Hun auto’s leven, menen de liefhebbers op de vrijdagavondse automeetingen. Zelf leven ze voor hun auto’s. ‘Op zo’n avond leer je de mensen achter de auto’s kennen.’
Door Reinout Bongers
Fotografie Iris Haverkamp Begemann
Op een parkeerplaats naast de A2 loopt Naäma Rosenberg (21) een rondje om haar baby, hond en beste vriend; oftewel haar Honda Civic Aerodeck. Recentelijk heeft ze de grijze, gezinsvriendelijke stationwagon (‘papawagen’) een flinke upgrade gegeven, vertelt ze als ze plaatsneemt achter het fluorescerend paarse stuur: ‘Ik heb hem verlaagd, de velgen vervangen en een nieuwe uitlaat laten monteren.’
Met haar vriend Tyrese van Schagen (21) – ze werken samen in de garage van de ANWB – is ze bijna elke vrijdagavond te vinden op de ‘foodstrip’ aan de zuidelijke rand van Amsterdam, bekend om de grote lichtgevende bogen die een drietal fastfoodrestaurants proberen op te fleuren. Wekelijks komen hier honderden auto- en motorliefhebbers uit heel Nederland samen om zich te vergapen aan elkaars opgepimpte twee- en vierwielers
Naäma in haar auto.
Zulke onofficiële ‘meetings’ vinden door het hele land plaats en worden in Whatsapp-, Facebook- en Snapchatgroepen aangekondigd en gepromoot. Fotograaf Iris Haverkamp Begemann raakte gefascineerd door deze chaotische samenkomsten. ‘Ik ben niet per se geïnteresseerd in motorolie of velgen, maar wel in hoe mensen plekken toe-eigenen, in subculturen die hun eigen systemen bedenken.’ Voor haar zelfgeproduceerde fotoserie Car Meets, waarin ze de expressieve figuren in, achter en rond de auto’s vastlegt, bleef ze een jaar lang terugkomen – op haar fiets (Gazelle Sport Solide).
Jolie en Ymke, beiden 17, voor een auto van een vriend, Kurtley en zijn 18-jarige broertje en nichtjes Carlijne en Esmee.
Rond half 8 ’s avonds is de parkeerplaats nog halfleeg. Erik (38) heeft zijn ‘jongensdroom’ (een donkerbronzen Honda Civic FN2 Type R met spoiler) drie vakjes naast Rosenberg geparkeerd. Met een blikje Red Bull in de ene hand en een sigaretje in de andere vertelt hij waarom hij elke vrijdag vanuit Huizen naar Amsterdam rijdt: ‘Ouwehoeren en naar mooie auto’s kijken, veel meer is het niet.’
Op de tegenovergelegen parkeerplek leunt een jongeman – zonnebril op, haar strak naar achter – tegen zijn klassieke Porsche Carrera S. Erik: ‘Je vindt hier alle soorten auto’s en alle soorten mensen. Ik ben zelf meer van de Japanse merken, maar iedereen is welkom.’
Een volgende zin wordt onderbroken door het oorverdovende geluid van een knallende uitlaat, veroorzaakt door een arriverende oranje sportauto. ‘Kneuzengedrag’, vindt Erik. ‘Door pannenkoeken die geluidsoverlast veroorzaken worden veel van dit soort meetings beëindigd door de politie.’ En inderdaad, niet veel later arriveert agent Jeremy op zijn ‘wendbare stadsmotor’ (Yamaha Tracer 700).
‘Eigenlijk zijn we hier elke vrijdag’, zegt hij, ‘maar laten we hopen dat het vanavond rustig blijft.’ Gelukkig is Jeremy ook motorliefhebber en raakt hij met een groepje aan de praat over de nieuwe, sterkere politiemotoren (BMW 1250 RT), waarna hij al snel zijn weg vervolgt.
Naäma bij haar blauwe auto.
Twee uur later is het donker en zijn alle parkeerplekken bezet. Uit openstaande kofferbakken klinkt hardcoremuziek en de geur van frituur heeft plaatsgemaakt voor sigaretten en uitlaatgassen.
Op de achterbank van een van de kleinste autootjes op de parkeerplaats (Suzuki Wagon R) zitten autovrienden Bryan (23) en Jelle (21) te gamen. In de hoofdsteunen van de voorste stoelen heeft Jelle twee televisieschermpjes met PlayStation-verbinding ingebouwd, ze spelen racegame Gran Turismo 2. ‘We racen met exact dezelfde auto als waar we nu in zitten’, zegt Jelle trots.
Vriendin Joy (20) vanaf de bijrijdersstoel, terwijl ze poseert voor de camera van Begemann: ‘Voor ons is dit naar het café gaan, maar dan lekker buiten en zonder alcohol.’ Jelle vult aan: ‘Veel van de mensen die hier komen volg ik op sociale media, waar je vooral de auto’s ziet. Op zo’n avond leer je de mensen achter de auto’s kennen.’
Wesley
Terug bij Rosenberg en bij Van Schagen, voor wie een auto veel meer is dan een vervoermiddel: ‘Als ik verdrietig ben ga ik een stukje rijden, als ik boos ben ga ik een stukje rijden, als ik blij ben ga ik een stukje rijden. Eigenlijk is een auto een goedkope therapeut.’
Alhoewel, goedkoop. ‘Er zit al 10k in het motorblok’, zegt Van Schagen, wiens auto momenteel bij de garage staat. ‘Nieuwe uitlaat; 1.000 euro. Autoveren; 1.400. Lichtgevend dak; 600. Interieur; 100. Velgen; 1.300. Banden; 450.’ Elke cent waard, vindt hij: ‘Auto’s zijn mijn leven, en ik durf te zeggen dat dat voor iedereen hier geldt.’
De lappendeken vol witte plekken tussen dorpjes als De Lier, Kwintsheul, Naaldwijk en Monster is voor fotograaf Jordi Huisman grafisch gezien een snoepwinkel. ‘Ik werd ernaartoe getrokken zoals een kasplant zich richting de ledlampen beweegt.’
Haast niemand wil op zijn ouders lijken, maar onbewust kopiëren we vaak toch veel van hen, besefte fotograaf Jaap Scheeren. Daarom fotografeerde hij zijn oma en opa in hun laatste levensjaren.
Acht Amerikaanse huishoudens met (het netste deel van) hun huishoudelijke afval van precies één week. Fotograaf Gregg Segal portretteerde hen, liggend op de grond tussen hun eigen zooi, om hun bijdrage aan het wereldwijde afvalprobleem, nu eens in beeld te brengen.
Source: Volkskrant