Home

Waarom Haas F1-coureurs géén Verstappen-achtige GT3-tests mogen doen

Max Verstappen mag het wel, maar Haas-coureurs niet: teambaas Komatsu verbiedt uitstapjes buiten F1 en benadrukt dat alleen wereldkampioenen zich dat kunnen veroorloven.

Afgelopen weekend zorgde Verstappen voor opschudding in de autosportwereld door op de Nürburgring-Nordschleife een Ferrari 296 GT3 te testen – opmerkelijk genoeg onder het pseudoniem ‘Franz Hermann’. De auto werd ingezet door Emil Frey Racing, het team dat ook zijn eigen GT World Challenge-activiteiten met Verstappen.com Racing ondersteunt. Hoewel de test in eerste instantie geheim gehouden werd, was al snel duidelijk wie er achter het stuur zat. Geruchten dat Verstappen een ronderecord zou hebben gereden, deden de rest.

Verstappen heeft naar verluidt de vrijheid in zijn contract om dit soort activiteiten te ondernemen. Voor de meeste andere coureurs is dat echter niet het geval. Op de vraag of zijn rijders Oliver Bearman of Esteban Ocon een soortgelijke test mogen doen, antwoordde Haas F1-teambaas Ayao Komatsu resoluut: “Nee. Stap voor stap”, lichtte hij toe. “Max is een meervoudig wereldkampioen. Oli is een rookie. Zelfs Esteban heeft nog veel te bewijzen. Wat is het voordeel voor hen om in een andere klasse te racen? Ze mogen al in een Formule 1-auto rijden – dat is op zich al een voorrecht.”

Max Verstappen, Emil Fray Racing Ferrari 496 GT3

Foto door: Max Verstappen

Daarnaast benadrukte Komatsu dat het F1-seizoen met 24 races druk genoeg is. “Ze moeten hun fysieke en mentale conditie op peil houden, met engineers werken, in de simulator zitten. Het is niet alsof ze thuiszitten en zich vervelen.”

Verstappen gaf zelf toe dat het rijden op de Nordschleife risico’s met zich meebracht, maar dat hij dankzij honderden uren simracen wist hoe hij met langzamere auto’s op de baan moest omgaan en waar in te halen. Cruciaal daarbij: hij zat in de juiste auto. “Het is gevaarlijker als ik in een tragere auto zit en moet vertrouwen op de snellere auto’s”, zei hij in Imola.

In het verleden reden F1-coureurs vrijwel elk weekend in andere klassen. Denk aan Jim Clark, die net zo briljant was in een Lotus Cortina als in een F1-wagen. Maar de moderne Formule 1 laat dat nauwelijks toe: het drukke schema, commerciële verplichtingen en contractuele beperkingen maken het lastig om in auto’s van andere kampioenschappen te stappen.

Scott Dixon, Chip Ganassi Racing Honda, Fernando Alonso, Andretti Autosport Honda

Foto door: Michael L. Levitt / Motorsport Images

Sommige coureurs kregen het toch voor elkaar. Fernando Alonso miste de Grand Prix van Monaco in 2017 om deel te nemen aan de Indy 500 – iets wat waarschijnlijk niet was toegestaan als Bernie Ecclestone toen nog de touwtjes in handen had gehad. Nico Hülkenberg maakte in 2015 indruk door Le Mans te winnen met Porsche, in een jaar waarin die race niet samenviel met de Canadese GP. Maar bij zijn terugkeer in de paddock kreeg hij van Ecclestone te horen dat hij het succes niet al te veel moest uitdragen – sportscar-aandacht was in de ogen van Bernie een commerciële bedreiging voor de Formule 1.

Voor de rijders van Haas zijn de regels nu glashelder: de focus ligt volledig op de Formule 1 – uitstapjes zoals die van Verstappen zijn voorlopig uitgesloten.

Source: Motorsport

Previous

Next