Na jaren van crisis lijkt de economie van Nigeria zich langzaam te herstellen. Maar veel burgers gaan nog altijd gebukt onder de zwaarste economische crisis in decennia. Zoals in de noordelijke stad Kano: ‘Melk? Dat is zo duur, mensen denken er niet eens meer aan.’
Door Saskia Houttuin
Fotografie Sven Torfinn
Fotografie & video Sven Torfinn
Voor een vrouw die amper een week geleden is bevallen loopt Umma Khair Shehu met opvallend vaste tred. Ze is hier dan ook met een missie, vertelt ze voor de poort van Freedom Radio, een radiostation in een zanderige buitenwijk van de Nigeriaanse stad Kano. In haar hand houdt ze een kreukelig papiertje geklemd: een doktersvoorschrift voor medicatie, voor omgerekend minder dan 10 euro. Ze kan het niet betalen.
Samen met twee andere vrouwen zit Aisha Abubakar Usman (rechts) op een bank bij Freedom Radio in Kano. Zij hoopt dat de zender een oproep onder luisteraars wil doen om haar te helpen.
‘Vroeger kon ik nog op mijn man rekenen’, zegt Shehu. Haar vrije hand rust op een bolling op haar rug: onder haar blauwe hijab slaapt haar prematuur geboren dochter. ‘Nu hij zijn baan kwijt is, kan dat niet meer.’ Het handeltje dat ze ooit had in zoete aardappelen en cassave probeert ze nieuw leven in te blazen. ‘Maar zonder kapitaal kom ik nergens.’
Freedom Radio ontvangt maandelijks honderden mensen die zoals Shehu in financiële nood verkeren. ‘We staan er met zijn allen beroerd voor’, zegt Nasir Salisu Zango, die behalve presentator ook directeur is van het radiostation. Vanuit zijn met blauw vilt beklede studio leest hij dagelijks hun noodkreten voor: ziekenhuisrekeningen, schoolkosten, huurachterstanden – bij Inda Ranka (‘Zolang je nog leeft’) komt het allemaal voorbij, in de hoop dat onder hun miljoenenpubliek een barmhartige luisteraar te hulp schiet.
De zwaarste economische crisis in decennia drijft miljoenen Nigerianen tot wanhoop. Door staatshervormingen zijn de prijzen voor voedsel en brandstof meermaals over de kop gegaan. En de koers van de Nigeriaanse naira is sinds twee jaar ingestort en krabbelt maar niet uit het dal.
En dat terwijl Nigeria nog maar nauwelijks was bekomen van de economische schokken veroorzaakt door de coronapandemie en de Russische inval in Oekraïne, die de prijzen wereldwijd opdreven.
Daar kwamen nog twee drastische maatregelen van eigen bodem bovenop. Kort na zijn aantreden, in het voorjaar van 2023, begon Bola Tinubu zijn presidentschap met hervormingen die zijn voorgangers als hete aardappels voor zich uit hadden geschoven. Zo ging er een streep door de subsidie op brandstof: een maatregel die al sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw zwaar op de Nigeriaanse staatskas drukte, maar die voor de grotendeels zeer arme bevolking in het land juist van levensbelang was.
En in een poging buitenlandse investeerders aan te trekken, kwam er een einde aan de kluwen van wisselkoersen die per sector konden verschillen. Ook werd de naira, die eerder nog door de centrale bank was gekoppeld aan de Amerikaanse dollar en daarmee kunstmatig hoog werd gehouden, overgeleverd aan de markt. De munt stortte als een kaartenhuis in elkaar, het leven werd plotsklaps nóg duurder.
Nog even volhouden, verzekerde president Tinubu eind februari bij het ondertekenen van de nieuwste staatsbegroting. ‘We zien het licht aan het einde van de tunnel.’ De Wereldbank lijkt dat optimisme te delen. Volgens hun meest recente halfjaarlijkse rapportage groeit de economie harder dan het in lange tijd heeft gedaan, maar is deze ‘nog niet sterk genoeg om de levensstandaard van de Nigerianen substantieel te verbeteren’. Hoewel de Wereldbank ‘voorzichtig positief is, zijn de risico’s bijzonder hoog’.
