Home

Als alle records in beton zijn gegoten, is de droom voorbij

is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Dagblad Trouw is begonnen met een zoektocht naar de fysieke grenzen van de mens, onder de titel De ultieme prestatie. Esther Scholten en Bart Zuidervaart leggen daarin de bijl aan de wortel van de topsport, althans aan een van de ultieme kenmerken van de topsport, namelijk het olympische credo ‘citius, altius, fortius’, het eeuwige streven naar sneller, hoger, sterker dat atleten al sinds de uitvinding van de competitieve sport uit de slaap houdt, aanzet tot bizarre trainingsregimes, vals spel en het verorberen van afschuwelijk krachtvoedsel.

Scholten en Zuidervaart gingen op bezoek bij wiskundig statisticus John Einmahl van de Universiteit van Tilburg. Die heeft samen met zijn collega Yi He van de Universiteit van Amsterdam ongelooflijk ingewikkelde formules en ‘extremewaardentheorieën’ losgelaten op de 100 meter hardlopen, het oernummer van de moeder aller sporten.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Daaruit blijkt met grote waarschijnlijkheid dat Usain Bolt, sinds 16 augustus 2009 wereldrecordhouder met 9,58 seconden, de ultieme limiet dicht heeft benaderd. Die ligt volgens de wiskundigen met 95 procent waarschijnlijkheid op 9,49. Sneller kan niet.

Bij de vrouwen staat de snelste tijd sinds 1988 met 10,49 op naam van Florence Joyner-Griffith. Sneller dan 10,20 is onmogelijk, zegt de wetenschap, maar gezien het feit dat het record al 37 jaar staat, is zelfs dat wellicht te optimistisch.

We kunnen de prestaties meten in honderdduizendsten van een seconde en zo de recordverbeteringen nog even gaande houden, maar het houdt onherroepelijk een keer op.

De berekeningen van Einmahl kun je ook loslaten op andere objectief meetbare sporten, zoals hoogspringen, kogelslingeren, zwemmen en langebaanschaatsen, en ongetwijfeld zal de conclusie dezelfde zijn: we naderen de grenzen.

Dit betekent dat de records straks in beton zullen zijn gehouwen en dat de recordverbetering als doel uit de sport zal verdwijnen. Voortaan gaat het er alleen nog om wie de wedstrijd wint. Dat is op zich ook vermakelijk, maar toch zal de sport met het bereiken van de grenzen iets wezenlijks verliezen: behalve de beste van het moment ook de beste aller tijden te zijn, als de eeuwige legende Bolt door het leven te gaan – tot het record wordt verbeterd.

Ik heb als sportverslaggever nog meegemaakt dat het wachten was op de eerste schaatser die op de 500 meter de magische grens van 36 seconden zou doorbreken. Toen dat eindelijk gebeurde (Hamar, 1993) had je het gevoel getuige te zijn geweest van iets historisch: dat de mensheid in de persoon van Dan Jansen weer een treetje was gestegen op de ladder van de eeuwige vooruitgang. Dat het altijd maar beter en sneller kon, was de ultieme belofte van de sport.

Er waren destijds ook al kenners die beweerden dat de grenzen in zicht kwamen, maar dat moment bleek nog lang niet aangebroken. Dankzij beter materiaal, nieuwe voedingsvormen, AI-gestuurde trainingsmethodieken en soms wat gemanipuleer met nieuwe dopingmiddelen bleek de mens tot veel meer in staat dan gedacht.

Maar de grenzen zijn er. Het wereldrecord hoogspringen bij de mannen staat al 32 jaar op 2,45 meter, de niet meer te verbeteren hoogte is dichtbij of wellicht al bereikt. Dat is moeilijk te accepteren, maar het is de logische consequentie van alle inspanningen en opofferingen die atleten zich door de decennia hebben getroost om nog een centimetertje hoger te komen.

We streven uit alle macht naar het niet te verbeteren record, maar kijken er niet naar uit. De ultieme, niet te verbeteren prestatie betekent de vervulling van de droom en tegelijkertijd het einde ervan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next