De organisatie van het Eurovisie Songfestival heeft een heel eigen systeem om geld te innen. Zo draagt geldschieter Duitsland twintig keer meer bij dan Montenegro, maar daardoor zijn onze oosterburen wel verzekerd van een finaleplek.
Nederland is jaarlijks in totaal 500.000 euro kwijt aan het Songfestival. 250.000 euro wordt betaald van belastinggeld en gaat naar organisator European Broadcasting Union (EBU). De NPO krijgt voor dat geld de rechten om acht uur televisie uit te zenden, verspreid over drie avonden. Per minuut is dat een stuk goedkoper dan bijvoorbeeld een wedstrijd op het EK voetbal.
Vijf grote Europese landen (Spanje, Italië, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk) betalen het meest aan uitzendrechten. In ruil daarvoor mogen ze gelijk door naar de finale.
"Vóór 2010 waren dit slechts vier landen", vertelt Lara Zevenberg, Songfestival-expert bij NU.nl. "Italië keerde toen terug op het Songfestival en liet zich direct registreren als een van de grote geldschieters. De EBU heeft nooit gezegd dat het bij vijf landen blijft, dus technisch gezien zou Nederland dit ook kunnen doen."
De EBU noemt het solidair dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. De organisator zou het financieel lastig trekken als de 'big five' minder betalen, zeker sinds Rusland niet meer meedoet vanwege de inval in Oekraïne. Daartegenover staan een aantal niet-Europese landen die wel uitzendrechten kopen bij de EBU en mogen meedoen, zoals Australië en Israël.
Het is aan het omroepbestel van landen zelf om openheid te geven over hun bijdrage aan de EBU. Duitsland geeft dit jaar ruim 450.000 euro uit om mee te mogen doen. Er is geen ander land waarvan bekend is dat het zo veel betaalt. Daar komen nog eigen kosten voor bijvoorbeeld het optuigen van de act en de reis bij.
Spanje legde vorig jaar 334.000 euro in. De laatste cijfers uit het Verenigd Koninkrijk dateren van 2012, toen omroep BBC omgerekend zo'n 385.000 euro betaalde. Met 250.000 euro zit Nederland dus helemaal niet zo ver van de 'big five' af - voor zover bekend is wat die betalen.
Middenmoters zijn Roemenië (180.000 euro in 2023) en Griekenland (150.000 euro in 2023). Ierland betaalde vorig jaar ruim een ton, waarmee het land op een gemiddeld bedrag zat, volgens de Italiaanse krant Quotidiano Nazionale. Kleine landen hoeven veel minder te betalen. Noord-Macedonië legde in 2022 bijna 40.000 in. Malta betaalde 80.000 euro in 2010 en Montenegro slechts 23.000 euro in 2012.
"Uiteindelijk is het Songfestival bedacht om landen dichter bij elkaar te brengen na de Tweede Wereldoorlog", zegt Zevenberg. "Dan is de deelname van landen als Moldavië en Noord-Macedonië dus ook van belang. Daarnaast: het is ook gewoon heel leuk om eens te zien wat voor muziek er gemaakt wordt in andere landen. Zo krijg je ook iets mee van de cultuur van de kleine Europese landen."
Voor alle deelnemende landen wordt een andere prijs bepaald, afhankelijk van hun draagkracht. De EBU kijkt naar de bevolkingsomvang, het bruto binnenlands product (bbp) en de grootte van het land. Dat voorkwam niet dat Moldavië dit jaar toch afhaakte, omdat het te duur zou worden.
Omroep AVROTROS betaalt onder meer de Nederlandse act, de reis naar Bazel en de technische ondersteuning. Ook dat kost 250.000 euro. De omroep verdient geld aan ledencontributie en aan de verkoop van de tv-gids Avrobode. Het is aan landen zelf om te bepalen hoeveel ze hiervoor overhebben.
Het land waar het Songfestival plaatsvindt - doorgaans het winnende land van een jaar eerder - is nog veel meer geld kwijt. Het hosten van het spektakel kost tientallen miljoenen, afhankelijk van hoe groot het gastland wil uitpakken. Nederland was 50 miljoen euro kwijt in 2021. Aan de andere kant komt er ook geld binnen via de kaartverkoop, sponsordeals en natuurlijk de miljoenen kijkers.
Source: Nu.nl economisch