Home

Surinaamse presidentskandidaat Jenny Simons beschuldigt regering van ‘massieve verkiezingsfraude’, vooralsnog zonder bewijs

Jenny Simons is de eerste vrouw die kans maakt op het presidentschap van Suriname. Ze is niet onomstreden. Wat wil ze met het land? En waarom wil ze zo min mogelijk worden geassocieerd met haar voorganger bij de NDP, Desi Bouterse?

is verslaggever voor de Volkskrant. Verslag vanuit Paramaribo

‘Bouterse is dood, Suriname is hier. En ik wil het niet weer hebben over datgene wat dit land al veertig jaar heeft beziggehouden. Ik wil er een streep onder zetten.’

Jenny Simons (71) wordt knap chagrijnig van alle vragen over haar voorganger. Ze is voorzitter van de Nationale Democratische Partij (NDP), de grootste oppositiepartij van Suriname. De partij is opgericht en groot gemaakt door oud-president Desi Bouterse, die vorig jaar overleed.

Maar als het aan Simons ligt, wordt er niet meer gevraagd naar Bouterse. Naar hoe de man in 2023 op de vlucht sloeg nadat hij was veroordeeld voor de Decembermoorden in 1982 waarbij vijftien van zijn critici werden geëxecuteerd. En ook niet meer over Bouterses presidentschap van 2010 tot 2020, waarna hij de staatskas berooid achterliet.

Nee, liever blikt de arts en voormalig parlementsvoorzitter vooruit. Het is zondagochtend en Simons zit in een fauteuil in haar huis in Paramaribo. Ze maakt een vermoeide en licht geïrriteerde indruk. Het is de laatste week voordat Suriname naar de stembus gaat, en de campagne is in volle gang. Simons is al het hele weekend onderweg: handen schudden, kinderen optillen, menigten toespreken.

Onvermoeibaar blijft ze op dat soort momenten inhakken op haar tegenstrever, president Chan Santokhi van de Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP). Zijn regering heeft sinds 2020 fors bezuinigd, in een poging de staatsschuld omlaag te brengen, die Bouterse heeft veroorzaakt. Dat heeft Santokhi bij delen van de bevolking hoogst impopulair gemaakt. Daar lijkt Simons al iets van te profiteren: in de peilingen zit ze haar concurrent op de hielen.

Surinamers hebben dankzij de bezuinigingen zware jaren achter de rug. Dat maakt een regering doorgaans impopulair, maar in de peilingen is de VHP nog altijd de grootste. Hoort u daar als oppositieleider niet met kop en schouders bovenuit te steken?

‘Ik geloof de peilingen niet. Sterker: ik denk dat de regering een massieve fraude voorbereidt, en nu een aantal zogenaamde peilingen publiceert om straks de zaken te kunnen onderbouwen. Wij zijn natuurlijk niet gek, wij doen ook ons onderzoek. En we zien dat wij tussen de 35 en 40 procent van de stemmen gaan krijgen, en de VHP niet eens de helft, zo’n 14 procent.

‘Er is geen regering in de wereld die een economische crisis overleeft, en dan ongeveer evenveel zetels haalt. Dan zou Suriname in het Guiness Book of Records komen. Als het economisch niet goed gaat met die bevolking, verliest de regering aanhang. Dat is gewoon een wetmatigheid, en ik heb nog nooit een uitzondering gezien. Als de VHP volgende week meer dan 14 zetels haalt, is er gefraudeerd.’

De verkiezingen in Suriname worden gemonitord door 1.000 lokale en 125 internationale waarnemers, waaronder van de Europese Unie en de Organisatie van Amerikaanse Staten. Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen voor fraude.

Uw partij heeft de reputatie niet goed om te gaan met geld. Beide keren dat de NDP regeerde, bleef de staatskas leeg achter. Suriname krijgt straks ongekend veel oliedollars binnen: hoe gaat u daar ditmaal verstandiger mee om?

‘Waarom denkt u dat wij telkens gekozen worden? Elke keer als wij het landsbestuur overnemen, staat het land stil. Het volk is verarmd. Het onderwijs en gezondheidszorg zijn kapot bezuinigd. Men zegt dat de NDP geld uitgeeft en dat is ook zo. We gaan het straks weer doen, want wij kijken niet alleen naar macro-economische stabiliteit, zoals andere partijen. Het volk staat niet in dienst van de economie; de economie moet in dienst zijn van het volk. Er is in korte tijd heel hard bezuinigd, en de bevolking is aan het eind van haar latijn.

‘Wij hebben wel geleerd van het verleden. We hebben toen te veel geld uitgegeven, en te weinig de inkomsten verhoogd. Dat is het grootste verschil met mijn voorganger (Bouterse, red.): ik vind niet dat je structureel meer geld moet uitgeven dan je binnenkrijgt.’

U zegt dat uw partij voortaan staat voor integriteit en goed bestuur. Meerdere partijprominenten, onder wie oud-president Bouterse en de ex-minister van Financiën, sloegen op de vlucht na een rechterlijk vonnis. Past het ontlopen van een gevangenisstraf bij een partij die integriteit belangrijk vindt?

‘Tegen de ex-minister van Financiën Hoefdraad is een politiek proces gevoerd, dus ik zou hem adviseren om precies daar te blijven waar hij nu zit. En ook het Decembermoordenproces tegen Bouterse was een politieke zaak. Maar ik ben er klaar mee, ik praat er niet meer over. De dingen die u noemt hebben niets te maken met onze slogan over goed bestuur.’

Over uw eigen trackrecord dan: als parlementsvoorzitter heeft u een hoogst controversiële amnestiewet door het parlement geloodst. Het was een poging om een einde te maken aan een lopende rechtszaak tegen Bouterse. Hoe ethisch was dat?

‘Dat zou ik zo weer doen. Meneer Bouterse heeft veertig jaar geleden iets gedaan, wat volgens iedereen niet goed is. Maar we hoorden hem daar als president niet voor te vervolgen. Niet om de man te beschermen, maar om het land te beschermen. Ook de president van een ander land heeft van alles uitgehaald (doelend op Donald Trump in Amerika, red.). Maar zijn land zegt: als hij president is, gaan we hem niet vervolgen.

‘Maar meneer Bouterse is dood. Laten we hem in vrede laten rusten. En laten we voor Suriname een nieuw pad kappen. We gaan verkiezingen tegemoet in een land dat economisch kapot is, en het interesseert me niet wie u daarvan de schuld wilt geven, maar het is kapot. We gaan het moeten oprapen. En ik zeg: het moet écht anders dan de huidige regering. Corruptie is in Suriname van alle tijden, maar de regering Santokhi spant de kroon. Ons land verdient beter bestuur.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next