Home

Dubbelgangers, chantage, bedrog: de nieuwe Pieter Waterdrinker heeft alle ingrediënten van een spannende thriller

Oorlog, hebzucht en liefde: wat wil je nog meer in Pieter Waterdrinkers nieuwe roman Céline? Erudiet en soms cynisch probeert de schrijver zijn publiek een geweten te schoppen.

Een Russische zakenman loopt in Vladimir Nabokovs roman Wanhoop een zwerver tegen het lijf die er exact zo uitziet als hij. Dus beraamt hij een plan: hij wisselt met zijn dubbelganger van identiteit en vermoordt hem dan om zijn eigen levensverzekering op te strijken. Voor geld doen mensen de vreselijkste dingen.

Ook in Pieter Waterdrinkers roman Céline leidt een persoonsverwisseling tot een kettingbotsing van menselijke drama’s. Ook hier is hebzucht de bron van wreedheden. Want: ‘Wat doe je in deze wereld zonder geld?’

Zo opent de roman: ‘Er zijn beelden opgedoken, ze zitten achter me aan. Ben ik veilig hier in Parijs? Veilig voor wie? Voor wat?’ Anatoli Abraham Roelof Chitrov, roepnaam Tolja, is naar de hel geweest en weer terug. Wat deed hij – half Nederlander, half Oekraïner – in Rusland? En hoe kwam hij in de oorlog terecht, aan de Russische kant ook nog?

Dankzij een talisman van zijn vader heeft hij geluk en kan hij de loopgraven ontvluchten. In zijn rugzak zit alles wat hij nog heeft: een enveloppe met geld, een paspoort (niet het zijne), een foto van zijn ouders, het grijs gestreepte katertje dat hij redde van een vuurdood in Oekraïne en een exemplaar van Louis-Ferdinand Célines postuum uitgegeven Oorlog.

Níét Amerikaans

In Parijs blikt Tolja terug op wat hij meemaakte op het slagveld, ‘het lunapark van de dood’, maar ook op zijn jeugd in Terneuzen, zijn te vroeg overleden ouders en zijn grote liefde Zita, een Botticelli-schoonheid met, jawel, ‘smaragdgroene ogen’ en ‘Venetiaans blond haar’.

Tolja is een arme vertaler die zich na wat essayistisch werk van een paar 19de-eeuwse Franse schrijvers – ‘vrijwel alle meteen verdwenen in de ramsj’ – toelegt op de Russen. Zijn cultureel-historische referentiekader is, net als dat van Waterdrinker, Russisch en Frans, expliciet níét Amerikaans. Wanneer Tolja de hel van de oorlog induikt, gaat hij níét down the rabbit hole als Alice, maar tuimelt hij de put van Vrouw Holle in, een Midden-Europese sprookjesfiguur.

‘Lange tijd hadden de Russen de tijd mee.’ Nu niet meer. Het project waaraan Tolja werkt, dagboeken van een overlever van de Duitse blokkade van Leningrad, wordt door zijn uitgever geaborteerd. ‘Dat begrijp je zelf hopelijk toch ook wel?’, zegt de uitgever. ‘Het komt er nu op aan (...) te laten zien aan welke kant je staat. Aan de goede of aan de slechte.’

Dat de memoires ‘levende getuigenissen van een van de grootste misdaden van de vorige eeuw’ zijn, doet er nu even niet toe. ‘Het is nu tijd om andere doden te herdenken. Geen Russische.’

Russische schrijvers moeten er dus aan geloven. In een tragikomische, maar helaas al te realistische scène ziet Tolja op een benefiet voor Oekraïne twaalf in het zwart geklede jonge vrouwen oproepen om het werk van Joseph Brodsky, ‘that dirty bastard’, en andere Russen te verscheuren. Nu!

Dat dichter Brodsky als dissident uit de Sovjet-Unie vluchtte, zijn ze blijkbaar even vergeten. Op andere momenten is Waterdrinkers humor ronduit cynisch: op het slagveld staart Tolja naar de grond. ‘Ik deed net alsof ik hier niet was. Alsof ik helemaal niet bestond. Sommigen gingen ervoor naar Bali. Voor een retraite. Om even niet te bestaan. Ik had alles zelf ontwikkeld. Op de yogamat van de oorlog.’

Een glansrijke bijrol

Waterdrinker springt soepel heen en weer in de tijd, herhaalt gebeurtenissen totdat ze aan betekenis winnen. Hij vermengt Tolja’s jeugdherinneringen met de gruwel van het front en zijn heden in Parijs, zet korte stukjes na elkaar om ze met elkaar in verband te brengen: hoe hij chateaubriand at met Zita en daarna voor het eerst met haar naar bed ging, de vleesbehoefte van zijn vader – ‘vlees is de beste groente’ – en hoe de meeste soldaten aan het front na afloop van een missie geen hap door de keel krijgen.

Eten speelt sowieso een glansrijke bijrol in deze roman: enerzijds oesters, croissants en Zeeuwse bolussen, anderzijds gras en boomschors waarop Tolja’s vader in de bossen overleefde terwijl iedereen in zijn dorp werd afgeslacht door de Duitsers en Oekraïners – ‘Alle jidden moesten dood.’ Tolja ‘marcheert’ in Parijs, vaak ‘in Nietzsche-tempo’, langs ‘hele bacchanalen aan taartjes, koekjes, bonbons, juwelen van chocolade. (...) Waar leeft een mens voor? Waarvoor voert hij oorlog? Voor een normaal bestaan. Met simpele genoegens, een kop koffie met iets lekkers erbij, par exemple.’

Echo’s, spiegelingen, dubbelgangers, chantage, driehoeksrelaties, verraad. Céline is een ambitieuze roman met alle ingrediënten van een spannende thriller – over de oorlog in Oekraïne, de reactie van het Westen daarop, de gewetenloze superrijken die er garen bij spinnen en ons collectieve historische geheugenverlies. Je ziet de verfilming al voor je. Waterdrinker, die na de Russische inval in Oekraïne St.-Petersburg verruilde voor Frankrijk, dwingt ontzag af voor hoe dit literaire werk is opgebouwd, voor de eruditie die eruit spreekt, de (kunst)historische uitstapjes.

Alleen: raken doet het niet helemaal. Daarvoor is die zo grote liefde tussen Tolja en Zita te oppervlakkig. Hij valt voor haar ranke verschijning en krachtige stem, maar wat delen ze écht?

In Oorlog schreef Louis-Ferdinand Céline: ‘Nooit, dat sprak vanzelf, zou ik nog het leven van de anderen leiden, het leven van al die sukkels die denken dat slaap en stilte vanzelfsprekend zijn, zomaar, eens en voor al.’ Dat ons westerse leven, met onze koffie en ons gebak, met onze slaap en onze stilte, niet zo vanzelfsprekend is, weet Waterdrinker. Met Céline duwt hij de lezer met de neus op de feiten, alsof hij ons, al entertainend, een geweten wil schoppen.

Pieter Waterdrinker: Céline. Nijgh & Van Ditmar; 424 pagina’s; € 27,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next