Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.
Dit jaar: extreme droogte. Vorig jaar: extreme wateroverlast. Het jaar daarvoor: extreme droogte, zelfs de vistrappen moesten dicht. Zo hinkstapspringen we achter het water aan, dat het noorden verloren lijkt te hebben.
Misschien zijn we het zelf verloren.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen beek heeft een mooiere naam dan de Snelle Loop, die langs het land van Rina Renders kronkelt. De gang zit er goed in, het water kleurt bruin van de wervelingen, dat komt ergens vandaan en gaat ergens naartoe, ondanks de droogte. Een jaar geleden was ik hier ook, Brabant zuchtte onder wateroverlast, het leek uit de bodem te borrelen. Kelders beschimmeld, boeren boos, hun velden verdronken. Nu moeten megasproeiers het opschietende gewas redden, dat monomaan op de eindeloze akkervlakte staat.
Extreme droogte, maar op het land van Rina Renders-Moors, bij Aarle-Rixtel, is het gras lang en spreiden de bomen koel hun armen. Als boeren begrepen ze dertig jaar geleden dat het zo niet langer kon; haar te vroeg overleden echtgenoot Wim Renders wilde leven met de natuur in plaats van ertegenin. Ze deden de koeien weg, plantten bomen en begonnen kampeerterrein De Biezen. ‘Wim groeide op met de Snelle Loop, die in de jaren zestig werd rechtgetrokken. Hij wilde weer stekelbaarsjes zien.’
Ze leidden de beek om door hun land, de afgelopen jaren maakte het waterschap nog eens 3,5 kilometer tot een ‘ecologische verbindingszone’. Nu meandert de Snelle Loop vrolijk verder en maakt ze het land beter bestand (‘robuust’) tegen klimatologische extremen – keidroog of keinat. Modern waterbeheer, een nieuw soort Hollands glorie.
Het waterschap heeft grond gekocht van een varkensboer hiernaast, zegt Rina, tegen extreme wateroverlast. Hoe dat zit is moeilijk te achterhalen: de projectleider van Aa en Maas verwijst netjes naar de afdeling communicatie die bemenst is met acht communicatieadviseurs, maar niet reageert op mijn vragen.
Evengoed is het gezellig en inzichtelijk de huidige droogte te bespreken met Rina, aan haar beschaduwde buitentafel, nadat ze citroenmelisse heeft geplukt voor de thee. Keidroog of keinat: ze leeft ermee. Ze wijst de bomen aan die kapotgingen door de watervloed van vorig jaar; pas met Pasen kon ze gasten ontvangen op het achterste veld. De column die ik erover schreef, kon ze gebruiken als bewijs: de Belastingdienst wilde weten waarom ze zo weinig toeristenbelasting had afgedragen.
Extreme droogte is moeilijker te zien dan extreme wateroverlast, en dit beekdal ligt laag, dat scheelt. Maar de grond begint al te craqueleren. Rina begint over de grote droogte van 1976: ‘Wij waren de enigen die de koeien nog buiten konden doen.’ Want zij hadden bomen, de rest was weggekapt wegens de agrarische industrialisatie. Eiken van vier eeuwen oud. ‘Die ruilverklaveling was verplicht hè, boeren hadden het te accepteren. Ze verklaarden ons voor gek dat wij bomen plantten, want daaronder groeit geen gras.’
In de bioscoop zag ze de nieuwe film van David Attenborough, ‘Ocean’, en schrok ervan: voor de mens is de wereld een gebruiksvoorwerp. ‘Het is onze eigen schuld.’ Grote en kleine schaal: keiboos waren de Brabantse boeren op de autoriteiten vorig jaar, het water liep niet goed weg door de meanderende watergangen. Ze spanden rechtszaken aan en kregen tonnen compensatie. Ze willen dat de gemeente sloten graaft. En nu is het droog en moeten ze weer sproeien.
Hier lopen ’s avonds reeën over de camping, zegt Rina, en de das maakt gaten in het gras. ‘Die steekt z’n neus eronder op zoek naar wormen, kennelijk is de grond nog vochtig.’ De boer hierachter is al bezig met de tweede snede. ‘Ze maaien allemaal te vroeg, heel dom, dat moet je voor juni gewoon niet doen.’ Ook het waterschap maaide bermen, ‘met alle wespenorchissen’, en de gemeente maaide tussen de bomen, ‘voor de veiligheid’. Terwijl iedereen weet: ze maaien de koelte weg.
In de Snelle Loop beweegt gele lis mee met de stroom, vissen wentelen onder het oppervlak, het water gorgelt over stenen. Bomen beschaduwen een bocht, bijen hangen boven het veld met bloeiende wilde peen, fris door het hoge gras.
Rina’s advies bij een extreem droog voorjaar: ‘laten gaan, niet maaien.’ Ze zegt: ‘Wij mensen denken dat we alles weten en kunnen, maar jongen, we hebben geen idee.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant