Home

Soms kun je iemand horen zwijgen en de stilte van Dick Schoof deed inmiddels pijn aan de oren

Hij legde beide handen op zijn bureau, zijn vingers in vergadering bijeen, en dacht diep na. Vanwege al die passieve instemming van de afgelopen maanden voelde het alsof hij zichzelf in een verdoving had gestort. Maar nu moest dat afgelopen zijn. Vanaf nu zou hij het heft weer in eigen hand nemen.

Hij dacht terug aan een interview in De Groene Amsterdammer, vlak voor hij premier werd. Daarin sprak hij over de vrijheid van meningsuiting, die hij een ‘cruciale waarborg van onze rechtsstaat’ noemde. Ook nam hij het, niet wetende dat zijn eigen kabinet een paar maanden later zou onderzoeken of het demonstratierecht kon worden ingeperkt, op voor ambtenaren die zich uitspreken over Israël (‘een ambtenaar mag in principe demonstreren, ook in die Palestina-demonstratie’).

Hij had zelfs nog iets beweerd over de zorgelijke rol die hoge ambtenaren hadden gespeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog. Alle ministers waren toen gevlucht, maar omdat de hoogste ambtenaren wel op hun post bleven, kon de bezetter dingen doen die, als ze niet hadden meegewerkt, misschien nooit waren gebeurd. Schoof had de interviewer na dat relaas recht in de ogen gekeken en gezegd: ‘Voor mezelf denk ik: als je in die situatie komt, en geen burgemeester in oorlogstijd wil zijn, dan is de enige mogelijkheid: opstappen.’

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Was dit dan misschien zijn moment? Er liepen op dat moment ruim honderdduizend protesterende mensen door zijn eigen Den Haag – stuk voor stuk landgenoten die het hun morele plicht vonden om zich uit te spreken tegen genocide. Er waren geen rellen, geen vandalisme, buiten klonk alleen het verzoek aan hem, Dick Schoof, om niet langer onbekommerd te blijven toekijken terwijl even verderop de moord op bijna twintigduizend kinderen plaatsvindt.

Al die mensen waren de straat opgegaan omdat ze willen dat hij, als premier van alle Nederlanders, zich eindelijk zou uitspreken voor de vrede, voor de medemenselijkheid en tegen al die gruwelijke mensenrechtenschendingen van Israël. Soms kun je iemand horen zwijgen en dat van hem deed hun inmiddels pijn aan de oren.

Ja, zei hij tegen zichzelf. Dit is het moment waarop je moet beslissen hoe je dit ene, kostbare leven dat je hebt gekregen, zult gaan gebruiken. In een fotolijstje op zijn bureau zag hij zijn eigen gezicht weerspiegeld. ‘Jij bent een goed mens, Dick’, zei hij. ‘Jij bent een goed mens, Dick’, antwoordde zijn spiegelbeeld meteen.

Toen werd er op de deur geklopt. Zijn politiek assistent had nieuws over een jubileum van de pro-Israëlische lobbygroep Cidi, die op hetzelfde moment plaatsvond. Daar was zojuist op een podium verklaard dat de Israëlische regering de afgelopen maanden ‘nergens iets beter had kunnen doen’, vervolgens barstte de zaal, waarin onder anderen zijn eigen BBB-minister Mona Keijzer zat, in gejuich uit toen iemand suggereerde dat pro-Palestijnse demonstranten in Nederland voortaan opgepakt en uitgezet moesten worden en tot overmaat van ramp had NSC-Kamerlid Diederik Boomsma over de demonstranten in Den Haag gezegd: ‘Mensen zijn een beetje door het dolle heen, door alle propaganda. Ze denken dat er genocide plaatsvindt.’

Hij wist meteen wat hem te doen stond. Ja, dacht hij, dit is mijn moment. En dus pakte de premier van alle Nederlanders zijn telefoon, keek recht in de camera en sprak vervolgens ‘namens de Nederlandse regering’, zijn ‘grote waardering’ uit ‘voor het onvermoeibare werk van Cidi’.

Toen hij klaar was, keek hij weer naar zijn eigen spiegelbeeld en knikte tevreden. ‘Je bent een goed mens, Dick’, zei hij.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next