Elke minuut worden er tientallen miljoenen zoekopdrachten ingevoerd in Google Afbeeldingen.
De afbeeldingen van mensen lijken daar allemaal echt. Maar er verandert iets.
Het onderscheid tussen een echt mens en iemand die niet bestaat, is niet meer met het blote oog te zien.
De kans dat Google na een zoekopdracht een door AI gegenereerd plaatje toont in de resultaten is allang niet meer te verwaarlozen. Bij een onderwerp als ‘beauty’ is die mogelijkheid zelfs al vrij groot, blijkt uit onderzoek in opdracht van de Volkskrant.
Door Pieter Sabel en Laurens Verhagen
Hoe schilderde de beroemde Zuid-Nederlandse schilder Jeroen Bosch (1450 - 1516) ook alweer? Lange tijd ging het zo: je tikt de zoekopdracht (in dit geval: zijn naam) in bij Google en je krijgt netjes bovenaan enkele afbeeldingen van zijn beroemdste werken.
Een paar maanden geleden gebeurde er iets raars in Google. De meestgebruikte zoekmachine ter wereld toonde helemaal bovenaan niet de originele Tuin der Lusten (Bosch’ bekendste werk), maar een AI-interpretatie ervan. Die opgepimpte versie was nog uitbundiger en kleuriger, en kenners zagen meteen dat dit synthetische kitsch was, gecreëerd door kunstmatige intelligentie.
De originele Tuin der Lusten van Jeroen Bosch.
Getty
De AI-versie van Tuin der Lusten die het origineel verdrong op Google.
Het zoekalgoritme van Google had de afbeelding opgepikt en prominent tussen de resultaten gezegd. Hoe precies? Dat weet Google zelf waarschijnlijk ook niet. Kennelijk beschouwt het algoritme de AI-versie van de werkelijkheid als aantrekkelijker dan de echte.
Na de gebruikelijke ophef paste de zoekgigant de resultaten aan. Maar het incident staat niet op zichzelf. Of het nu gaat om kunstwerken, foto’s van schattige beesten of schilderachtige vakantieparadijsjes: steeds weer weten de AI-varianten zich tussen de echte beelden te wurmen.
Programma’s als Midjourney en DALL-E hebben de markt veroverd sinds ze een jaar of drie geleden beschikbaar kwamen voor een groot publiek. Die AI-software is getraind met ontelbaar veel bestaande afbeeldingen en kan op basis van tekstopdrachten pixel voor pixel geheel nieuwe plaatjes maken.
De ontwikkelingen gaan snel. Het is nauwelijks nog voor te stellen dat in 2023 een naar huidige maatstaven knullig plaatje van de paus in een modieuze dikke winterjas mensen deed twijfelen of dit nou de echte paus was.
Inmiddels zitten de AI-beeldgeneratoren ingebakken in de chatbots die honderden miljoenen mensen wereldwijd gebruiken, zoals Gemini van Google en ChatGPT van OpenAI. Waar de software twee jaar geleden nog moeite had met het afbeelden van handen met vijf vingers, vormt dit nu geen struikelblok meer.
Versie 1.0
Midjourney
Leuk voor de consument misschien, maar niet zonder gevaar. Zo wezen de veiligheidsdiensten AIVD en MIVD en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) eind vorig jaar in een gezamenlijke analyse op audio, video en foto’s die met AI zijn gegenereerd en moeilijk van echt zijn te onderscheiden. Die vormen daarmee een geheel nieuwe vorm van desinformatie. De diensten verwachten dat applicaties om synthetische media te produceren de komende jaren alleen nog maar gebruiksvriendelijker en overtuigender zullen worden.
Onschuldig is het mengen van echte met synthetische beelden niet, waarschuwt ook AI-expert en auteur Maarten Sukel, onder andere in zijn boek De AI-revolutie. ‘AI verdunt de dichtheid van betrouwbare informatie, met het risico dat we steeds vaker aftreksels zien in plaats van authentieke beelden.’
Een kind in oorlogsgebied. Het beeld is gemaakt met het AI-programma Midjourney.
De gevolgen kunnen verwoestend zijn. Een gezonde democratie leunt op het maken van goede, afgewogen keuzes door burgers, aldus Sukel. ‘En om goede keuzes te maken, heb je goede informatie nodig. Als je niet meer weet wat echt is en wat niet, wordt het lastig voor de democratie om te functioneren.’
Hij ziet genoeg voorbeelden voorbijkomen van wat hij synthetische drek noemt. Eentje die de afgelopen maanden viraal ging, was de zoekopdracht ‘baby struisvogel’ op Google. Het resultaat – een karrevracht AI-babystruisvogels te midden waarvan nauwelijks nog een authentiek kiekje viel te ontwaren – bracht een X-gebruiker ertoe om Google dood te verklaren.
Zover is het nog niet, maar Sukel vraagt zich sindsdien af: hoe groot is het probleem daadwerkelijk? Om dat in kaart te brengen, onderzocht Sukel in opdracht van de Volkskrant de aanwezigheid van synthetische beelden in Google.
Om de aanwezigheid van AI-beelden in Google en andere zoekmachines na te gaan, genereerde Maarten Sukel eerst met AI 4.248 zoekopdrachten. Bijvoorbeeld: ‘luchtfoto van een politieke demonstratie op een stadsplein’. Of: ‘close-up shots van emoties van filmacteurs’.
Soms is het AI-karakter voor het blote oog evident, maar dat is allang niet meer altijd het geval. Nu de AI-generatoren (zoals Midjourney of ChatGPT) beter worden, is steeds lastiger uit te maken of een foto echt is of niet.
Uit de analyse komen duidelijke verschillen naar voren tussen de door de Volkskrant gedefinieerde hoofdcategorieën waarin de modellen nepafbeeldingen aanwijzen. Het laagste percentage vermoedelijk echte plaatjes valt in de categorie beauty (69 procent), gevolgd door dieren (76 procent), babydieren (77 procent) en vakantiebestemmingen (81 procent). Beauty kent ook met afstand het hoogste percentage ‘vermoedelijk nep’: 4 procent.
Sukel vermoedt dat dit laatste te maken heeft met het gegeven dat zogenoemde deepfakes van gezichten al veel langer bestaan. Een bekend voorbeeld is de site ThisPersonDoesNotExist, die al in 2019 het licht zag. Deze site genereert iedere keer dat iemand hem bezoekt een nieuwe AI-afbeelding. Inderdaad: deze persoon bestaat niet.
ThisPersonDoesNotExist
Los van de hoeveelheid is natuurlijk ook de positie van afbeeldingen belangrijk. Het maakt nogal uit of je op de eerste twee pagina’s, zoekresultaten door kunstmatige intelligentie gegenereerde plaatjes ziet, of dat ze bovenin komen. Uit de analyse van Sukel blijkt dat nepbeelden relatief iets vaker hoog op de resultatenpagina komen. Dat zal toenemen, verwacht hij. Zo geeft kunstmatige intelligentie bijvoorbeeld babydieren vaak grote, schattige ogen. Dat willen mensen die op babydieren zoeken graag zien.
Een AI-detectiemodel kijkt anders dan het menselijke oog. Het let er niet op of de wielen van een fiets wel netjes rond zijn, zoals wij zouden doen. Kunstmatige intelligentie ‘kijkt’ naar de volgorde van pixels, de gekleurde bouwstenen van een afbeelding, en probeert patronen te ontdekken die typisch zijn voor een door een andere computer gegenereerde foto.
Zo is deze afbeelding van een jonge vrouw voor het menselijk oog misschien behoorlijk echt, maar weten de modellen bijna 98 procent zeker dat die nep is (ze is ook nep).
Of een afbeelding echt is of niet, drukt zo’n detectiemodel uit in een percentage. Het is er bijvoorbeeld 90 procent zeker van dat een foto van een donzig geel kuikentje in een halve eierschaal door de computer is gemaakt.
Het gegeven dat het AI-gereedschap fundamenteel anders naar beelden kijkt dan mensen, wordt ook duidelijk uit de analyse van diverse beelden van ‘dieren’. Op het plaatje met de hoogste nepscore in deze categorie (88,6 procent, het gemiddelde van de drie detectieprogramma’s) is een witte hond te zien die zich in een oranje deken heeft gewikkeld om een dutje te doen.
Juist deze afbeelding ziet er voor het menselijk oog authentiek uit, in ieder geval echter dan de twee andere afbeeldingen uit de top drie, die duidelijk AI ademen, door de compositie en de belichting. Het ‘voelt’ meteen niet echt.
Google laat in een reactie weten dat het ernaar streeft om bovenaan de zoekresultaten afbeeldingen te laten zien die behulpzaam zijn en van hoge kwaliteit zijn. Hoe een afbeelding is gemaakt, is voor de zoekgigant van ondergeschikt belang.
Google wijst op de functie ‘over deze afbeelding’ – een beetje verborgen achter een menu van drie puntjes als je een afbeelding aanklikt – waar het informatie geeft, bijvoorbeeld hoelang een foto al op internet voorkomt.
Het bedrijf wil het daar ook tonen als Google weet dat een afbeelding AI-gegenereerd is, bijvoorbeeld omdat die een (voor het blote oog onzichtbaar) watermerk bevat om aan een computer te laten zien dat het geen echte foto is.
De toestroom van synthetisch beeld blijft uiteraard niet beperkt tot Google of andere zoekmachines. Ook bij sociale media als Instagram of TikTok is de opkomst van al dan niet bewegend AI-beeld duidelijk zichtbaar. Anders dan bij Google gaan mensen hier niet actief op zoek naar specifiek materiaal, maar worden ze via sturende algoritmen geconfronteerd met aantrekkelijk beeld.
Wie geregeld op sociale media verkeert, zal dit zelf merken. De tijdlijnen lopen vol met door AI gemaakte foto’s en (steeds vaker) video’s van filmsterren, een etend monster in de vorm van spaghetti, mensen in rare situaties, bizarre auto-ongelukken of zeer geloofwaardig uitziende rampen. Zo waren er eind februari veel AI-video’s te zien die de aardbeving in Myanmar zouden tonen.
Soms zijn ze overduidelijk absurdistisch en nep (‘Peppa Pik Toilet Explosion’), soms zijn ze akelig realistisch en naar, zoals onversneden racistische video’s. Het bracht technieuwssite 404 Media er onlangs toe de stortvloed aan synthetische drab te betitelen als ‘AI-breinrot’.
Ook Sukel ziet een eindeloze stoet voorbeelden in zijn tijdlijnen voorbijkomen, maar vanwege technische beperkingen onderzocht hij sociale media niet op de aanwezigheid van AI-beeld: ‘Om een beeld te krijgen zou je heel veel accounts moeten aanmaken met verschillende profielen.’ Ook dan is niet met zekerheid te zeggen dat hij als onderzoeker hetzelfde ziet als ‘gewone’ gebruikers.
Zijn vermoeden is dat het probleem op sociale media nog veel groter is dan bij zoekmachines. ‘Platforms als Instagram en TikTok bestaan bij de gratie van virale beelden. Daar zijn ze altijd goed in geweest. AI pakt de meest virale beelden op en doet er nog een schepje bovenop. De dieren zijn nog schattiger en hebben nog grotere ogen. De rampen zijn nog spectaculairder. Dat het niet echt is, maakt niet uit. Als de gebruikers maar blijven hangen.’
De platforms zelf lijken in deze aandachtseconomie op twee gedachten te hinken: meeliften of op de rem trappen. Instagram-baas Adam Mosseri waarschuwde eind vorig jaar voor de vloed aan AI-beelden en het risico dat mensen die voor echt aanzien. Moederbedrijf Meta daarentegen riep zijn gebruikers een paar maanden eerder op om AI-foto’s te posten van het noorderlicht, voor het geval mensen het verschijnsel even hadden gemist.
Het noorderlicht boven de Golden Gate Bridge in San Francisco, gegenereerd door MetaAi.
Sukel kijkt ondertussen bezorgd naar de nabije toekomst en verwacht dat na deze nulmeting een volgende meting hogere percentages nepbeelden zal laten zien. ‘Het maken van AI-plaatjes heeft onlangs weer een extra boost gekregen, met het laatste gereedschap binnen ChatGPT.’ Het gevolg: mensen pompen massaal hun AI-plaatjes rond op sociale media.
‘Ik weet niet of we hier wel klaar voor zijn’, zegt Sukel. ‘We zijn als maatschappij nog aan het herstellen van de komst van sociale media en we worden alweer geconfronteerd met nog complexere uitdagingen. De gevolgen zullen groot zijn.’
Zelf controleren of een afbeelding echt is of door AI gemaakt? Dat kan in de tool die onderzoeker Maarten Sukel beschikbaar stelde.
Kan kunstmatige intelligentie kunst maken? Slimmer worden dan de mens? Is AI gevaarlijk? Negen Nederlandse AI-experts buigen zich over deze en andere vragen.
Foto’s en video’s die door kunstmatige intelligentie zijn gemaakt zien er steeds levensechter uit. Hoe zie je als mens wat door de computer is gemaakt?
Van boeken en afbeeldingen tot een spervuur aan (nieuws)berichten: het internet wordt overspoeld met informatie die door kunstmatige intelligentie is gemaakt. Dat heeft vervelende gevolgen. Voor mens én machine.
Source: Volkskrant