Home

Is de taal van Geert Wilders kwetsend en lomp? Of hanteert hij gewoon ‘retorische principes’?

Taalkundige Robbert Wigt laat in Kopvoddentaal zien hoe Geert Wilders zijn opponenten het nakijken geeft. Zijn devies voor wie de PVV-leider wil bestrijden: hamer op de feiten, niet op de moraal.

schrijft voor de Volkskrant over politiek Den Haag, waar hij tot 2022 verslaggever was.

Wie Geert Wilders ziet als een pestkop die de regels van parlementair fatsoen richting riool verschuift met boutades en flauwe grappen, moet Kopvoddentaal eens lezen. Daaruit stijgt een heel ander beeld op van de leider van de grootste regeringsfractie. Dat van een eloquent debater, die met een gedoseerd gebruik van retorische middelen zijn opponenten het nakijken geeft.

Taalkundige Robbert Wigt laat zien dat Wilders gebruikmaakt van contrasten, raadsels en drieslagen, de balans bewaakt tussen redelijkheid en effectiviteit, ongeldige argumenten overtuigingskracht geeft, het bandwagon-effect gebruikt, het ad populum, de medialogica en de intensiveerder, een eigen taal schept, de kiezer paait met verwijzingen naar nostalgisch Nederland en zijn opponenten met humor ontwapent.

Dat Wilders ook niet vies is van op de man spelen (denk aan de manier waarop hij het huwelijksleven van Alexander Pechtold bij een debat betrok), het zogeheten ad hominem-argument, wordt overigens door Wigt niet benoemd.

Met voorbeelden laat de auteur zien hoe Wilders het aanpakt. Een raadsel gaat bijvoorbeeld zo: ‘En weet u wie dat betaalt, meneer Bos? Ik zal het u zeggen. Dat is die hardwerkende Nederlander. Henk en Anja betalen voor Ahmed en Fatima!’ Daar duikt met ‘Henk en Anja’ ook de eigen taal op, dicht bij de achterban – Anja wordt later Ingrid, maar nooit Sanne of Louise.

De bedrijfspoedel van Rutte I

De humor dan: ‘De heer Cohen is eigenlijk een beetje... ja hoe zal ik het zeggen... de bedrijfspoedel van Rutte I. En de heer Rutte loopt met u aan het lijntje over straat.’ Ook dat is typisch Wilders, volgens Wigt: zoek de zwakke plekken van een toch al verzwakte tegenstander.

Een veelgebruikt wapen is het ad populum. Dat gaat zo: ‘Er komt een gigantische catastrofe op ons af. Heel Nederland voelt het. Heel Nederland ziet het. Heel Nederland schreeuwt om actie.’ Een drogredenering en daarmee een ongeldig argument, vindt Wigt. Want Wilders heeft ‘heel Nederland’ niet gesproken, slechts een minderheid van het electoraat stemt op de PVV. Hij claimt dus andermans kiezers.

Wigt laat inhoudelijke oordelen achterwege en houdt het in zijn retorische analyse luchtig. Hij sluit af met suggesties voor hoe Wilders te bestrijden: blijf kalm, benadruk niet de morele kant, ga niet mee in het door hem opgetrokken frame, maar blijf doorvragen naar de feiten.

Sybrand Buma kon het

Mark Rutte was daar volgens Wigt het best in, ook Sybrand Buma kon het. Toen Wilders een koranverbod voorstelde, vroeg de CDA-leider hoe hij dat voor zich zag: ‘Hoe ziet dat eruit als u bij honderdduizenden mensen in huis die koran moet wegnemen en honderden moskeeën — ik weet niet of dat vreedzaam zal gaan — zult moeten sluiten? Vertel me dat!’

Het woord kopvoddentaks, waaraan het boek zijn titel ontleent, zou zijn bedacht door PVV’er Martin Bosma, die Wilders vaker van taalvondsten voorzag. Het auteurschap van Wilders’ debatbijdragen blijft bij Wigt buiten beschouwing. Zo ook de vraag die nog altijd speelt: of Bosma als voorzitter van de Tweede Kamer nog steeds hofleverancier van Wilders’ taalvondsten is.

Robbert Wigt: Kopvoddentaal. Brooklyn; 128 pagina’s; € 17,50.

Source: Volkskrant

Previous

Next