Hoe kijkt de generatie van 2000 terug op de jaren die hen gevormd hebben en wat verwachten ze van de toekomst? Abdelkader Karbache: ‘Ik wil laten zien dat demonstreren werkt, dat je moet vechten voor je rechten.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
In wat voor gezin ben je opgegroeid?
‘In een groot gezin met zeven kinderen: een oudere halfbroer en -zus en nog vier jongere zusjes en broertjes. Ik ben het derde kind van mijn vader en het eerste van mijn moeder. Mijn ouders wonen ook hier in de Schilderswijk in Den Haag, op vijf minuten lopen, dat is fijn.’
Hoe is het om in een groot gezin op te groeien?
‘Toen ik in 2022 op mezelf ging wonen, in dit studentenhuis, had ik voor het eerst een eigen slaapkamer. Dat was wennen, ik miste mijn broertje. Thuis had ik altijd mensen om me heen.
‘We hebben een gezellig studentenhuis, koken samen, zijn vrienden. Als mijn huisgenoten in het weekend of de vakanties weg zijn, voel ik me wel alleen. Ik ga vaak naar mijn ouders, maar ik slaap altijd hier, ik ga het daar niet nog drukker maken. Mijn ouders zijn veel te lief, die gaan dan meteen nog meer voor me zorgen.
‘Mijn oudere broer en zus wonen op zichzelf, de anderen wonen nog thuis. Ik wilde niet meteen op mijn 18de het huis uit om mijn jongste zusje wat langer te zien opgroeien. Nu is ze 11, we zijn heel close.
‘Daardoor heb ik een deel van het studentenleven gemist. Bij mijn opleiding had ik eigenlijk geen vrienden. Eéntje, die ook uit de Schilderswijk komt. Ik zie mezelf niet wonen in een wijk met weinig mensen zoals ik. Dan ben ik bang dat ze in de buurtwhatsapp berichtjes over mij gaan sturen.’
Mensen zoals jij?
‘Van Marokkaanse afkomst. Zelf vergeet ik soms dat ik Marokkaan ben. En ik ben ook geen Marokkaan, ik ben hier geboren, ik ben een Nederlander van Marokkaanse afkomst. Maar andere mensen zien mij wel zo.
‘Een goede vriendin van me zei laatst nog hoe schokkend ze het vindt dat mensen mij regelmatig onbeleefd of agressief behandelen. Dat valt haar echt op. Mij minder omdat ik het blijkbaar gewend ben. Als ik het wel merk, is mijn eerste gedachte: het ligt aan mij. Gelukkig zijn de meeste mensen niet zo, dus als het gebeurt denk ik maar: die persoon heeft een slechte dag.’
Abdelkader Karbache wordt 25 op 14 augustus
Woonplaats: Den Haag
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Een 8 of 7, ik heb de dingen best goed voor elkaar.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘We zijn de eerste generatie die nooit echt anoniem heeft kunnen zijn. Alles kon vastgelegd worden en online gezet.’
Waar ben je over 7 jaar? ‘Dan werk ik in de techniek, heb een eigen huis en ben ik hopelijk klaar om kinderen te krijgen. En ik heb een sterrenhemel gezien.’
Hoe is het voor jou dat de PVV in de regering zit?
‘Het voelt een beetje als verraad. In de zin van: dit is gewoon mijn land, ik ken niks anders. Ik vind het raar dat mensen mij op een bepaalde manier behandelen omdat mijn ouders ergens anders geboren zijn, dat ik door sommige mensen niet als echte Nederlander wordt gezien.
‘Maar ik heb het makkelijker dan vriendinnen van me die een hoofddoek dragen. Zij maken mee dat mensen op straat naar ze spugen. Een vriendin durft niet dicht bij de treinrails te staan, uit angst dat iemand haar een keer duwt. Het zijn trouwens niet alleen maar rechtse mensen die me anders behandelen, ook in linkse kringen denken mensen eerder dat ik de schoonmaker ben dan een student.’
Wat voor opleiding heb je gedaan?
‘Een bachelor werktuigbouwkunde aan de TU Delft, en een master Precision and Microsystems Engineering. Daar leer je heel precieze machines ontwerpen die op micro- en nanoschaal technologie kunnen maken, zoals chips. Voor mijn afstuderen heb ik een zwevende plaat ontworpen die ik op atoomafstand kan verplaatsen, om een nog preciezere machine te bouwen.’
Ben je een echte bèta?
‘Als kind wilde ik al machines bouwen, mijn speelgoed repareren. Ik zei altijd dat ik bouwvakker wilde worden, ik wist niet wat dat betekende. Later zei ik: uitvinder. Dat is gelukt, want ik krijg misschien een patent op mijn afstudeerontwerp.
‘Veel eerstejaars kozen werktuigbouwkunde om later geld te verdienen. Ik zat daar omdat ik schroeven, bouten en tandwielen oprecht cool vind en in mijn vrije tijd wiskundeboeken lees.’
Op wat voor middelbare school zat je?
‘Op een best elitaire school. Het onderwijs was geweldig. Niemand van mijn school ging naar het gymnasium. Eigenlijk wilde ik net als mijn vrienden naar het Rijswijks Lyceum, maar ik scoorde 550 op mijn cito en mijn docent zei: jij moet naar het Haganum. ’
Toen kwam je in een andere wereld.
‘Haha, totaal. Ik ben opgegroeid met een straatcultuur, voetballen op het pleintje en schreeuwen: pass, pass. Voetbal was oorlog. Op mijn nieuwe school zat iedereen op hockey. Bij de gymles keek iedereen me aan: wat ben jij nou aan het schreeuwen?
‘Ik klonk als een Hagenees, plat Haags, door mijn vader, die van zijn 7de tot zijn 18de bij ADO voetbalde. Op de basisschool noemden ze me daarom kaaskop. Ik leerde minder luid te praten, ‘elf’ te zeggen, geen ‘elluf’. En ik stopte met straattaalstopwoordjes, waarvan ik niet eens weet hoe je ze schrijft.
‘In het begin had ik last van een soort schaamte, voor Marokkaans zijn. Dan zei iemand: alle Marokkanen zijn schoonmakers, en mijn moeder was dat inderdaad. Ik had dat nooit raar gevonden, maar ze deden alsof dat een slecht beroep was. Nu weet ik dat ik niet de enige ben met zulke ervaringen, dit is hoe het gaat als je een klassenmigrant bent en ook nog van kleur.
‘Als bijbaan ging ik vakkenvullen, schoonmaken, achter de kassa, mijn klasgenoten werkten dan voor het bedrijf van hun ouders ofzo. We deden op school mee aan een Model United Nations-conferentie, dat kostte je 100 euro. Heel veel geld en aan mijn ouders zou ik zoiets nooit vragen, dat snapten mensen niet. Het zijn dit soort kleine dingen waardoor je je als tiener anders gaat voelen.
‘Op school was ik een vreemde eend in de bijt. Op de universiteit ook. Ik denk dat ik me vooral ook anders voel omdat andere mensen me erop wijzen dat ik anders ben.’
Is dat minder geworden?
‘Inmiddels voel ik me mentaal niet meer zo alleen. Ik voel me sterk verbonden met mijn ouders, broertjes en zusjes. We lijken erg op elkaar, zijn allemaal hyperactief, uitbundig, enorme grappenmakers. Als ik naar hen kijk, zie ik mezelf en voel ik dat ik ergens bijhoor.
‘Op school had ik niet heel veel vrienden, maar ik werd nooit buitengesloten. De vrienden die ik had, zie ik nog steeds. Net als een paar docenten. Vorige week heb ik nog met een oud-docent Engels gegeten, met hem schaakte ik altijd.
‘Feestjes interesseerden me niet. Ik maakte braaf mijn huiswerk, zat in de leerlingenraad, de medezeggenschapsraad. Nu ben ik voorzitter van de landelijke studentenvakbond LSVB.
Wat hebben je ouders je meegegeven?
‘Dat we moeten omzien naar anderen. En dat we Nederlands waren. We vierden zelfs Sinterklaas, dat deed bijna niemand op de basisschool. En we keken naar Paul de Leeuw.
‘Mijn moeder is zo iemand die altijd iedereen helpt. Die tot ’s nachts staat te bakken of koken omdat iemand vraagt: kun je wat maken voor de bruiloft van die of die? Zo ben ik niet, maar ik wil wel maatschappelijk toegevoegde waarde hebben.
‘Voor mij was studeren best lastig. Op het hbo is er meer aandacht voor problemen van mensen uit minder rijke gezinnen waarvan ouders niet gestudeerd hebben. Het merendeel van de studenten aan de universiteit komt uit de bovenste laag van de samenleving. De TU heeft in maart zelfs een vrije week voor de skivakantie. Waar ik vandaan kom, gaat niemand op wintersport.
‘Ik wil laten zien dat demonstreren werkt, dat je moet vechten voor je rechten en dat dingen beter kunnen. Soms heb je maar één goed persoon op de juiste plek nodig om dingen gefikst te krijgen. Zo werkt maatschappelijke verandering, een sociale beweging. Als je het aan de politiek overlaat zou er nooit verandering komen. Je ziet het in hoe nu steeds meer mensen doorhebben dat er echt een genocide plaatsvindt in Gaza, dat is van onderop gekomen, niet door de politiek.’
Heb je een positief mensbeeld?
‘Ja, ondanks alles. Ik ben opgewekt. Mijn vader zei altijd: de soep wordt niet zo heet gegeten. Volgens mij kent hij de rest van het gezegde niet eens. Het is ook mijn levensmotto geworden.
‘Al vanaf de basisschool zijn er altijd mensen geweest die naar me omkeken, docenten of anderen. Dat is wat een kind nodig heeft, om te slagen op een plek waar je zo anders bent.
‘De groep mensen waar ik me het meeste zorgen om maak, zijn transmensen. Ik merk hoe zwaar transvrienden het hebben. Ik heb me altijd ingezet voor de lhbti-gemeenschap, op de middelbare school ook. Ik kan het niet verdragen als mensen om wie ze zijn anders behandeld worden. Ik ben zelf hetero, maar dat zou niet moeten uitmaken. Als jij vraagt of ik me zorgen maak om de PVV als Marokkaan, denk ik: wij kunnen desnoods nog naar Marokko gaan ofzo. Transmensen hebben geen enkele veilige plek op de wereld. Dat vind ik gewoon fucked up.’
25 in 25
In de serie 25 in 25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant