Home

Nederland loopt sneller onder water dan je denkt

In 2010 werden Bonaire, Sint Eustatius en Saba – samen Caribisch Nederland – bijzondere gemeenten van Nederland. Daarmee werd gekozen voor een directe relatie met ‘Den Haag’, in de hoop op een betere toekomst. Inmiddels zijn we vijftien jaar verder en moet worden vastgesteld dat deze bestuurlijke constructie steeds stroever functioneert. De beloofde gelijkwaardigheid blijkt illusoir en de bestuurlijke praktijk is ineffectief, versnipperd en contraproductief. Een fundamentele heroverweging is nu nodig.

Als kwartiermaker van de Klimaattafel Bonaire heb ik van dichtbij gezien hoe kwetsbaar het eiland is voor klimaatverandering – en hoe moeizaam Nederland daarop anticipeert. Terwijl het KNMI klimaatscenario’s publiceert en het kabinet geld uittrekt voor adaptatieprojecten, blijft de echte uitvoeringskracht uit. Er is pas anderhalf jaar na mijn advies een voorzitter van de klimaattafel benoemd. En tegelijkertijd blijven losse plannen en beleidsintenties zich opstapelen, zonder centrale regie of effectieve coördinatie.

Fotograaf Remko de Waal/ ANP

Ed Nijpels was kwartiermaker van de Klimaattafel Bonaire. Eerder was hij onder meer VVD-leider en minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu.

Structuur en handhaving ontbreekt

De klimaatuitdagingen zijn urgent. De Vrije Universiteit Amsterdam stelde vast dat een vijfde van Bonaire tegen het einde van deze eeuw door de zee kan worden opgeslokt. Greenpeace en eilandbewoners zijn daarom een rechtszaak gestart tegen de Staat wegens nalatigheid. De gevolgen van klimaatverandering – zware regenval, hitte, erosie en verdwijnend koraal en aangetast mangrove zijn al zichtbaar.

Toch ontbreekt het aan structuur, prioritering en handhaving. Loslopende geiten vreten het eiland kaal met een dramatische erosie als gevolg, maar maatregelen blijven uit. Bonaire telt 32.000 loslopende geiten; op Saba werd het aantal teruggebracht van vijfduizend naar vijftienhonderd met een effectieve premie per ingeleverd dier. Het kan dus wel – als men wil.

Het probleem is niet alleen gebrek aan beleid, maar een overmaat aan bestuurlijke bemoeienis. De eilanden worden overspoeld door goedbedoelde bezoeken van bewindspersonen, Kamerleden, hoge ambtenaren en zelfs de Raad van State. Met als klap op de vuurpijl deze week de premier.

Geen enkele gemeente in Europees Nederland ziet zoveel bestuurlijke drukte. Deze ‘invasie’ – zoals ik het eerder noemde – legt een disproportionele druk op lokale ambtenaren, die al overbelast zijn. Elk bezoek brengt opdrachten, maar weinig structurele ondersteuning. Dat werkt verlammend.

Systeemfout

Deze overbelasting is het gevolg van een systeemfout. De BES-eilanden zijn gemeenten, maar missen de provinciale tussenlaag die in Europees Nederland fungeert als buffer en coördinator. Daardoor bemoeien zich nu zeven departementen rechtstreeks met microgemeenten van enkele duizenden inwoners. Dat is inefficiënt en contraproductief. Ik heb daarom voorgesteld om het provinciemodel te overwegen: een tussenlaag die de vertaalslag kan maken van nationaal naar lokaal beleid, zonder extra bestuurlijke drukte. Provincies beschikken over uitvoeringskracht, inhoudelijke expertise en bestuurlijke nabijheid – precies wat nu ontbreekt.

De departementen lijken niet happig op dit idee. Ze houden de touwtjes liever zelf in handen – al leidt dat tot een dramatische bestuurlijke spaghetti. De suggestie om een taskforce van twaalf ambtenaren uit gemeenten, provincies en waterschappen voor twee jaar te detacheren in Caribisch Nederland, werd genegeerd. Jammer, want het zou concrete en uitvoerbare hulp zijn. Ook provincies zelf blijven opvallend stil, al toonden enkele Commissarissen van de Koning eerder wel interesse. Bestuurlijk Nederland lijkt de discussie te mijden uit angst de koloniale gevoeligheden aan te wakkeren. Maar juist uit respect en gelijkwaardigheid moeten we het debat wél voeren.

Als we de eilanden daadwerkelijk als volwaardige gemeenten willen behandelen, dan hoort daar niet alleen respect bij, maar ook volwassen bestuurlijke verhoudingen. Die ontbreken nu. De vele losse beleidslijnen en pilots monden zelden uit in structureel beleid.

Ook op klimaatgebied ontbreekt regie. Klimaatadaptatie vraagt om integrale langjarige planning. Toch is er op Bonaire geen enkel centraal coördinerend orgaan met mandaat en middelen. De Deltacommissaris, de in Nederland bij uitstek deskundige op het terrein van adaptatie, zou hier een belangrijke rol kunnen spelen – met een eigen bureau op het eiland. Maar ook dit idee stuit op bureaucratisch onwil en departementale schroom.

Tijd dringt

Het gebrek aan daadkracht is extra schrijnend omdat de tijd dringt. In de bestuurlijke afspraken tussen Europees en Caribisch Nederland wordt ‘beleidsvrijheid’ geprezen, maar zonder uitvoeringsmacht blijft het een fata morgana. Lokale bestuurders kunnen hun reguliere taken nauwelijks aan, laat staan dat ze nieuwe projecten kunnen dragen. Tegelijk worden ze overvoerd met regels, eisen en goedbedoelde plannen. Dat is geen verwijt, maar een constatering: de eilandelijke overheden worden overvraagd.

Ook de klimaatparadox is pijnlijk. De Klimaatwet en het Klimaatakkoord van Parijs gelden niet voor Caribisch Nederland, hoewel het formeel onderdeel is van Nederland. Het kabinet belooft nu beterschap, maar de uitvoering blijft steken. Inmiddels zijn er klimaatscenario’s en een klimaatatlas, maar budgetten ontbreken. Het is te danken aan Greenpeace dat het thema überhaupt weer op de Haagse agenda staat.

Wat nodig is, is politieke moed. Moed om de oude bestuursafspraken open te breken. Moed om de provincie als tussenlaag te heroverwegen. Moed om met minder Haagse bemoeienis méér slagkracht op de eilanden te realiseren. En vooral moed om niet opnieuw te kiezen voor pappen en nathouden, voor rapporten en verkenningen die verdwijnen in lades.

De BES-eilanden verdienen beter. Niet uit medelijden, maar omdat het goed bestuur vereist. We moeten kiezen: of we blijven hangen in een hybride systeem vol goede bedoelingen maar zonder resultaat, of we maken eindelijk werk van een robuuste, rechtvaardige en werkbare bestuursstructuur.

Mijn advies is helder: maak die keuze. En maak haar nu. Mijn advies aan het kabinet over een Klimaattafel gaf ik de titel ‘Het is nooit te laat’. Het vorige kabinet schreef in een reactie: ‘Maar het is wel vijf voor twaalf’. We zijn inmiddels ver over tijd, het klimaat wacht niet.

Source: NRC

Previous

Next