Inspectie Justitie en Veiligheid Het aantal demonstraties in Nederland verdrievoudigde afgelopen jaren. De inspectie roept op tot een landelijk eenduidig beleid voor politie-inzet om willekeur en onduidelijkheid tegen te gaan.
Foto Bart Maat
De taken van de politie bij demonstraties dienen duidelijk beschreven te worden. Die zijn nu nergens helder en concreet vastgelegd, waardoor landelijk willekeur bij de inzet van de politie ontstaat en de politie onmogelijk kan voldoen aan de verwachtingen van het bestuur, burgers en actiegroepen.
Dat constateert de Inspectie Justitie en Veiligheid in een donderdag verschenen onderzoek naar de rol van de Nationale Politie bij demonstraties. De toezichthouder onderzoekt vaak zware incidenten, zoals de moord op een medewerkster in een Haagse Albert Heijn en de hulpverlening aan het Vlaardingse pleegmeisje. Vanwege een onderzoek naar de belaging van Kick Out Zwarte Piet-demonstranten in Staphorst in 2022, waar de politie volgens de Inspectie „niet doortastend en adequaat genoeg” optrad, besloot de toezichthouder tot een breed onderzoek naar de rol van de politie bij demonstraties in Nederland.
„Dat demonstranten beschermd moeten worden staat niet ter discussie, maar er is veel onduidelijkheid over wat de politie nog meer moet doen”, licht hoofdinspecteur Peter Neuteboom toe. „In het politieke en maatschappelijke debat wordt vaak gesteld dat de politie demonstraties moet faciliteren, maar wat dat faciliteren precies inhoudt is niet duidelijk en sterk afhankelijk van hoe een burgemeester daar lokaal invulling aan geeft.”
De Inspectie roept de ministers van Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken er daarom toe op om heldere en concrete landelijke kaders voor de politie-inzet bij demonstraties te creëren. Het gebrek aan kaders is namelijk een probleem, constateert de inspectie. Het leidt tot willekeur en onvoorspelbaarheid: „In de ene gemeente wordt een demonstratie volledig gefaciliteerd terwijl demonstranten in de andere gemeente aan hun lot worden overgelaten”, constateert Neuteboom.
Voor het onderzoek is onder meer gesproken met vertegenwoordigers van de Nationale Politie en acht actiegroepen waaronder Extinction Rebellion, Farmers Defence Force en Kick Out Zwarte Piet. De actievoerders gaven aan dat met name in kleine gemeenten die weinig ervaring met demonstraties hebben, de politie en burgemeesters te weinig kennis over het demonstratierecht bezitten en dit soms onterecht inperken.
Uit cijfers die de Inspectie verzamelde, blijkt dat het aantal jaarlijkse demonstraties in Nederland van 2015 tot 2022 verdrievoudigde naar zo’n 6.500. Het gros van die demonstraties verloopt ordentelijk: in 97 procent van de gevallen hoeft de politie niet op te treden. De politie slaat evenwel al enkele jaren alarm over de hoeveelheid mankracht die de begeleiding van demonstraties vergt en dat die ten koste gaat van andere politietaken.
De Inspectie toont begrip voor die noodkreet. „Je kunt de politiecapaciteit maar een keer verdelen”, zegt Neuteboom. Uit het Inspectie-onderzoek blijkt dat de politie-inzet bij demonstraties sinds 2015 met 84 procent is gestegen. Onder die politie-inzet zitten volgens de Inspectie ook taken waarvan het de vraag is of die wel door de politie uitgevoerd moeten worden, zoals verkeersbegeleiding, het afzetten van straten en het overleggen met openbaar vervoersbedrijven over het omleggen van routes.
Dit zijn taken die niet onder kerntaak van de politie – handhaving van de openbare orde – vallen. „Zodra je duidelijk maakt wat onder het faciliteren van demonstraties wordt verstaan en welke verantwoordelijkheid de overheid daarbij heeft, kun je ook de vraag beantwoorden welke taken door de politie gedaan behoren te worden en welke door de gemeente en bijvoorbeeld boa’s”, zegt Neuteboom. De hoofdinspecteur benadrukt dat de bescherming van demonstranten en inzet van de ME per definitie een politietaak is.
Vanwege de overlast die, onder meer, de vele snelwegdemonstraties veroorzaken en de mankracht die daarbij nodig is, speelt er al langere tijd een politieke discussie over de reikwijdte en het mogelijk inperken van het demonstratierecht. De Inspectie schetst in haar onderzoek weliswaar globaal de juridische kaders van het demonstratierecht, maar brandt zich verder niet aan dat onderwerp. Neuteboom zegt desgevraagd dat onderzoeksinstituut WODC met dat onderzoek is belast, dat dit in het najaar verschijnt.
Source: NRC