Home

De Nakba herdenken terwijl er een nieuwe ramp plaatsvindt. ‘Op hoeveel manieren moeten we nog sterven?’

Catastrofe Op verschillende plekken in Nederland werd donderdag de Nakba, de verdrijving van Palestijnen uit Palestina in 1948, groter herdacht dan ooit. „Terwijl wij herdenken, vallen er doden in Gaza.”

Nakba is Arabisch voor ‘catastrofe’ of ‘ramp’. 77 jaar geleden werd de staat Israël uitgeroepen en kwam de massale verdrijving van Palestijnse Arabieren uit het mandaatgebied Palestina tot een hoogtepunt – wereldwijd wordt dat op 15 mei jaarlijks herdacht. Zionistische milities verjoegen 750.000 Palestijnen tussen 1947 en 1949 van hun grondgebied, en veegden honderden dorpen van de kaart. Ook in Nederland werd donderdag de Nakba herdacht, in de bomvolle Dominicuskerk in Amsterdam, en op het Domplein in Utrecht.

„Wie kende tien jaar geleden het woord Nakba al?”, vraagt journalist en schrijver Naeeda Aurangzeb aan het publiek in de kerk. Slechts de helft van de vingers gaat omhoog. Terwijl Aurangzeb spreekt, maar ook wanneer de andere sprekers aan de beurt zijn, en wanneer er muziek wordt gespeeld, klinken door de ruimte de namen van Palestijnen die sinds oktober 2023 zijn gedood. Een man met een keffiyeh om zijn hals leest de namen voor vanaf het altaar. „Vindt u het ook zo ongemakkelijk, dat die namen maar doorgaan?”, vraagt Aurangzeb aan het publiek. „Terwijl wij hier staan, vallen er doden in Gaza. Seconde na seconde, minuut na minuut.”

Is het woord herdenken eigenlijk wel op zijn plaats? Dat is de rode draad door de voordrachten in de kerk die avond. „De Nakba is nooit gestopt”, zegt theoloog Janneke Stegeman. „We hebben de genocide niet kunnen stoppen”. Eerder deze week sprak de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema over „genocidaal geweld” in Gaza. Dat deed ze in navolging van de directeur van het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, die een week eerder hetzelfde zei in NRC. Donderdag sprak een groep vooraanstaande genocide-onderzoekers in deze krant unaniem over „genocide in Israël”.

Voor de oorlog in Gaza, in 2023, waren Nakba-herdenkingen in Nederland schaars en klein. Landelijke media, waaronder NRC, besteedden er nauwelijks tot geen aandacht aan. Donderdag puilde de kerk uit en zat ook het persvak vol.

Khan Younis

Het verhaal van de uit Khan Younis gevluchte journalist Amal Helles maakt tastbaar hoe absurd herdenken nu is. Haar opa heeft tot op zijn sterfbed de sleutel bewaard van het huis waaruit hij verdreven werd, vertelt ze in de kerk. Zij en haar man bouwden een huis in Khan Younis, „en we geloofden dat we hier voor altijd zouden blijven, dat de Nakba tóen was”. Nu is ook zij gevlucht, terwijl haar echtgenoot, haar ouders en de rest van haar familie vastzitten in Gaza. Net als haar opa draagt Helles de sleutel van haar huis nog bij zich. Maar dat huis bestaat niet meer. „Er is alleen nog maar puin.”

Helles vraagt zich af hoeveel leed de Gazanen nog moeten verduren voordat de wereld te hulp schiet. „Jullie hebben ons zien sterven van de honger, van de dorst, van de bommen. Op hoeveel manieren moeten we nog sterven voordat het duidelijk wordt dat de geschiedenis niet voorbij is?”

Watermeloenkeppeltje

In Utrecht, op het Domplein, is diezelfde avond een herdenking in de buitenlucht, met daarna een mars. Amina Ahmed (29) heeft een bord in haar hand met de tekst „The children of Gaza are part of who we are”. Ze is hier voor de kinderen en „de mensen van Gaza, want het is eigenlijk al veel te lang genoeg geweest”. Eerder ging ze wel eens naar Palestinaprotesten op Utrecht Centraal, maar pas sinds kort weet ze wat de Nakba is.

Lucas (20, hij wil niet met zijn achternaam in de krant) loopt met een grote Palestinavlag over het Domplein. Hij is vaker aanwezig bij protesten, maar dit jaar voor het eerst ook bij de Nakbaherdenking. Lucas maakt zich geen illusies, zijn aanwezigheid op een herdenking in Nederland zal het verschil niet gaan maken. „Ik hoop gewoon dat ik hier mijn kleine beetje steun als bevoorrechte witte Nederlander kan geven aan de mensen daar. Dat als ze dit zien, op sociale media, ze weten dat er toch mensen in zo’n ver land om hen geven.”

Even verderop staat een man met een keppeltje met een watermeloenmotief, een symbool voor de Palestijnse strijd. Daarnaast staat een oud echtpaar dat elkaars hand vasthoudt. Dat vindt Lucas „het mooiste wat er is”: de diversiteit aan mensen die op de herdenking afkomen. „Hoe je er ook uitziet, wie je ook bent, we staan hier aan het eind van de dag allemaal met hetzelfde doel.”

Nakba-herdenkingen Gaza

Ook in Gaza werd donderdag de Nakba herdacht. Voor georganiseerde herdenkingen was het vanwege de voortdurende Israëlische aanvallen te gevaarlijk. „Vandaag zijn we in een grotere Nakba dan de Nakba van vroeger”, zegt de 81-jarige Abu Moteir voor haar tent in Khan Younis tegen persbureau AP. „Ons hele leven is terreur, terreur. Dag en nacht vliegen er raketten en gevechtsvliegtuigen over ons heen. We leven niet. Het zou barmhartiger zijn als we dood waren.”

In de stad Ramallah op de Westelijke Jordaanoever vond wel een grote herdenkingsmars plaats, met veel Palestijnse vlaggen. „Dit is een ellendige dag in het leven van Palestijnse vluchtelingen”, zegt de 52-jarige Nael Nakhleh in Ramallah tegen Al Jazeera. Palestijnse studenten die in Israël wonen en linkse Israëlische activisten hebben ook op de universiteit van Tel Aviv in Israël de verdrijving van Palestijnen herdacht.

In veel grote steden wereldwijd, bijvoorbeeld Berlijn en Sydney, vonden plechtigheden plaats.

Source: NRC

Previous

Next