De Tweede Kamer heeft weer voor maanden materiaal om ministers het vuur na aan de schenen te leggen.
Waarom Verantwoordingsdag niet erg populair is onder bewindslieden, bleek woensdag maar weer eens: de Algemene Rekenkamer geselde het kabinet-Schoof met vermaningen. Defensie krijgt de beveiliging van belangrijke militaire objecten niet op orde. Buitenlandse Zaken kreeg een nieuw ICT-systeem en heeft nu onvoldoende zicht op 15 miljard euro aan aangegane verplichtingen.
Justitie weet al jarenlang dat in vonnissen te vaak namen worden verwisseld, maar loste het niet op en hield het bovendien stil. Volksgezondheid werkt aan een beter financieel beheer maar heeft het nog altijd niet op een rij. Onderwijs ontvouwt het ene na het andere initiatief tegen het lerarentekort, maar kan niet vertellen in welke mate die maatregelen zoden aan de dijk zetten. Het is beleid op de tast.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Voor de goede orde: alles is relatief, er gaat ook veel goed. Van de bijna 385 miljard euro die vorig jaar door de overheid werd uitgegeven, staat van 1,3 miljard euro niet vast of dat volgens de regels is gebeurd. Internationaal vergelijkend warenonderzoek ontbreekt, maar daarmee zal Nederland toch niet zo slecht scoren. Over het algemeen doen departementen hun best. Niettemin heeft de Tweede Kamer ook nu na Verantwoordingsdag weer voor maanden materiaal om ministers het vuur na aan de schenen te leggen.
Een hardnekkig probleem ligt wel in de hoofdboodschap van de Rekenkamer aan de politiek: beloof eens wat minder, dan is het ook niet zo moeilijk om je beloften na te komen. Dat was drie jaar geleden ook al de boodschap. En een jaar later deed de Raad van State, die andere belangrijke adviseur, er een schepje bovenop: Nederlanders hebben niets aan een overheid die geen keuzes maakt en met alle winden meewaait. Ministers moeten de mensen in het land daarom veel duidelijker maken wat ze voor hen kunnen betekenen. Maar vooral: wat de overheid níét kan betekenen.
Het is jammer voor de Rekenkamer en de Raad, maar dat is te veel gevraagd van politici. Zittende bewindslieden knikken plechtig dat ze hun leven beteren, maar daarna komen er weer verkiezingen. En formaties. En dan gaan onderhandelaars bijvoorbeeld beloven dat ze de overheid minder groot gaan maken en dat er ambtenaren uit gaan vliegen, omdat dat het altijd goed doet bij de kiezers. De kabinetten-Rutte deden het, het kabinet-Schoof deed het. Maar op de volgende pagina’s van het regeerakkoord belooft zo’n kabinet ook de toeslagenaffaire versneld op te lossen, snel meer huizen te bouwen, meer agenten op straat te krijgen, nog eens goed na te denken over het stikstofprobleem, en voor je het weet ziet de ene na de andere ambtelijke taskforce het licht.
Zo groeide het afgelopen jaar het personeelsbestand van het Rijk weer met negenduizend fulltime ambtenaren. Niettemin belooft het kabinet vanaf dit jaar de omvang van het Rijk met 22 procent te verminderen, opdat de overheid ‘effectiever en efficiënter’ wordt. De oppositie kijkt nu al reikhalzend uit naar Verantwoordingsdag 2026.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant