Zo’n honderdduizend mensen protesteerden zondag in Den Haag tegen de oorlog in Gaza en het kabinetsbeleid tegenover Israël.
Veel mensen hadden nooit eerder in hun leven gedemonstreerd.
Jong en oud, moslim of Jood trekt door middel van hun kledingkeuze een symbolische rode lijn tegen het geweld en de honger in Gaza.
Door Maartje Geels en Haro Kraak
Fotografie Veerle Haan en Daniel Rosenthal
Openstreetmap Contributors
In de propvolle intercity van Amsterdam naar Den Haag zitten ze tegenover elkaar, de 22-jarige Lina en de 82-jarige Marga van der Schalie. ‘Ik heb een Palestijnse sjaal, nog uit de jaren zeventig’, zegt Van der Schalie, kijkend naar de keffiyeh die naar medepassagier draagt. ‘Ik ben hem in de haast vergeten.’
Niet alleen schelen de twee zestig jaar, ook hun ‘demonstratie-ervaring’ is wezenlijk anders. Lina, die net als sommige andere demonstranten niet met haar volledige naam in de krant wil, is sinds 7 oktober meermaals de straat opgegaan tegen het buitensporige geweld in Gaza. Voor Van der Schalie is het de eerste keer: ‘De regering-Netanyahu is een criminele bende, daar komt het wat mij betreft op neer’, fulmineert ze, terwijl Lina instemmend knikt. ‘Er staat inmiddels geen een steen meer op de andere en kinderen worden net zo makkelijk afgeslacht als volwassenen. Daarom ga ik naar Den Haag.’
Eveneens onderweg vanuit de hoofdstad is de 72-jarige Hannah. Stellig wijst zij de verslaggever terecht, die naar haar idee ‘de verkeerde vraag’ stelt. ‘Het gaat er niet om of het politiek nut heeft – voor mij heeft het persoonlijk zin.’
Ze vervolgt: ‘Ik ben zelf Joods. Toen het Holocaustmuseum werd geopend met de Israëlische president Isaac Herzog was ik er óók bij. Ik moet mezelf in de spiegel kunnen aankijken.’
De drie zijn niet de enigen die zich op deze zonnige zondagmiddag op het Malieveld laten zien. Ruim een uur voordat de demonstratie begint, is het naastgelegen station Den Haag Centraal een zee van rode shirts, truien, sjaals en petjes. Jong en oud loopt door elkaar en glimlacht in het voorbijgaan naar elkaar: met zovelen waren ze nog niet eerder.
August Hans den Boef (75)
Lygia Snijders (60)
Natasja Snijders-Coska (38)
Tomme (7)
Liza Neijnens (34)
Selma Hamouda (33)
Annoek Snip (37)
Marwan Khalil (21)
Özlem Çicek (50)
Waar andere Gaza-protesten veelal ad hoc-gebeurtenissen waren die dikwijls eindigden met (gewelddadig) ingrijpen van de Mobiele Eenheid, is de sfeer op het Malieveld gemoedelijk. Schrijvers Clarice Gargard en Hasna El Maroudi verwelkomen de demonstranten: ‘Zijn jullie woedend?’ ‘Jaaa!’ schalt over het veld. ‘Voelen jullie de rouw?’ Weer galmen de tienduizenden toehoorders: ‘Jaaa!’
Doel van het protest, zo opent Gargard de demonstratie, is om een rode lijn trekken ‘tegen onderdrukking, genocide en landroof’. De woede richt zich niet alleen tegen de Israëlische regering van premier Benjamin Netanyahu, maar ook tegen die in Den Haag.
Als het om Gaza gaat, is de rode lijn al vaak getrokken, overschreden én verlegd. ‘Don’t do it’, zei toenmalig premier Mark Rutte ruim een jaar geleden, een waarschuwing aan Netanyahu om geen grondoffensief in Rafah te beginnen. Met een aanval op die zuidelijke stad zou hij een rode lijn overschrijden. Maar toen Israël in mei 2024 het vluchtelingenkamp in Rafah aanviel, bleef westers ingrijpen uit.
Ook Ruttes opvolger Dick Schoof werd gevraagd of er een rode lijn voor Nederland was. ‘Nou’, sprak hij eind vorig jaar, ‘iedereen moet zich houden aan het internationaal oorlogsrecht, ook Israël.’ Op dat moment had het Internationaal Strafhof al een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen Netanyahu en had Israël volgens tal van instituten het oorlogsrecht al overtreden.
Jan Wijdenbos (60)
Noël Hoeke (17)
Laurens ter Veen (36)
Dario Papa (27)
Ada Korteknie (25)
Jan Cevat (71)
Ingrid Andeweg (80)
Begin deze maand leek minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp (NSC) een voorzichtige draai te maken. Hij stuurde een brief aan de Europese Commissie, waarin hij opriep tot een onderzoek naar een samenwerkingsverdrag tussen de EU en Israël. De demonstranten op het Malieveld zijn er zondag niet erg van onder de indruk.
Tegen de barricade van het podium staat Lydia de Leeuw met haar dochter (5) en zoon (3). Ze is mede-organisator van het protest en voorzitter van Stichting Kifaia, die medische hulp verleent in de regio. Ze heeft jarenlang in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever gewoond. ‘Ik heb de afgelopen anderhalf jaar gezien hoe oud-collega’s en vrienden zijn omgebracht. Maar ook als ik die achtergrond niet had gehad, had ik hier gestaan.’
We zijn nu op een kantelpunt, zegt De Leeuw, terwijl ze haar in het rood geklede dochtertje op haar schouders neemt, zodat zij meer kan zien. Waar De Leeuw bij eerdere protesten vooral veel demonstranten uit de moslimgemeenschap zag, is het draagvlak volgens haar nu veel groter. ‘Mensen willen hun onmacht uiten’, verklaart ze. ‘Het kan toch niet zo zijn dat we hier met z’n allen blijven toekijken totdat er in Gaza geen Palestijn meer over is? Dat is het gevoel dat leeft.’
Cijfers lijken dat te bevestigen. Uit een Ipsos-peiling van april bleek dat nog maar 15 procent van de Nederlanders het regeringsbeleid inzake Israël steunt. In oktober 2023 was dat nog 29 procent.
‘Demonstrant van het eerste uur’ Nisa Bulut (21) ziet ook een omslag. ‘Het is tot een kookpunt gekomen’, zegt Nisa, die met haar vader, moeder en zusjes halverwege het veld staat. Het gezin ging al vaker demonstreren, maar voelt zich vandaag gesteund door de massale opkomst. ‘Je afkomst maakt niet uit, je geloof maakt niet uit. Iedereen staat hier voor Palestina en voor menselijkheid.’
Bulut schaart zich achter de zogeheten BDS-beweging, die oproept tot boycot, desinvestering en sancties om Israël economisch te isoleren, en tevens haar pijlen richt op bedrijven met belangen in Israël.
Zo blijft ze weg bij McDonald’s en Zara. Vader Ahmet (52) valt haar bij: hij heeft een eigen horecazaak en verkoopt daar normaal gesproken Coca Cola. ‘Ik ben gestopt met al hun drankjes. Ik sla andere merken in, op die manier laat ik mijn stem horen. Zo doe je wat je kan.’
Ayse Dogan (34) is met haar moeder naar het Malieveld gekomen. ‘Voorheen zeiden collega’s vaak dat ze het maar ingewikkeld vonden. Nu spreken mensen zich makkelijker uit. Ik ben het zelf ook meer gaan doen’, zegt ze.
Het maakt Dogan vooral boos dat er momenteel tonnen aan hulpgoederen aan de grens met Gaza staan te wachten. Medicijnen en voedsel die Israël weigert door te laten. Moeder Nuran (59) valt haar dochter bij. ‘Ze vindt het belangrijk om een stem te zijn voor de Gazanen die nu verhongeren’, vertaalt dochter Ayse snel. Even denkt ze na. ‘Als je vandaag om je heen al dat rood ziet, is dat bijzonder. Samen zijn we toch nog sterk. Samen hebben we toch nog een stem.’
* Een aantal demonstranten wilde niet met voor- en achternaam in de krant. Hun volledige namen zijn bekend bij de redactie.
In Gaza zijn naar schatting 1,9 miljoen mensen ontheemd. Ze zitten in scholen, halfgebombardeerde gebouwen en zelfgebouwde tenten. De familie Abu Samrah is na omzwervingen met zeventien mensen neergestreken in Al Mawasi. De Volkskrant keek een dag mee met het leven van het echtpaar Mustafa en Fatima, hun schoonzus Afaf en haar kinderen Ranya en Mohammed.
Hoe breng je het leed in Gaza in beeld zonder dat het mensen afschrikt? Het bracht fotograaf Belal Khaled op het idee om via handen het verhaal van de Palestijnen te vertellen.
Na het ingaan van het staakt-het-vuren bleef het twee maanden relatief rustig in de Gazastrook. In de nacht van maandag op dinsdag kwam daar een einde aan.
Source: Volkskrant