In de tentoonstelling Alle richtingen van museum Fenix zijn spectaculaire kunstwerken over migratie te zien, maar ook persoonlijke objecten. Zo wordt een klein notitieboekje tentoongesteld als een kostbaar sieraad. De zorgvuldig gekozen objecten en combinaties overtuigen en raken.
is kunstredacteur van de Volkskrant.
Bam, daar dreunt het grote hek van Shilpa Gupta. Een daverend geluid dat door merg en been gaat. En ook haast door de muur. Die heeft, al is museum Fenix gloednieuw en blinkend schoon, al lelijke butsen opgelopen. De ene omheining (hek) dreunt tegen de andere (muur), een verbeelding van de ondoordringbare en meedogenloze grenzen waar migranten mee te maken krijgen. Wie dit kunstwerk ziet en hoort, vergeet het niet meer.
Zes jaar geleden stond dit hek te rammen op een muur in de Biënnale van Venetië, de meest prestigieuze tentoonstelling van de wereld, en nu hier, op een van de grootste tentoonstellingen van Nederland in een van de grootste musea. Fenix nodigt vanzelf uit tot superlatieven.
Wim Pijbes, die met de familie Van der Vorm het initiatief nam tot een kunstmuseum over migratie, noemt zich graag ‘on-Nederlands’. Dat mag flauw en wat neerbuigend klinken, maar het is moeilijk om door de tentoonstelling Alle richtingen te lopen en door de schaal en de kwaliteit van de kunstwerken niet te denken: in welke wereldstad ben ik ook alweer, is dit Londen, Parijs, New York? En welke kunstbeurs of biënnale is hier opgetuigd?
Maar dit is geen tijdelijke tentoonstelling, de tentoonstelling Alle richtingen blijft in Rotterdam. Dat besef is overrompelend, ongelooflijk.
Spektakel was te verwachten. Dat is er, volop. Hier een Rembrandt (een piepkleine, maar toch), daar een vrolijke, nagemaakte, New Yorkse stadsbus van de Amerikaanse kunstenaar Red Grooms, ergens verderop een schilderij van Willem de Kooning dat miljoenen heeft gekost.
Wie voorbij die blikvangers kijkt, wordt pas echt beloond. In Alle richtingen zijn tussen de sculpturen, videokunst, fotografie en schilderijen ook historische en persoonlijke objecten te zien. Daarin zit de kracht van de tentoonstelling. Topstukken die behendig (en met hulp van diepe zakken) van internationale kunstbeurzen en veilingen zijn geplukt, zijn gecombineerd met bijvoorbeeld een klein notitieboekje dat ooit in iemands zak stak.
‘Lieve buschauffeur of conducteur, mijn tante kan geen Nederlands…’, schreef Frank Kanhai in 1977. Zijn tante, die net als hij uit Suriname komt, wilde toen vanuit Drachten naar Rotterdam reizen om daar, zoals het briefje vermeldt, ‘Surinaamse boodschappen’ te doen. Dit notitieboekje is tentoongesteld op een sokkel alsof het een zeer kostbaar sieraad is.
Het zijn zulke zorgvuldig gekozen objecten en combinaties die overtuigen en raken. Het onderwerp migratie is heel groot, haast te groot voor één tentoonstelling, en ook heel klein: intiem, ontroerend, diep persoonlijk. Het kan verbeeld worden door een verlangen naar het eten uit je thuisland, door de frustratie als je de taal niet machtig bent. De tentoonstelling nodigt uit stil te staan bij dat kleine, alledaagse. Met een notitieboekje, een spaarpot of bijvoorbeeld een inventief vreemdelingenpaspoort.
Het gebouw – Is het een ufo of een glijbaan? Het nieuwe museum Fenix in Rotterdam biedt een specaculaire ervaring ★★★★☆
De directeur – Anne Kremers stampte het museum, samen met Wim Pijbes, helemaal uit de grond, gaf er haar eigen draai aan, selecteerde de kunst en kiest wat er is te zien: hoe klaarde ze deze monsterklus?
De architect – De Chinese Ma Yansong bouwt wereldwijd spectaculaire gebouwen, waarin hij de bouw van grootstedelijke complexen mixt met natuurlijke vormen en groen. Wie is deze ‘man van weinig woorden’?
Vaak is daar enige uitleg bij nodig, die heeft het museum slim kort gehouden. Neem de simpele houten stoel op een lage sokkel. Het enige dat opvalt is zijn gebutste uiterlijk en de afkorting op de leuning, twee zwarte letters: R.E. Het tekstbordje leert dat dit staat voor ‘Rijks Eigendom’. Dit soort stoelen stonden midden vorige eeuw in Nederlandse opvanglocaties voor Molukse militairen en hun familie.
Naast de stoel hangt een schilderij van de Nederlandse schilder Ben Manusama. Erop is Hansina Uktolseja te zien, een jonge, Molukse vrouw die betrokken was bij de treinkaping van 1977 en daarbij van dichtbij werd doodgeschoten. Manusama, wiens vader Moluks was, schilderde haar op een witte achtergrond, gefragmenteerd, met een batik sarong aan. Het wapen in haar hand, waarmee ze ooit voor een foto poseerde, liet hij weg. Samen vertellen schilderij en stoel een verhaal over het koude onthaal dat Molukkers in Nederland kregen.
Migratie is een precair en vaak dramatisch onderwerp, verwacht dus geen feelgoodtentoonstelling. Maar Alle richtingen is wel een viering van de zeggingskracht van kunst en het vermogen van kunstenaars om wat ze meemaken en zien te transformeren in kritische, ontluisterende of ontroerende kunstwerken.
Veel van de gevoelens die bij migratie horen, zijn lastig te verbeelden: angst, verdriet, verlangen. Toch komen die aan bod. Hana El-Sagini maakte metersgrote blauwe slippers. Die symboliseren voor haar de geborgenheid die ze associeert met Egypte, waar ze vandaan komt en waar binnenshuis slippers worden gedragen. Ook heimwee verdient een monument, lijkt Hana El-Sagini te hebben gedacht. Hier in Fenix vonden die slippers de perfecte plek.
Beeldende kunst
★★★★★
De collectieopstelling van Fenix, het kunstmuseum over migratie in Rotterdam.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant