Home

Ferrari's vuurdoop en de eerste massacrash: de Formule 1 maakt kennis met Monaco

Deze week precies 75 jaar geleden stond de allereerste Grand Prix van Monaco, meetellend voor het WK Formule 1, op het programma. En dat leverde heel wat primeurs op…

Iets meer dan een week na de allereerste Grand Prix van het gloednieuwe wereldkampioenschap Formule 1 op het circuit van Silverstone, stond de tweede race uit de geschiedenis van de sport al op het programma. In die tijd waren de bomvolle kalenders die we vandaag kennen nog geen gewoonte; maar met een seizoensstart midden mei was het logisch dat de wedstrijden elkaar snel opvolgden. Het prille F1-circus streek neer in het Vorstendom Monaco. Monte Carlo was al vertrouwd met zijn Grand Prix, die al in 1929 werd verreden – 21 jaar vóór het officiële wereldkampioenschap – op initiatief van ene Antony Noghès, zoon van de voorzitter van de Automobile Club de Monaco en hoge ambtenaar in het vorstendom. Hij was ook de bedenker van de eerste lay-out van het circuit.

Het circuit was toen al bijzonder – misschien zelfs nog meer dan nu – in vergelijking met andere circuits uit die tijd. Hoewel stratencircuits niet nieuw waren, onderscheidde Monaco zich door zijn lengte (3,180 kilometer), smalle wegen en bochtig karakter. Daarmee stond het haaks op snelle, lange circuits als Silverstone, Reims of Spa. Tijdens de honderd ronden tellende race kregen de coureurs te maken met verraderlijke elementen zoals stoepranden, muren in de smalle stadsstraten, een tunnel en een gedeelte van het parcours dat pal langs de haven liep – maar daarover later meer.

Alberto Ascari (Ferrari 125).

Foto door: Motorsport Images

Wat betreft de deelnemers: zelfs bij de tweede Grand Prix uit de geschiedenis was er al groot nieuws uit de paddock te melden. Voor het eerst zouden Ferrari’s deelnemen aan een Grand Prix die meetelde voor het nieuwe kampioenschap. Hoewel het team, enkele jaren eerder opgericht door Enzo Ferrari, had kunnen deelnemen aan de openingsrace in Groot-Brittannië (ook wel Grand Prix van Europa genoemd), koos men ervoor om wegens een meningsverschil met de organisatie af te reizen naar Mons in België om daar een Formule 2-race te rijden, die het team overtuigend won. Ferrari wist dat het waarschijnlijk weinig kon beginnen tegen de sterke Alfa Romeo 158, maar hoopte op een verrassing.

Toch begon het weekend voor Ferrari met een achterstand: het team ontbrak op de eerste trainingsdag, op donderdag. Zo was het al vroeg in het weekend zeker dat Ferrari niet in de voorste regionen van de startopstelling te vinden zou zijn. Waar startgrids tegenwoordig bestaan uit rijen van twee auto's, bepaald in één kwalificatiesessie, ging dat destijds anders. In Monaco – net zoals op andere circuits – bestond de eerste startrij uit drie auto's, de tweede uit twee, en dat wisselde zich zo af. De eerste kwalificatie op donderdag was dan ook van doorslaggevend belang: de organisatie had bepaald dat die sessie de eerste twee startrijen zou vastleggen.

Juan Manuel Fangio (Alfa Romeo) pakte eenvoudig de pole-position, 2,6 seconden sneller dan Giuseppe Farina (Alfa Romeo) – de winnaar van de eerste race van het seizoen – en 3,5 seconden sneller dan José Froilán González (Maserati). De Fransman Philippe Étancelin (Talbot-Lago) en Luigi Fagioli (Alfa Romeo) bezetten de tweede startrij. Voor de rest van de startopstelling moest men wachten tot zaterdag. Toen waren de Ferrari’s er wel: Luigi Villoresi en Alberto Ascari zetten hun auto’s op de zesde en zevende plaats. Van de twintig ingeschreven coureurs was er één afwezig: de Argentijn Alfredo Pián, die zijn been brak tijdens de trainingen met zijn Maserati.

Alberto Ascari (Ferrari 125) ontwijkt het ongeluk in de Bureau de Tabac-bocht.

Foto door: Motorsport Images

Op het moment van de start was het zonnig maar fris, met vooral veel wind. Aan het einde van de eerste ronde kwam Fangio als leider uit de tunnel. Daar dook het veld voor het eerst de Tabac-bocht in… en daar ging het mis.

De wind was zo krachtig dat er een golf over de kade sloeg en het circuit nat werd. Fangio reed er zonder problemen doorheen, maar achter hem brak de chaos uit. Farina schrok, verloor de controle over zijn Alfa, gleed weg, raakte de muur rechts en kwam midden op de baan tot stilstand. Sommigen konden hem ontwijken, maar Fagioli niet. Er volgde een kettingbotsing. 

Een groot deel van het veld botste op de twee Alfa’s. Al bij de tweede race in de F1-geschiedenis vond er een enorme crash plaats – nog altijd een van de meest spectaculaire – waarbij maar liefst negen auto’s uitvielen nog vóór de eerste ronde afgerond was. González, die op Farina’s Alfa was ingereden, viel later ook uit door de schade. Ondanks het incident en de hoeveelheid brandstof die op het asfalt belandde, vielen er geen ernstige gewonden en ontstond er geen brand. 

In ronde twee bereikten Fangio en Villoresi de plaats van het ongeluk, die nog niet helemaal was vrijgemaakt. Volgens de overlevering zag Fangio – die niets wist van het ongeluk – dat toeschouwers niet naar hem, maar richting Tabac keken. Hij vertrouwde het niet en remde af. Dankzij zijn voorgevoel kon hij zich rustig tussen de gestrande auto’s door laveren. Villoresi had minder geluk: hij moest afremmen, zijn motor sloeg af en hij verloor een minuut voordat hij weer kon vertrekken, ver achter wat er nog over was van het deelnemersveld.

Na twee ronden en een enorme hoeveelheid uitvallers, waaronder vele favorieten, hoefde Fangio het tempo alleen maar vast te houden over de resterende 98 ronden. Na bijna 3 uur en 15 minuten racen boekte hij zijn eerste Formule 1-overwinning. Ascari, op een ronde achterstand, bezorgde Ferrari zijn eerste podiumplaats in het wereldkampioenschap. De derde plaats was voor de lokale held Louis Chiron, op twee ronden, in een Maserati.

De Grand Prix van Monaco keerde pas in 1955 terug op de F1-kalender, om sindsdien – tot de coronapandemie van 2020 – onafgebroken deel uit te maken van het kampioenschap.

Juan Manuel Fangio, Alfa Romeo 158

Foto door: Motorsport Images

Source: Motorsport

Previous

Next