Aan de noordkust van Java stroomt de zee regelmatig binnen.
De inwoners van Eretan weten al bijna niet beter.
In de Baai van Jakarta is deze dijk gebouwd. Kan dat langs de hele kust?
Door Noël van Bemmel
Fotografie en video Hendra Eka
In het beschimmelde huis van de 60-jarige meneer Warba in het Javaanse kustdorp Eretan ronkt altijd een waterpomp. Desondanks dringt het zeewater dagelijks binnen. In zijn slaapkamer schieten snel wat vissen onder het bed, door de keuken kuiert een krab en naast de badkamer hangt de was te drogen vlak boven zwart, stinkend water. ‘Ik heb geen geld om te verhuizen’, zegt hij schouderophalend. Warba’s uitzicht: een half ingestorte school waar huisvuil dobbert op het verlaten schoolplein.
De 60-jarige meneer Warba.
Een verkoper wast de kommetjes voor de gehaktballen in het zeewater dat het dorp Eretan is ingestroomd.
Dat is de treurige situatie op diverse plekken aan de noordkust van het dichtbevolkte Indonesische eiland. Van de hoofdstad Jakarta tot de vissersdorpen langs de Javazee en provincieplaatsen als Semarang: overal verdwijnen complete wijken geregeld onder water. De bewoners hebben leren leven met de dagelijkse banjir (overstroming). Stopcontacten zijn verplaatst naar schouderhoogte, belangrijke papieren worden boven op de kast bewaard en rijstboeren zijn overgestapt op garnalenteelt. Verontwaardiging en actiebereidheid maakten plaats voor berusting.
De oorzaken zijn bekend: de bodem daalt jaarlijks met 10 centimeter door het massaal oppompen van grondwater voor de circa 150 miljoen Javanen, en in Jakarta klinken kolossale wolkenkrabbers de grond extra in. Tegelijkertijd stijgt de zeespiegel door klimaatverandering en treden rivieren vaker buiten hun oevers door extreem weer. De oplossingen zijn ook bekend: geef rivieren meer ruimte, gebruik het oppervlaktewater slimmer, herstel mangrovebossen en bouw dijken waar dat niet anders kan.
Sinds een grote overstroming in 2007, waarbij 76 inwoners verdronken en een half miljoen Jakartanen dakloos raakten, wordt er met belangstelling gekeken naar de Afsluitdijk in Nederland: een kloeke muur in zee die ook nog eens een reusachtig reservoir aan drinkwater oplevert (het IJsselmeer). Of naar Singapore, dat nieuwe wijken en parken bouwt op opgespoten land in zee. Een Nederlands ontwerp voor kunstmatige eilanden in de Baai van Jakarta – in de vorm van de mythische vogel Garuda – werd in 2014 grootst gepresenteerd, maar is inmiddels vervangen door een veel bescheidener plan.
‘Kijk, dit is een stevige Hollandse dijk’, zegt waterbouwkundige Victor Coenen van het Nederlandse ingenieursbureau Witteveen+Bos. Hij staat op een breed talud langs de Baai van Jakarta – de ene kant bekleed met brokken natuursteen om golven te breken, de andere kant begroeid met strak gemaaid gras. Indonesische families maken er een wandeling of kijken vanaf bankjes uit over het modderige water. ‘Deze dijk hebben we zo ontworpen dat er nog enkele meters op kunnen indien nodig.’ Toekomstbestendiger en veiliger, stelt Coenen, dan de wankele muur die Jakarta nu op veel plaatsen beschermt tegen de zee. ‘Die valt zelfs hier en daar om.’
Een korte maar stevige dijk in de baai van Jakarta.
Waterbouwkundige Victor Coenen
Coenen werd dertien jaar geleden in Jakarta gestationeerd om overheid en bedrijven te adviseren over grote waterwerken en is betrokken bij de nieuwste plannen. President Prabowo Subianto heeft zijn kabinet opdracht gegeven eindelijk haast te maken met de bouw van de Giant Sea Wall, een Javaanse Afsluitdijk met een recordlengte van 946 kilometer (de Nederlandse Afsluitdijk meet 32 km). Een 20 meter hoge dijk – waarvan 15 meter onder de waterlijn – van Serang in het verre westen tot Gresik in het oosten. Niet alleen om kustbewoners te beschermen tegen overstromingen, stelt Prabowo, maar ook om de uitgestrekte rijstvelden van Noord-Java te beschermen. Indonesië wil namelijk weer zelfvoorzienend worden op het gebied van rijst.
Of die reusachtige zeewering er ook komt – ondanks alle politieke wil – is de vraag. ‘Zo’n enorme dijk in zee levert flinke schade op aan de natuur en aan het leven van de mensen die daar wonen’, stelt Coenen. Mangrovebos en zeeleven verdwijnen, en vissers kunnen niet meer uitvaren. Daarnaast is volgens de waterbouwkundige enorm veel zand nodig, wat elders weer milieuschade oplevert, en moet er een kostbaar systeem van pompen worden gebouwd om rivierwater in zee te krijgen. ‘Ik schat de kosten op 100 miljoen euro per kilometer, dus reken maar uit.’
De 'stevige Hollandse dijk' in de Baai van Jakarta.
Zijn advies aan de president: als je dit per se wilt, zorg dan dat daar royale voordelen tegenover staan: zoals havens voor de vissersvloot, reservoirs met zoet water zodat minder grondwater hoeft te worden opgepompt, meer ruimte voor aquacultuur en nieuw land om te boeren of te wonen. ‘Dat is wel weer duurder, maar dan bied je meer dan alleen veiligheid.’
Diverse ministeries zijn momenteel druk aan het tekenen en aan het rekenen. Verschillende landen, waaronder China en Korea, tonen belangstelling om de zeewering te helpen bouwen. Ook Nederland zegde dit jaar 300 miljoen euro toe voor de financiering van grote infrastructurele werken in Indonesië.
De bewoners van het kustdorp Eretan reageren argwanend op alle plannen. ‘De overheid doet nooit wat voor ons’, moppert de 42-jarige Sopiah Wati. Zij zit op haar pas opgehoogde veranda aan een steeg die wel een sloot lijkt. ‘Mijn zus is gaan werken in Maleisië, zodat we geld hadden om de vloer te verhogen.’ Verhuizen is volgens haar geen optie. ‘We zijn hier geboren en wie wil dit huis van ons kopen?’ Buurtgenoot Minih Kusmyati (57) kan zich nog de dag herinneren dat haar binnenplaats schoon en droog was. ‘Dat was in 1985. Ik zat nog op school.’
Sopiah Wati (staand) op haar opgehoogde veranda in Eretan.
Activist Tri Utomo Rubianto in Eretan. 'Als we zelf niks doen, gebeurt er ook niks.'
Volgens plaatselijke activist Tri Utomo Rubianto zijn de 13 duizend bewoners op zichzelf aangewezen. In 2014 en 2020 verdween het vissersdorp onder 2 meter water. ‘De situatie verergerde nadat de overheid een dam had aangelegd in de rivier ter berscherming van de omliggende rijstvelden. Sindsdien vloeit er meer zeewater door het dorp.’ Samen met andere vrijwilligers maakt de 33-jarige Tri schoon bij oudere dorpsgenoten of bij kinderrijke gezinnen waarvan de man op zee is. Zijn organisatie plaatst ook golfbrekers (autobanden met cement) en plant nieuwe mangrove. ‘Als we zelf niks doen, gebeurt er ook niks.’ Zo’n 90 procent van de inwoners, schat de activist, kwakkelt met de gezondheid: ‘Hoge bloeddruk, burn-out, dengue en huidziekten zoals voetschimmel.’
Professor Edwan Kardena van de technische universiteit in Bandung betwijfelt of één lange zeedijk van ruim 900 kilometer lengte haalbaar is. Ook hij is als expert betrokken bij de Giant Sea Wall. ‘Het grootste probleem lijkt mij; hoe berg je al dat rivierwater dat naar zee stroomt?’ Alleen al in de Baai van Jakarta, stelt hij, monden veertien rivieren uit. Als voorbeeld noemt Kardena de omstreden Saemangeum afsluitdijk in Zuid-Korea. ‘Daar is een reusachtig reservoir van zwaar vervuild water ontstaan.’ Edwan heeft de regering geadviseerd eerst de Javaanse rivieren schoon te krijgen, door inspectieteams naar bedrijven te sturen en burgers beter voor te lichten. ‘Dat rivierwater krijgen we nooit schoon genoeg om te drinken, maar wellicht wel om de tuin te besproeien of de wc door te trekken.’
De Nederlandse waterbouwkundige Coenen heeft inmiddels heel wat plannen zien langskomen. Hij verwacht dat Indonesië uiteindelijk kiest voor een serie kortere dijken ter bescherming van vitale industrieterreinen en steden. Zoals Semarang, waar nu al een 21-kilometer lange zeedijk in aanbouw is, inclusief tolweg, waterberging en landwinning. De Chinese bouwer hoopt de kosten mede terug te verdienen met tolheffing. Vissersdorpjes als Eretan worden volgens Coenen waarschijnlijk opgegeven. Hoe complexer het project, waarschuwt hij op basis van eerdere ervaringen, hoe meer ministeries moeten samenwerken, hoe kleiner de kans op resultaat. ‘Een rechttoe, rechtaan-dijk bouwen is makkelijker in Indonesië dan duurzame kustontwikkeling realiseren.’
In Eretan glibbert de 14-jarige Asifa Qanita Nur Aina naar huis in haar schooluniform. ‘In de klas is het droog’, meldt zij desgevraagd. ‘Maar als ik naar huis ga, moet ik mijn schoenen uittrekken en mijn rok optrekken.’ Asifa heeft naar eigen zeggen nu al genoeg van haar geboortedorp. ‘Het is vermoeiend om hier te wonen. Ik moet iedere dag dweilen!’ Op TikTok zag de scholier filmpjes uit Japan. Met een zucht: ‘Daar wil ik later wonen... Iedereen verdient er veel geld en alles is schoon.’
Noël van Bemmel is correspondent Zuidoost-Azië voor de Volkskrant. Hij woont in Denpasar, Indonesië. Eerder schreef hij over Amsterdam, reizen en defensie.
Hendra Eka is fotojournalist en woont in Jakarta. Hij bestrijkt voor de Volkskrant heel Zuid-Oost Azië.
Duizenden bouwvakkers werken in de bossen van Kalimantan aan de nieuwe hoofdstad van Indonesië. Over een jaar moet het presidentieel paleis worden betrokken. Bewoners en natuurbeschermers houden hun hart vast voor de sociale en ecologische gevolgen van het megaproject.
De Indonesische provincie Atjeh heeft zich wonderlijk hersteld van de verwoestende tsunami van twintig jaar geleden. De mentale schade blijkt echter lastig te repareren.
Als wassen beelden zitten bewoners van de zinkende Fiji-eilanden vreugdeloos op de zeebodem. Ademloos zitten ze aan tafel, op stoelen en op een wipwap, tussen zeewier en vissen. Met de beklemmende fotoserieThe day may break stelt Nick Brandt de gevolgen van klimaatverandering aan de kaak.
Source: Volkskrant