtshof in Den Haag oordeelde in 2023 dat Nederland daar niet mee mag doorgaan. De regering ging in cassatie, maar het lijkt erop dat ook de Hoge Raad de levering zal verbieden; Paul Vlas, de advocaat-generaal naar wie vaak wordt geluisterd, adviseerde dat in elk geval.
‘Het hof heeft kunnen oordelen dat er een duidelijk risico bestaat dat met de F-35-gevechtsvliegtuigen van Israël ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht worden gepleegd in de Gazastrook’, aldus Vlas. ‘Op grond van verschillende internationale regelingen waarbij Nederland partij is, moet de uitvoer van goederen worden verboden als er zo’n duidelijk risico is.’
Je zou kunnen denken dat de rechterlijke uitspraak dan ook voor de export van andere militaire goederen geldt, maar dat ziet het kabinet anders. ‘Nee, die uitspraak is niet een-op-een door te trekken naar andere vergunningaanvragen’, zei toenmalig minister voor Buitenlandse Handel Geoffrey van Leeuwen vorig jaar. ‘Wij gaan elke vergunningaanvraag gewoon toetsen.’
Voor die toets gebruikt de afdeling wapenexportcontrole van het ministerie van Buitenlandse Zaken acht weigeringscriteria, die zijn vastgelegd in wat het Gemeenschappelijk standpunt EU heet. Mogelijke mensenrechtenschendingen, destabilisering van de regio en schending van het oorlogsrecht zijn drie van die criteria.
Jarenlang werden de criteria streng gehanteerd. De Nederlandse wapenuitvoer naar Israël bedroeg minder dan 1 miljoen euro per jaar, en was in sommige jaren nihil. Veel vergunningaanvragen werden geweigerd, blijkt uit een overzicht van het ministerie. Onderdelen voor tanks en helikopters, pistolen en zelfs potten camouflageverf mochten niet naar Israël worden geëxporteerd.
Hoewel de situatie in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever in 2021 escaleerde en premier Mark Rutte het beleid in 2021 nog steeds ‘restrictief’ noemde, steeg de export vervolgens sterk, naar ruim 20 miljoen euro in 2022 en 12 miljoen euro in 2023. Ook de uitvoer van dual-use-goederen steeg in die jaren sterk, naar bijna 60 miljoen euro.
Dat zijn geen grote bedragen – in totaal exporteerde Nederland dat laatste jaar 4 miljard aan wapens – maar het materieel was kennelijk nodig.
Nederland verkocht in die jaren onder meer technologie voor antitankraketten, geleide projectielen, raketmotoren en allerlei radarsystemen aan Israël. De dual-use-goederen waren vooral onderdelen van chipmachines van onder meer ASML. Ook werden via de haven van Rotterdam honderdduizenden patronen uit de Verenigde Staten naar Israël verscheept. Deze ‘doorvoer’ is eveneens vergunningsplichtig.
Opvallend is dat warmtebeeldcamera’s, waarmee ook in het donker doelen kunnen worden gezocht, in de strenge jaren nog werden geweigerd. In 2023 kregen die wel vergunningen – ook nadat Israël was begonnen met de aanval op Gaza, na de aanslag van Hamas op 7 oktober.
Daarna daalde de Nederlandse wapenexport naar Israël scherp, en steeg het aantal geweigerde vergunningen, blijkt uit een overzicht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het Israëlische leger, dat als eindgebruiker staat aangemerkt, moest het in 2024 zonder helmen, munitie, kogelwerende platen, thermische kijkers en onderdelen van helikopters uit Nederland doen (deze week bleek uit onderzoek van de stichting Somo dat een Brabants familiebedrijf bekabeling voor Israëlische vliegtuigen vanuit India levert). Vier van de acht criteria om de vergunningen te weigeren bleken van kracht, waaronder het risico op mensenrechtenschendingen.
Ook besloot het kabinet in april de ‘algemene vergunningen’ voor export naar Israël in te trekken. Eenmaal afgegeven blijven die jaren geldig, zonder dat de situatie in het land opnieuw hoeft te worden getoetst. Dat was een van de kritiekpunten van de rechter in het F-35-arrest.
Toch bleef Nederland ook na 7 oktober 2023 militaire exportvergunningen verlenen. Zo gingen er nog ‘delen voor radarsystemen voor luchtafweer’ naar Israël, bestemd voor de Iron Dome, de Israëlische barrière tegen raketten. Toenmalig minister Van Leeuwen benadrukte vorig jaar dat die verdedigend bedoeld waren.
Maakt Nederland dan nu een onderscheid tussen defensieve en offensieve technologie? ‘Het ministerie toetst elke vergunningsaanvraag individueel’, schrijft een woordvoerder in een reactie. ‘Per aanvraag wordt gekeken naar de aard van de goederen, het eindgebruik en (de situatie in) het land van eindbestemming. De toetsing of er risico’s bestaan op ongewenst eindgebruik is dus verbonden aan deze factoren.’
Dus ‘ongewenst eindgebruik’ moet worden vermeden. Maar er werden na 7 oktober 2023 ook vergunningen verleend voor de uitvoer naar Israël van ‘delen, gereedschap en technologie voor F-16-vliegtuigen’, en ‘onderdelen voor marineschepen’ (het betrof schokdempers voor containers).
Die twee zijn saillant.
Toen verschillende Nederlandse ngo’s en drie Palestijnse organisaties een rechtszaak aanspanden om de export van álle militaire goederen naar Israël te verbieden, kregen zij in december ongelijk. De rechter maakte expliciet onderscheid tussen de levering van ‘militaire goederen die kunnen worden gebruikt voor aanvallen op de Palestijnse bevolking en goederen die uitsluitend ter verdediging van Israëls eigen grondgebied kunnen worden gebruikt’, en vond dat de Nederlandse overheid dat onderscheid ook maakte in de vergunningverlening.
Over de F-16-onderdelen wist de rechter echter nog niets, want op het moment van de uitspraak waren die nog niet in het overzicht van Buitenlandse Zaken opgenomen. Dat gebeurde vlak na de zitting.
Of de schokdempers voor de marineschepen, die kunnen helpen bij de blokkade en beschietingen van Gaza, bijdragen aan het schenden van mensenrechten, ‘kan worden betwist’, erkende de rechter. Maar omdat die vergunning al verlopen was en de Staat beweerde dat er niet meer van dergelijke vergunningen zouden worden verleend, onthield de rechter zich van een oordeel.
In januari werden er tóch weer drie vergunningen verleend voor ‘onderdelen voor marineschepen’ en ‘onderdelen voor korvetten’. ‘Schokkend’, vindt Lydia de Leeuw van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Somo), een van de organisaties die de rechtszaak hebben aangespannen. ‘Dit roept bij mij de vraag op of de Staat de rechter heeft voorgelogen.’
Het ministerie van Buitenlandse Zaken liet vrijdagavond in een reactie weten dat dat niet zo is. ‘De in januari 2025 verleende vergunning zag op andere goederen dan de vergunning voor schokdempers voor marineschepen en is zoals gebruikelijk zorgvuldig getoetst aan de Europese kaders voor wapenexportcontrole.’
Wat die in januari vergunde onderdelen zijn is niet bekendgemaakt. Wel is duidelijk dat ze een veel lagere waarde hebben dan de schokdempers: slechts een paar duizend euro in plaats van 2 miljoen. Maar het blijven onderdelen van marineschepen.
Er komt hoe dan ook een hoger beroep.
Ook met de import van wapens steunt Nederland Israël. Die import is beduidend groter dan de export: in totaal gaat het om honderden miljoenen euro’s per jaar. Israel Aerospace Industries (IAI), Rafael Advanced Defense Systems (een overheidsbedrijf) en Elbit Systems, dat ook een vestiging heeft in Woensdrecht, zijn de belangrijkste wapenfabrikanten die spullen aan het Nederlandse leger verkopen.
Daarbij gaat het om slimme kogelwerende vesten met ingebouwde radio’s, raketartillerie, elektronische bescherming van helikopters en vliegtuigen, helmdisplays voor helikopterpiloten, simulatiesoftware voor houwitserbeschietingen en een antidronesysteem, De recentste bestellingen stammen uit september vorig jaar, toen het Nederlandse ministerie van Defensie nieuwe Spike-antitankraketten bestelde in Israël en, voor twee nieuwe marineschepen van Damen, Barak-luchtdoelraketten en Harop-kamikazedrones.
Moet dat nou, vroeg Stephan van Baarle van Denk in december in een debat met defensieminister Ruben Brekelmans.
Het mág, was de helft van zijn antwoord. ‘Er zijn geen Europese sancties ingesteld, ook niet met de gedachte dat het mogelijk is om via dat type sancties de regering-Netanyahu te beïnvloeden. Dus geldt daarvoor dat wij op dat moment, gewoon omdat er geen sancties zijn, zaken van die bedrijven kunnen importeren.’
En het móét, was de andere helft. Want ‘Israëlische bedrijven zijn de enige die de spullen kunnen leveren, of op korte termijn kunnen leveren’, zei Brekelmans. Het gaat erom ‘onze militairen veilig op pad te sturen’ en ‘om onze zelfverdediging’.
Er is een reden dat Israëlische defensiebedrijven aan Brekelmans’ eisen kunnen voldoen. Hun productielijnen draaien al, hun producten zijn al getest en goed bevonden. Trots prijzen ze hun spullen aan op de wapenbeurzen van de wereld. ‘Battle-tested’, schrijft fabrikant Elbit bijvoorbeeld over zijn ‘oplossingen’. ‘Combat-proven’, noemt IAI de door Nederland bestelde Harop-kamikazedrones, geschikt voor ‘aanvallen op hoogwaardige doelen’.
Het moge duidelijk zijn waar de technologie zich bewezen heeft. Gaza is een proeftuin waarvan Nederland zo ook meeprofiteert.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant