Jan Terlouw (1931-2025) voelde zich lange tijd óf wetenschapper, óf schrijver, óf politicus. Maar de laatste jaren voelde hij zich vooral een staatsburger, met verantwoordelijkheidsbesef. "Door wat ik allemaal heb meegemaakt." Die verantwoordelijkheid bleef hij tot aan zijn dood tonen.
Vroeger hingen de touwtjes nog uit de brievenbussen. Met die inmiddels beroemde metafoor beschreef de destijds 85-jarige Terlouw in het televisieprogramma De Wereld Draait Door de problemen waar de maatschappij en de politiek mee kampen. Want we vertrouwen elkaar niet meer, de overheid vertrouwt de bevolking niet meer en we maken het milieu ook kapot.
De oplossing ligt vooral in de politiek, was de conclusie waarmee Terlouw zijn betoog emotioneel afsloot. "Ik zeg tegen alle politici in Nederland en in het buitenland: mensen wees integer, wees onkreukbaar en vooral draag uit dat je er bent om het publieke belang te dienen. En wat is het publieke belang? Het publieke belang is het belang van de toekomst van de jeugd die hier zit."
Waar de oudere generaties Terlouw misschien het beste kennen als prominent D66-politicus in de jaren zeventig en tachtig, kennen de jongere generaties hem vooral van zijn boeken, waarin óók die maatschappelijke betrokkenheid doorklonk. En eigenlijk alle generaties kenden Terlouw van mediaoptredens zoals dat in De Wereld Draait Door, waarin de politieke en culturele kant van Terlouw samenkwam.
Domineeszoon Terlouw werd op 15 november 1931 geboren in de Overijsselse plaats Kamperveen. Als kind woonde hij op verschillende plekken, maar de hongerwinter - waar hij later zijn bekendste boek over schreef - bracht hij door in Wezep. Na zijn school studeerde Terlouw af in wis- en natuurkunde. In die jaren kwam hij ook wiskundestudente Alexandra van Hulst tegen, met wie hij tot haar overlijden in 2017 samenbleef.
In 1964 promoveerde Terlouw nog op een onderzoek naar kernfusie, maar de politiek lonkte. In 1967 sloot Terlouw zich aan bij de dan net opgerichte partij D'66, toen nog met apostrof in de naam. Hij zette zich eerst in voor de gemeentepolitiek in Utrecht, maar in 1971 maakte hij de stap naar de landelijke politiek. Terlouw stelde zich kandidaat en dat leverde hem nipt een plek op in het Haagse pluche. D66 haalde namelijk elf zetels, en Terlouw stond op plek elf.
De jaren waarin Terlouw zich politiek inzette, kenmerkten zich door lastige politieke uitdagingen voor de jonge D66. Na de val van het kabinet Biesheuvel-I haalde D66 in 1972 slechts zes zetels, wederom nét genoeg om Terlouw als nummer zes op de lijst een Kamerzetel te geven. Na het vertrek van fractievoorzitter Hans van Mierlo nam Terlouw in 1973 de voorzittershamer van hem over.
Maar na de dramatisch verlopen Provinciale Statenverkiezingen in 1974 (D66 haalde slechts 1 procent van de stemmen) kwam de vraag op tafel te liggen of D66 überhaupt nog verder moest. Als het aan Terlouw lag niet, maar omdat de benodigde tweederdemeerderheid niet werd bereikt, ging de partij toch verder, mét Terlouw als fractievoorzitter.
Na die crisis krabbelde D66 op en zette de partij zichzelf vooral neer als "het redelijke alternatief". Terlouw, in een campagne neergezet als "ideale schoonzoon", liet de partij in 1981 van acht naar zeventien zetels klimmen. D66 ging meeregeren in het kabinet-Van Agt II en Terlouw werd minister van Economische Zaken en vicepremier.
Het bleek een onrustige tijd in de Haagse politiek. Het kabinet-Van Agt II viel al na enkele maanden en bij de nieuwe verkiezingen verscheen de naam van Terlouw niet bovenaan de lijst van D66, maar slechts op plek vier. In 1982 stopte Terlouw als fractievoorzitter en later dat jaar trok hij zich, teleurgesteld, terug uit de landelijke politiek.
"Ik had het helemaal gehad", zei Terlouw daar later over. "Toen dacht ik: ik ben misschien wel meer een bestuurder dan een politicus." In de daaropvolgende jaren werd Terlouw onder meer secretaris-generaal van de Europese Conferentie van Transportministers en commissaris van de Koningin in Gelderland.
Terlouws politieke interesse kwam niet alleen naar voren in zijn werk als politicus, maar ook in zijn boeken. Nog voor zijn politieke carrière een hoogtepunt bereikte, bracht Terlouw zijn bekendste werken uit. Hij mocht zich uiteindelijk tot een van de grootste kinderboekenschrijvers van Nederland rekenen.
Zijn eerste boek Pjotr, verbannen naar Siberië verscheen in 1970, waarna Koning van Katoren (1971) en zijn op eigen ervaringen gebaseerde Oorlogswinter (1972) volgden. Beide boeken werden bekroond met een Gouden Griffel, de prijs voor het beste Nederlandse kinderboek.
"Hij gaf op een sprookjesachtige manier levenswijsheden mee", zegt Jesse Goossens van uitgeverij Lemniscaat over het werk van Terlouw. Maar Terlouw was meer dan alleen kinder- en jeugdboekenschrijver. Zo verscheen in 1978 de politieke roman De Derde Kamer, een detectiveserie die hij samen met zijn dochter Sanne Terlouw schreef en non-fictie, waaronder een politiek dagboek.
Maar zijn kinderboeken zullen toch het bekendst blijven en drukten ook een stempel op de Nederlandse jeugdliteratuur. Terlouw voelde de laatste jaren wel een kloof met de huidige jeugd. Hij kende kinderen niet meer zo, "met al die computerspelletjes en iPhones", citeerde de Gelderlander hem. Toch kwam in 2016 nog een laatste kinderboek uit: Het Hebzuchtgas, over de klimaatproblematiek.
Want het klimaat, daar maakte Terlouw al tientallen jaren zijn grootste speerpunt van. Zijn zorgen over het klimaat waren "heel erg groot", zei hij in 2023 tegen het ANP na het uitbrengen van zijn bundel Wankele Wereld. "Alle beetjes helpen, hoop je dan. Mensen moeten het weten".
Terlouw beschreef zich jaren eerder in een interview met de Stentor nog als een verantwoordelijke staatsburger. "Lange tijd voelde ik me óf wetenschapper, óf politicus, óf schrijver. Maar de laatste 25 jaar heb ik minder officiële functies gekregen en denk ik weleens: wat ben ik nu eigenlijk? Ik voel me een staatsburger, met verantwoordelijkheidsbesef door wat ik allemaal heb meegemaakt. Ik heb kennis, ik weet de weg in Nederland. Nou, ik vind dat ik dat moet gebruiken.''
Dat deed hij tot aan zijn dood. De motivatie daarvoor kwam ook duidelijk naar voren in dat beroemde optreden bij DWDD. "Ik heb een prachtig leven gehad", zei Terlouw. "Ik wil dat jullie dat ook hebben."
Source: Nu.nl algemeen