Nog niet zo lang geleden was Nigeria de grootste economie van Afrika en de economische motor van het continent. Maar het land verkeert in crisis: voedsel en brandstof zijn vertwee- of drievoudigd, en de waarde van de nationale munt naira is gekelderd. Ondertussen wordt Nigeria geteisterd door een ontvoeringsgolf waarvan vooral kinderen het slachtoffer worden. Luister naar de Volkskrant Elke Dag met Afrika-correspondent Saskia Houttuin. Presentatie: Sheila Sitalsing.
Onder Nigerianen is het geduld allang op. De afgelopen jaren werd het West-Afrikaanse land meermaals platgelegd door stakingen, waardoor het vliegtuigverkeer werd lamgelegd en elektriciteitscentrales stilgelegd. De zomer van 2024 stond in het teken van massale protesten, die door de autoriteiten met harde hand werden neergeslagen. Kerst vorig jaar was een dieptepunt: bij drie distributiepunten van voedsel werden in de chaos tientallen mensen vertrapt.
Het bureau van directeur Nasir Salisu Zango van Freedom Radio ligt vol hulpverzoeken.
Aisha Abubakar Usman hoopt dat via Freedom Radio iemand te vinden die haar schoolgeld kan betalen.
Waar het land een decennium geleden nog de lucht in schoot als de grootste economie op het Afrikaanse continent, zakte het twee jaar geleden naar plek vier. ‘Veel mensen zijn het vertrouwen in hun land kwijt’, zegt presentator Zango. Zijn kantoor, dat grenst aan een rumoerig redactielokaal, is daar de perfecte illustratie van. Kasten en laden puilen uit met stapels verzoeken van wanhopige luisteraars. ‘Zie je hoe slecht ons land ervoor staat?’
Aan Zango’s raam verschijnt een jonge vrouw met een overvolle plastic tas. Tussen de schoolboeken en paperassen vist Aisha Abubakar Usman (21) een formulier tevoorschijn. Inschrijfkosten voor het nieuwe studiejaar, vertelt ze, omgerekend zo’n 30 euro. ‘Mijn vader kan het zich niet meer veroorloven. Ik ben bang dat ze me van school sturen.’ Het radiostation noemt ze ‘haar laatste hoop’.
Bladerend door haar papieren knikt Zango begripvol, al kan hij de studente onmogelijk beloven dat het goedkomt. ‘Donateurs zijn er nauwelijks meer’, zegt hij. ‘Mensen die eerder nog anderen te hulp schoten, zijn soms zelf om hulp gaan vragen.’ Zijn populaire radioprogramma is steeds meer op een loterij gaan lijken.
De Wereldbank raamt dat sinds 2018 het aantal Nigerianen dat onder de armoedegrens leeft is gestegen van 40 naar 56 procent, wat neerkomt op 129 miljoen Nigerianen die in armoede leven. Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties waarschuwt bovendien dat eind dit jaar meer dan 33 miljoen Nigerianen geen toegang hebben tot voldoende voedsel – vooral in het noordoosten van het land, waar de economie de laatste jaren ook zwaar te lijden heeft door terreur en overstromingen als gevolg van klimaatverandering.
De Singer Market is de grootste markt van Kano waar veel basisproducten als pasta en bloem worden verkocht.
‘Voor de gemiddelde Nigeriaan is zelfs rijst nauwelijks meer te betalen’, zegt Junaidu Zakari Mohammed, een man van imposant formaat die behalve een succesvol koopman ook voorzitter is van Singer Market, de grootste markt van Kano. Vanuit het hele noorden trekken handelaren hiernaartoe om grootverpakkingen basisvoedsel in te slaan – de zakken pasta, bloem en suiker staan overal metershoog opgestapeld.
Junaidu Zakari Mohammed, marktkoopman en voorzitter van de Singer Market.
Alhaji Hamisu Rabiu Jingau leidt een groothandel in basisproducten als bloem op de Singer Market.
Plantaardige olie is een luxeproduct geworden, vertellen handelaren op de markt. Mensen wassen zich met waspoeder in plaats van zeep, want dat is goedkoper. Melk? Dat is volgens Mohammed uit het straatbeeld verdwenen. ‘Want dat is in prijs verviervoudigd’, zegt hij. ‘Mensen dénken er niet eens meer aan.’ Hij lacht verontschuldigend, zelf kan hij zich de peperdure blikken melk nog wel veroorloven.
Van oudsher is Kano een bekend handelscentrum, een tussenstop voor eeuwenoude karavaanroutes die de Nigeriaanse zuidkust verbond met de Saharawoestijn en het noorden van Afrika. Hier ontpopte zich in de late Middeleeuwen een levendige textielindustrie; de diepblauwe indigo doeken werden geruild voor onder meer zout, wapens en ivoor.
Lakeien, hovelingen en muzikanten in de binnenplaats van het plaats van de emir in Kano.
Kano’s liefde voor mooie stoffen is nergens zo zichtbaar als in het paleis van de emir, waar de gloriedagen van vroeger nog altijd een beetje lijken voort te leven. In de binnentuinen is het een komen en gaan van lakeien, hovelingen en muzikanten. Onder hun bontgekleurde tulbanden dragen ze geborduurde gewaden, de een is nog uitbundiger uitgedost dan de ander.
Maar vlak buiten de paleismuren lijkt de wereld al een stuk grauwer. Van de ooit zo belangrijke textielsector is na decennia van verwaarlozing weinig meer over. Datzelfde geldt ook voor een andere industrie. In het stadsmuseum, waar een verbouwing al een tijdje stil ligt, is een smoezelige vitrine gewijd aan een andere trots uit een recenter verleden: aardnoten.
Een foto in het museum in Kano van de piramides die werden gemaakt van zakken pinda's.
Halverwege de vorige eeuw waren pinda’s een van de belangrijkste pijlers van de Nigeriaanse economie. De piramides, die traditioneel werden opgebouwd uit stapels juten zakken pinda’s aan de rand van Kano, werden het ultieme symbool van boerensucces; ze prijkten op postzegels en sierden ansichtkaarten. Nu zijn ze gereduceerd tot museumstuk.
‘Mijn vader heeft de gouden jaren nog meegemaakt’, zegt Kabiru Mudi, de zoon van een vooraanstaand pindaboer. Als kleine jongen speelde hij verstoppertje tussen de piramides, hij herinnert zich hoe handelaren de zakken kochten in ruil voor Britse ponden en katoenzaden. Een halve eeuw later verbouwt ook hij pinda’s op zijn erf. Hij wijst naar een minuscuul lapje grond, tussen de tomaten en paprika’s vallen de planten nauwelijks op. ‘Voor de dorpsmarkt’, zegt hij.
Jaren van droogte en een vernietigend pindavirus deed de piramides halverwege de jaren zeventig letterlijk instorten. De oil boom was, ook voor de textielsector, de genadeklap. Voor de Nigeriaanse kust werd in de jaren vijftig – toen Nigeria nog een Britse kolonie was – de eerste olie opgepompt, na de onafhankelijkheid in 1960 vloeiden de dollars rijkelijk binnen. Landbouw was niet langer een prioriteit.
Kabiru Mudi, de zoon van een succesvol pindaboer.
‘Er was easy oil voorhanden’, verklaart Amaka Anku, hoofd Afrika van de Eurasia Group in Washington D.C. ‘Daarmee vielen alle prikkels weg om bijvoorbeeld te investeren in landbouw.’ Terwijl boerenbedrijven achterbleven, groeide Nigeria uit tot de grootste olieproducent van Afrika. Toch liet het – mede onder druk van oliereuzen zoals Shell en BP – iets belangrijks liggen: het bouwen van een goed functionerende raffinaderij, waardoor het land massaal bleef pompen, de olie aan het buitenland verkocht, en vervolgens brandstof moest importeren.
‘Tot 2014 kwam de overheid daarmee weg’, zegt Anku. Maar toen in dat jaar de olieprijs inzakte en ook de Nigeriaanse oliewinning ging haperen, ontstonden de eerste grote scheuren in de belofte van het zwarte goud. ‘Maar het is niet alleen het oliebeleid dat de economie de nek om heeft gedraaid’, benadrukt ze. ‘We hebben ook decennia achter de rug van militaire dictaturen, van belastingen die nooit zijn geïnd, van corruptie.’
In 2023 opende Aliko Dangote, Afrika’s rijkste zakenman, de eerste grote raffinaderij in het land. Dit voorjaar wordt verwacht dat het de volle capaciteit van 650 duizend vaten per dag kan verwerken. Samen met het schrappen van de brandstofsubsidie – ‘een pleister die er toch echt in één keer af moest’ – verwacht Anku dat de weg open ligt naar meer economische voorspoed. ‘Nigeria is en blijft een groei-economie.’
Niet iedereen is zo optimistisch. In de villawijken van Kano verzamelen zich elke ochtend honderden vrouwen en kinderen onder de met bougainvillea bedekte muren, ieder dragen ze een eigen kommetje of thermosfles. Vanuit hun compounds hebben sommige rijke bewoners hier een gaarkeuken ingericht – een traditie die al decennialang bestaat, al is het volgens de buurt nog nooit zo druk geweest als nu.
Abakar Mahmud, een bewaker die al ruim 25 jaar in een van de sjiekste villawijken van de stad werkt, ziet hoe de straten in zijn buurt steeds voller worden met mensen die om eten vragen.
In Nigeria bestaat een traditie waarbij welgestelden voedsel delen met gezinnen die daaraan behoefte hebben.
‘Komt allemaal door de crisis’, zegt bewaker Abakar Mahmud, die zich dagelijks blijft verbazen over de hoeveelheid mensen die hier elke ochtend op de stoep staat. ‘Het worden er steeds meer’, zegt hij hoofdschuddend. ‘En ze zien er steeds slechter uit.’ Voor een ontbijtje zijn sommige families uren onderweg, iedere dag weer. Zoals Hadiza Usman, een moeder die sinds het uitbreken van de crisis haar jonge kinderen van school heeft moeten halen.
‘Van de overheid hoeven we niets te verwachten’, zegt ze. ‘Die weet niet eens dat we bestaan.’ Terwijl een van haar zoontjes een bakje pap leegslurpt, spatten de tranen op haar vaal geworden hijab. Van de beetjes geld die ze heeft, koopt ze eten – zeep en luiers gebruiken ze al lang niet meer. De kleinste kinderen plassen midden op straat. ‘Moet je ons nu eens zien’, zegt ze. ‘Plots zijn we allemaal bedelaars.’
Saskia Houttuin is correspondent Sub-Sahara Afrika voor de Volkskrant. Zij woont in Dakar, Senegal.
Sven Torfinn is al 20 jaar actief voor de Volkskrant als fotograaf in Afrika, waar hij woont in Nairobi, Kenia. Hij werkt tevens als cameraman voor de NOS en het VPRO-programma Frontlinie.
Een nieuwe politiemacht in de Nigeriaanse stad Kano moet scholen beschermen tegen kidnappings. Zeker 18 miljoen kinderen gaan niet meer naar school.
De invloed die het Kremlin uitoefent op het Afrikaanse continent gaat verder dan het trainen van militairen en het leveren van materieel. In Burkina Faso, een land in oorlog, verovert Rusland met zijn anti-westerse propaganda de harten van inwoners.
Honderdveertig jaar nadat de eerste grenzen in Afrika werden getrokken, sluimeren er nog altijd meer dan honderd grensconflicten op het continent. Wafula Okumu van the Borders Institute adviseert landen met grensproblemen: ‘Afrikaanse landen hebben nu zelf de macht om hun grenzen te veranderen.’
Source: Volkskrant